Stokebranden bij de PvdA

De PvdA moet natuurlijk zelf weten of zij aan zelfdestructie doet – de wijze waarop diverse kopstukken op het ogenblik publiekelijk met elkaar omgaan, lijkt daarop. Partijvoorzitter Hans Spekman wees zaterdag in de Volkskrant minister Jet Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) terecht: zij zit volgens hem in het kabinet „net te veel aan de kant van de VVD”. In dat vraaggesprek bleek vooral dat Spekman helemaal niet dichtbij de VVD, „onze ideologische tegenpool”, wil blijven.

Felix Rottenberg, voorzitter van de partijcommissie die de kandidatenlijst voor de toekomstige Tweede Kamer samenstelt én het profiel voor de lijsttrekker opstelt, gaat deze week in Vrij Nederland een flinke stap verder. Hij zet partij- en fractieleider Diederik Samsom neer als „de bedrijfsleider van het kabinet” en kwalificeert vicepremier Lodewijk Asscher juist als de lijsttrekker die de idealen van de PvdA op een overtuigende manier zou kunnen uitdragen.

Voor de goede orde: de nieuwe verkiezingen voor de Tweede Kamer staan pas voor maart 2017 op de agenda.

Deze aanval op de partijleider kwam Rottenberg op een schrobbering van Spekman te staan: het was „stom en fout”. Voormalig partijvoorzitter Michiel van Hulten meent zelfs dat de positie van Rottenberg, zelf ook een oud-partijvoorzitter, onhoudbaar is.

Als gezegd: dit gekrakeel is vooral een zaak waar ze bij de PvdA maar zelf moeten zien uit te komen. Ware het niet dat zulke stokebranden hun vuur soms verder verspreiden, en zo komt ook de positie van het kabinet-Rutte II, van VVD en PvdA, in het geding.

Dit kabinet kwam er doordat Samsom het als PvdA-lijsttrekker bij de verkiezingen aanzienlijk beter deed dan peilingen lange tijd voorspelden en de uitslag verder weinig andere keuze liet dan dat de tegenpolen PvdA en VVD met elkaar een regeerakkoord gingen sluiten. Dat waren „overhaaste en ondoordachte onderhandelingen”, zegt Rottenberg nu.

Maar, ter herinnering: op zaterdag 3 november 2012 stemde het PvdA-congres niet juichend maar wel massaal met dit regeerakkoord in. Daarna begon het kabinet-Rutte/Asscher met de uitvoering ervan, inclusief de concessies die VVD en PvdA wederzijds aan elkaar hebben gedaan. Met alle, vooraf bekende, pijnlijke gevolgen van dien. En ook met het economisch herstel dat zich nu aandient.

Dit kabinet rust op een wankele basis: geen meerderheid in de Eerste Kamer en steeds minder steun in de Tweede Kamer. Dat het toch nog lang niet uitgeregeerd kan zijn, bewijst de weerbarstige actualiteit: vluchtelingen, Griekenland. Het is niet te hopen dat intern partijoproer het kabinet in een onmogelijke positie brengt.