Jarig Muziekgebouw klom uit het dal

Vier jaar geleden ging het bijna mis; het Muziekgebouw dreigde een congresfunctie te krijgen. Nu jubileert en groeit de zaal.

Het Muziekgebouw aan het IJ viert dit weekeinde zijn tienjarig bestaan. Foto Peter Brom

Het is een state-of-the-art concertzaal, daar aan de zuidoever van het IJ. Een gebouw met een zaal waarvan de nagalmtijd (oplopend tot 3,5 seconden) naar smaak te reguleren is. Een zaal voor de 21ste eeuw, een toegankelijke tempel voor eigentijdse kunstmuziek en huiskamer voor de Nederlandse ensembles. 60 miljoen kostte het Muziekgebouw aan ’t IJ, de droom van wijlen Jan Wolff, oprichter en oud-directeur, die waarheid werd.

Dit weekeinde viert het Muziekgebouw aan ’t IJ zijn tienjarig bestaan met een jubileumfestival. Geheel in stijl: zo is er onder meer een wereldpremière van ‘Componist des Vaderlands’ Willem Jeths en een concert genaamd Weeshuis van de Nederlandse Muziek, waarin vergeten hedendaagse muziek te horen is.

Dat het de tien jaar heeft gehaald, is een opluchting voor wie de zaal een warm hart toedraagt. Al voor de eerste paal de grond in was, stond het gebouw onder druk. Onder meer vanuit de Amsterdamse Kunstraad was er twijfel of de exploitatie op de langere termijn wel haalbaar was.

Vier jaar geleden was het echt crisis. De Amsterdamse cultuurwethouder Carolien Gehrels (PvdA) suggereerde dat het Muziekgebouw misschien maar moest fuseren met het Concertgebouw. Er waren bezuinigingen op komst (de gemeente zou het gebouw vanaf 2013 met een half miljoen korten) waarbij niet alleen het gebouw zou worden getroffen, maar ook de ensembles die ervan gebruikmaken. Sommigen vreesden dat het gebouw, op een a-locatie en eigendom van de gemeente, een congresfunctie zou krijgen.

Van directeur Tino Haenen werd afscheid genomen, er moest meer worden ingezet op cultureel ondernemerschap. Grootste punt van zorg: de zaalbezetting. Die bleef in de beginjaren behoorlijk achter. In 2006 was de bezettingsgraad 45 procent. En zo groot is de Grote Zaal nou ook weer niet: er zijn 725 zitplaatsen. De Kleine Zaal heeft er 100.

Hoe is het daar nu mee gesteld? Aanzienlijk beter, laten de cijfers zien. De zaalbezetting zat in 2014 op 60 procent: het complex ging van 90.000 bezoekers (inclusief educatieprojecten) in 2006 naar 132.500 in 2014, terwijl het aantal concerten opliep van 235 naar 300. Daarbij kwamen er afgelopen jaar nog eens 20.000 bezoekers voor zakelijke evenementen. Het percentage eigen inkomsten steeg door de zakelijke verhuur en hogere recette van 33 naar 47 procent.

Hoe is de stijging te verklaren? Volgens algemeen en artistiek directeur Maarten van Boven wordt beter geluisterd naar de wensen van het publiek. „Zonder concessies te doen aan het artistieke profiel: het Muziekgebouw is er in de eerste plaats voor muziek die je elders niet hoort”, zegt hij. „Maar we zijn rationeler gaan programmeren. In een serie met complexe moderne muziek mag ook best een avond Bach, al moet het dan een stuk zijn dat minder vaak of anders wordt uitgevoerd.”

Daarnaast probeert het Muziekgebouw meer verschillende doelgroepen aan te spreken en is de marketingafdeling versterkt. En, denken de directeuren, de bezoekers weten het Muziekgebouw nu gewoon beter te vinden. Zakelijk directeur Boudewijn Berentsen: „We bestaan nu tien jaar, maar dat is voor een concertzaal nog steeds heel jong. We zijn nog altijd in de ontwikkelingsfase.”