Elk onthaal zegt iets over het verlangen van de ontvanger

Af en toe reis ik naar een verbouwd klooster in het noorden van Frankrijk waar je in stilte kunt werken. Het is een provisorische commune, ‘fluïditeit’ is het motto en iedereen komt en gaat. De laatste keer dat ik daar kwam, vloog een onbekende vrouw mij om de hals. „Wat leuk dat jij er bent”, riep ze. Ze zat al een paar maanden in het klooster aan een fantasytrilogie te werken en had al weken geen Nederlander gezien. Ze zei: „Wat leuk dat jij er bent”, maar ze bedoelde: wat fijn om weer eens een Nederlander te spreken.

Ineens werd mijn zijn gevuld met mijn nationaliteit. Een specifiek element aan mij, iets waar ik niets aan kon doen of veranderen, riep onvoorwaardelijk enthousiasme op. Dat onpersoonlijke, bijna willekeurige: dat vond ik prettig. Ik ben er niet aan gewend om zo expliciet op slechts één onderdeel van mijn identiteit te worden beoordeeld.

Natuurlijk word ik weleens op bepaalde kwaliteiten of mankementen aangesproken. In de winkel ben ik alleen consument, in het park ben ik alleen een hardloper en in het verkeer ben ik alleen die arrogante Amsterdammer die een toerist afsnijdt met de fiets, maar geen van die eigenschappen pint mij vast. Ze classificeren me in het moment, maar ze achtervolgen me niet.

Wanneer ik op de fiets zit, word ik niet meer als hardloper gezien. Om eerlijk te zijn ben ik soms jaloers op vrienden met een ‘onderscheidend’ kenmerk. Zo zie ik dat mijn Joodse vrienden uit New York overal ter wereld direct een gemeenschapsgevoel weten op te wekken. Wanneer ze ergens nieuw zijn, gaan ze naar de plaatselijke synagoge. Ze voeren rituelen uit met vreemden, vermijden onderlinge verschillen, en treffen elkaar in het bekende. Gedwongen onthechting zorgt voor verbinding.

Op het nieuws waren de afgelopen dagen arriverende treinen te zien. Op het station stonden mensen te klappen, ze droegen spandoeken: Welcome to Germany. Elk onthaal – of het nu om gejuich of boegeroep gaat – zegt iets over het verlangen van de ontvanger. Wat dreef dit publiek tot een staande ovatie op het perron? Is het compassie, schuldgevoel, vereenzelviging, een poging de anti-Ander-protesten te compenseren?

Hoe dan ook werden de mensen die uit de trein kwamen onthaald om één deel van hun identiteit: die van vluchteling. Ze vertrokken met namen, huisnummers, favoriete recepten, schooldiploma’s – details die niet opvallend of kenmerkend waren maar gewoon bij het leiden van een leven horen. Ze arriveren als groep.

Waar ik het fijn vind om in het ‘klooster’ te komen en plotseling op één simpel element van mijn bestaan te worden aangesproken en onthaald, kan ik me voorstellen dat het in de ‘reguliere’ samenleving beperkend voelt om op één kenmerk te worden beoordeeld.

Bovendien zorgt gedwongen onderlinge verbinding uiteindelijk voor onthechting van de rest.

    • Simone van Saarloos