Juncker in ‘State of the union’: dit is niet het moment voor angst

Onder luid applaus van het Europees Parlement heeft Jean-Claude Juncker vanochtend fel uitgehaald naar lidstaten die zich verzetten tegen verplichte quota bij de herverdeling van vluchtelingen. „Dit is niet het moment voor angst, maar voor ferme, gemeenschappelijke actie”, zei de voorzitter van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie.

Juncker sprak vanochtend in Straatsburg zijn eerste ‘State of the Union’ uit sinds zijn aantreden in september vorig jaar. „Ik ga het niet mooier maken dan het is: onze EU bevindt zich niet in een goede toestand”, zei de Luxemburger in een anderhalf uur durende speech. „Het ontbreekt aan Europa en aan Unie in deze Europese Unie.”

Hij ontvouwde eerder uitgelekte plannen om de huidige migratiecrisis het hoofd te bieden: in totaal moeten lidstaten, op basis van verplichte quota, eenmalig 160.000 vluchtelingen uit Syrië en Eritrea onderling herverdelen, om Hongarije, Italië en Griekenland, waar de meeste migranten arriveren, te ontlasten. Juncker wil dat hier maandag, tijdens een ministeriële top over migratie, al overeenstemming over wordt bereikt. Ook pleitte hij voor een permanent ‘relocatiemechanisme’ in de Europese Unie en voor een hulpfonds van 1,8 miljard euro voor onder meer armoedebestrijding in Noord-Afrika.

Het verplichtende karakter van al deze plannen ligt moeilijk, vooral in Oost-Europese lidstaten. Maar in de afgelopen maanden is gebleken dat vrijwillige quota niet werken. Juncker noemde de EU „een continent waar iedereen wel eens migrant is geweest” en refereerde aan de vele episodes in de Europese geschiedenis waarin mensen op de vlucht waren voor geweld en oorlog. „Zijn we dat dan vergeten?”

Volgens Juncker kan de Europese Unie niet „het leed van de hele wereld” op zich nemen, maar hij vroeg wel om de zaken in perspectief te zien. De huidige vluchtelingenstroom beslaat volgens hem 0,11 procent van de Europese bevolking. „In een land als Libanon, dat eenvijfde van onze welvaart kent, gaat het om 25 procent van de bevolking.’’

    • Stéphane Alonso