Ziekenhuizen zijn risico’s, dat weet je

Eigenlijk zijn Nederlandse ziekenhuizen uitstekend voorbereid op een ontruiming zoals in het VUmc. Het is even slikken, zeggen twee ervaringsdeskundigen, maar de plannen liggen klaar.

Jan van Dam en Robert Jan Schouwerwou zijn later nog regelmatig het land doorgetrokken om lezingen te geven over ‘hun’ ziekenhuisontruiming. Dat was op 21 januari 2011, nadat brand kortsluiting had veroorzaakt in een transformatorhuisje en het Meander Medisch Centrum, locatie Lichtenberg bij Amersfoort moest worden ontruimd. De oorzaak verschilt dus van die bij het gisteren ontruimde VUmc. De schaal is ook anders: in Lichtenberg waren destijds 172 patiënten opgenomen, in Amsterdam gaat het nu om 339 patiënten. Maar de systematiek van het crisismanagement is identiek, zeggen ze allebei.

Brandje zo geblust

Jan van Dam was hoofd acute zorg in het ziekenhuis en aangesteld als crisiscoördinator. Robert Jan Schouwerwou was zijn aanspreekpunt bij de Veiligheidsregio Utrecht, de regionale samenwerking van hulpdiensten die de burgemeester op de hoogte houdt en adviseert. Als zich een incident voordoet, zegt Van Dam, dan werkt de crisiscoördinator van het ziekenhuis een checklist af. Eerste vraag: is dit een calamiteit? Het kan ook een incident blijven en worden afgehandeld op de afdeling waar het is voorgevallen.

Dit was een calamiteit. Niet zozeer door het brandje, dat was zo geblust. Maar de noodaggregaat bleek geen stabiele stroomvoorziening te kunnen leveren. Dan nog, onderstreept Van Dam, waren de patiënten niet in direct gevaar. Maar het gaat om de continuïteit van de zorg. Als die niet kan worden gegarandeerd, dan kan een ziekenhuis niet verder functioneren. In een speciale uitgave die het Meander-tijdschrift Stroom in februari 2011 maakte, zei bestuursvoorzitter Cees Meijers: „Toen we vertelden dat we gingen evacueren, viel een doodse stilte. Iedereen slikte, niemand zei wat.”

Evacuaties oefenen op papier

De handelingen die na dat besluit worden gedaan, zijn allemaal deel van een scenario dat in het ziekenhuis al jaren tevoren is bedacht, geoefend, verbeterd en weer opnieuw geoefend. Ook met de functionarissen en instellingen buiten het ziekenhuis. „Juist in november 2010 hadden we met het ziekenhuis nog een evacuatie op papier geoefend”, zegt Schouwerwou. „Dat is je taak in de ‘koude fase’: regelmatig oefenen”, zegt Van Dam.

Van Dams primaire taak was in de gaten houden wie er wat moet doen. „Je werkt in een team en je werkt volgens strakke processen.”

De eerste zorg gaat uit naar patiënten en medewerkers van het ziekenhuis – precies zoals VU-bestuursvoorzitter Wouter Bos dat gisteren telkens benadrukte. In Lichtenberg was een specialist van het ziekenhuis aangewezen om de selectie van patiënten te doen. Wie moest het eerst worden verplaatst? Welke patiënt kon het best naar welk ziekenhuis? Van Dam: „Per uur werden twintig tot vijfentwintig patiënten geëvacueerd. Het was een komen en gaan van ambulances. Uiteindelijk werd midden in de nacht de laatste patiënt geëvacueerd. Het beeld in het gebouw was indrukwekkend. Overal rode linten en lege bedden.”

Dat laatste is trouwens een punt voor het crisismanagement van het VUmc, zegt Schouwerwou. Een leeg ziekenhuis is een doelwit voor inbrekers en insluipers. „Er ligt van alles wat mensen interessant vinden.”

Ja, zegt Schouwerwou, een ziekenhuis is kwetsbaar. „Vanuit het standpunt van risicobeheersing is het simpel: het ziekenhuis is een risico. Er liggen mensen die niet (goed) voor zichzelf kunnen zorgen. Er liggen stoffen die gevaarlijk zijn en niet onoordeelkundig mogen worden gebruik. Denk bijvoorbeeld aan radioactieve isotopen die voor bestraling nodig zijn.” Maar de beheersing van die risico’s is volgens hem goed geregeld.

Laat de dokters besluiten nemen

De verantwoordelijkheid voor de operatie ligt in de eerste plaats bij het ziekenhuis. De veiligheidsregio ondersteunt. Dat wil zeggen: die regelt de inzet van de brandweer (die bij het VUmc het water moest wegpompen), van de ambulances (die de patiënten vervoerden) en van de politie (die de wegen afzette om de ambulances vrij baan te geven). Alleen zodra de problemen verergeren wordt er een gemeentelijk beleidsteam gevormd en neemt de burgemeester de leiding over. Dat heet in het jargon GRIP 3 – maar zover is het noch in Amersfoort noch in Amsterdam gekomen.

Wat waren de lessen van de ontruiming van de Lichtenberg die Van Dam en Schouwerwou aan andere ziekenhuizen hebben doorgegeven? Schouwerwou: „Houd de functies die je medewerkers toebedeelt in crisissituaties dicht bij de bezigheden die ze in het dagelijks leven uitvoeren. Laat de dokters besluiten nemen. Schakel de verpleegkundigen in voor de begeleiding.” Specialisten belden zelf naar de familie van hun patiënten om te zeggen waar ze terecht waren gekomen en hoe ze hen konden bereiken.