Werkgevers doen weinig voor flexibele werknemers

Werkgevers doen moeite voor vast personeel, ook voor de ouderen. Maar dus níét voor flexwerkers, blijkt uit onderzoek van het SCP.

Foto Thinkstock

De werkgevers in Nederland doen het helemaal anders dan het kabinet-Rutte II zo graag wil: ze nemen steeds vaker flexibele werknemers aan die geen zicht krijgen op een vaste baan, ze doen steeds minder aan scholing van hun personeel en ze vinden het minder belangrijk om mensen die moeten vertrekken, te helpen bij hun zoektocht naar een andere baan.

Dat blijkt uit een langlopend onderzoek door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), Vraag naar Arbeid, waarvan de resultaten vandaag worden gepubliceerd.

Uit de studie blijkt ook dat bedrijven niet erg bereid zijn om gehandicapten aan werk te helpen, ook al hebben de werkgevers beloofd om de komende jaren 100.000 gehandicapten in dienst te nemen – anders worden ze door een wet verplicht om dat te doen.

Maar 9 procent van de ondervraagde werkgevers dat een belangrijk thema in het personeelsbeleid. Bij de werkgevers in het onderwijs is de belangstelling daarvoor het geringst (3 procent). Ook neemt de wil onder werkgevers af om niet-westerse allochtonen aan te nemen – zo’n 9 procent vindt dat van belang, in 2011 nog 12 procent – en om vrouwen te benoemen in leidinggevende functies (14 procent nu, 18 procent in 2011).

Flex in tijden van crisis

Als je droomt van een „fatsoenlijke arbeidsmarkt”, zoals minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA), dan zijn deze uitkomsten een nachtmerrie. Van de Wet werk en zekerheid die in juli is ingegaan is het de bedoeling dat flexibele medewerkers sneller een vaste baan krijgen. Door die wet wordt het makkelijker om personeel te ontslaan, maar het is dan wel de bedoeling dat bedrijven de kansen van hun medewerkers op de arbeidsmarkt vergroten door bij- of omscholing.

Het SCP onderzoekt de houding van werkgevers sinds 1989 en publiceert de resultaten om de twee jaar. Er doen 2.800 bedrijven mee, grote en kleine, representatief voor de sectoren in Nederland. De studie van nu gaat over 2013 en 2014 en laat dus nog niet zien welk effect de betere economische omstandigheden kunnen hebben op de bereidheid van ondernemers om meer mensen in vaste dienst te nemen. Wat er wél uit blijkt: een duidelijke trend naar meer en meer flexibel personeel. Onderzoeker Patricia van Echtelt: „En we zien dat werkgevers het minst bereid zijn om te investeren in hun tijdelijke arbeidskrachten. Al is dat de groep die dat het hardste nodig heeft in een tijd van crisis.”

Oud en te duur

In het sociaal akkoord uit 2013 hebben werkgevers en vakbonden afgesproken dat scholing belangrijker wordt, omdat het voor een hele bedrijfssector nuttig is als werknemers goed zijn opgeleid. Van Echtelt: „Individueel maken werkgevers toch de afweging: levert het voor mij wat op als ik dat doe? Bij mensen met langdurige contracten ligt dat anders. Dan denkt de werkgever: ‘Ik moet ervoor zorgen dat hij productief blijft’.”

Uit het onderzoek blijkt ook weinig bereidheid van werkgevers om ouderen in dienst te nemen. „Maar als ze al binnen zijn, zorgen ze goed voor hen”, zegt Van Echtelt. Steeds meer werkgevers vinden het belangrijk dat ouderen langer kunnen doorwerken: voor 40 procent van de ondervraagden is het een prioriteit in het personeelsbeleid. In 2003 noemde bijna een kwart van de werkgevers met ouder personeel het nog „onwenselijk” dat mensen na hun zestigste bleven werken, de afgelopen jaren nog maar 13 procent. Maar de helft vindt het nog steeds geen goed idee om werknemers te hebben van boven de 65.

En er is een klacht die sterker wordt: meer werkgevers vinden dat ouderen te veel kosten voor de productie die ze leveren. In 2009 vond 19 procent van de werkgevers dat, in 2013 en 2014 25 procent. Toch krijgen oudere werknemers,sinds 2005 steeds minder voordelen als extra vrije dagen of aangepaste werktijden. Maar ouderen een lagere functie geven Dat doet nog steeds bijna geen enkele werkgever.

    • Petra de Koning