Liquidaties door Britse staat gaan ook Nederland aan

De liquidatie zonder enige vorm van proces van twee Britse IS-strijders in Syrië door een Britse drone voorspelt weinig goeds. Was dit een legitieme oorlogshandeling tegen gevaarlijke terroristen of een buitengerechtelijke executie door de Britse overheid, louter op gezag van de geheime dienst? Dergelijk handelen raakt de kern van de rechtsstaat die juist draait om bescherming tegen de almacht van de staat. En dat is weer de belangrijkste waarde die wij en onze bondgenoten verdedigen, tegen het kalifaat. Glad ijs dus.

Dat gisteren een premier van een Europese bondgenoot in zijn parlement zo’n liquidatie verdedigde, brengt dit precedent politiek dichterbij. Er zijn immers ook Nederlandse IS-strijders, onder meer in Syrië en Irak. En Nederland is militair betrokken, in de lucht, zij het alleen boven Irak. Strafrechthoogleraar Ybo Buruma wees er in 2011 in het Nederlands Juristenblad al op dat een beleidsmatige aanvaarding van liquidaties door bondgenoten Nederland dwingt tot standpuntbepaling. Mogen Nederlandse militairen er straks aan meedoen? Premier Rutte is met zijn herhaalde uitspraak over Nederlandse moslimstrijders die „beter daar kunnen sneuvelen” mentaal al half op weg om ze er een handje bij te helpen.

Dat het oorlogsrecht niet is toegesneden op de ‘asymmetrische oorlogen’ van nu is echter ook waar. Er is geen zekerheid meer over de locatie van de frontlinie, staatsstructuren, het onderscheid tussen burger of soldaat. Dat leidde al eerder tot gevaarlijke inbreuken op rechtsstatelijke principes. Na de aanslagen van 9/11 in New York en Washington grepen de VS en hun bondgenoten naar clandestiene ontvoeringen en marteling bij verhoren. Liquidaties met drones boven Jemen, Afghanistan en Pakistan door de VS zijn al bijna routine. Als politiek wapen waren liquidaties al bekend uit Zuid-Amerika door doodseskaders, door de CIA in de Vietnam-oorlog, door Rusland in Tsjetsjenië en door Israël in de bezette gebieden.

Cameron verdedigde zich gisteren met het universele recht op zelfverdediging uit het VN handvest. Er zou sprake zijn geweest van een onmiddellijk dreigend gevaar dat niet anders voorkomen kon worden. Of dat werkelijk zo was moet de Britse burger maar van hem aannemen. De premier liet het bij de mededeling dat het tweetal bezig was met ‘planning and directing’ van gewapende aanvallen tegen het Verenigd Koninkrijk en zijn bondgenoten. Die aanvallen waren „deel van een reeks reële en voorkomen aanslagen”. Dat is behoorlijk vaag. Wanneer is iemand nu precies een legitiem doelwit om op te blazen? Een strenge maatstaf ontbreekt. Verantwoording en toetsing staan in de kinderschoenen. Of schone handen haalbaar zijn, is zeer de vraag. Maar deze kant moeten we dus niet op.