Willem Dreeslezing in gevaar

Hij is ’s lands meest vermaarde naoorlogse premier en geldt als grondlegger van de verzorgingsstaat. Terecht dus dat er een lezing is vernoemd naar Willem Drees (1886- 1988). Grote namen als Wim Kok, Ruud Lubbers, Daniël Cohn-Bendit en Mark Rutte spraken hem uit.

Maar daar komt nu een einde aan. De 25ste Willem Dreeslezing, eind deze maand in de Oude Zaal van de Tweede Kamer, is hoogstwaarschijnlijk de laatste. De reden: geldgebrek. De belangrijkste geldschieter, het fonds van de SNS Bank, houdt er volgend jaar mee op. Nieuwe sponsoren zijn er niet.

Het lot van de Dreeslezing is illustratief voor het uiteenvallen van de ‘rode familie’. Eerder haakte de FNV al af als sponsor, nu dus ook de voormalige vakbondsspaarbank SNS. De enige overgebleven sponsor is nu de gemeente Den Haag, die 7.000 euro per jaar bijdraagt aan het evenement. „Dat is onvoldoende om de lezing op niveau te houden”, zegt Simon van Driel, voorzitter van het bestuur. „We hebben een website, moeten uitnodigingen drukken en de genodigden willen ook een hapje en een drankje. En als je een buitenlandse spreker wil, ben je zo een paar duizend euro verder.”

Er is één troostrijke gedachte voor Drees-adepten. De waarschijnlijk laatste lezing zal worden gehouden door verre opvolger van Drees als minister van Sociale Zaken: PvdA’er Lodewijk Asscher.