‘Ik kan zo honderd goede vrouwen noemen’

Bij veel grote bedrijven werken nog steeds weinig vrouwen in de top, blijkt uit onderzoek. Wij vroegen drie topvrouwen wat je daaraan kunt doen.

Frederieke Leeflang Foto Jalisa Oudenaarde

Het gaat niet goed met vrouwen in de top van het bedrijfsleven. Dat blijkt uit de Female Board Index, een onderzoek onder 84 beursgenoteerde bedrijven. Ondanks streefcijfers van het kabinet. Wat te doen?

We spraken daarover met drie vrouwen in de top van het bedrijfsleven: Frederieke Leeflang (46) lid van de raad van bestuur van advocaten- en notarissenkantoor Boekel, Manon van Beek (44), directeur van Accenture Nederland en Annemieke Nijhof (48), algemeen directeur van advies- en ingenieursbureau Tauw Group. Een van hen wordt op 24 september verkozen tot Topvrouw van het jaar. We spraken ze over de zoektocht naar goede vrouwen, over het nut van een diverse top, en die eeuwige vragen over werk en gezin.

De zoektocht

Van Beek: „Ik kan zo honderd goede vrouwen noemen, maar bij sommige bedrijven bestaat er oprecht nog het idee dat ze er onvoldoende zijn. Dwing jezelf vrouwen in je vizier te krijgen. Als wij een nieuwe functie in de top gaan invullen, dan kíjk ik niet eens naar lijstjes waar niet minstens drie of vier van de tien mensen vrouw zijn.”

Nijhof: „Tot kort geleden hadden we bij Tauw alleen mannelijke commissarissen. Daar heb ik twee boze brieven over gehad van Jet Bussemaker van Emancipatie. We hebben een bedrijf, &samhoud women, gevraagd om te helpen zoeken. Zij hebben een netwerk van topvrouwen en vonden verschillende kandidaten. Uiteindelijk hebben we zelfs niet één, maar twee vrouwen aangesteld. We konden niet kiezen.”

Leeflang: „Een initiatief als de topvrouwendatabase, die door minister Bussemaker is opgezet, kan helpen. Die is bedoeld voor bedrijven die op zoek zijn naar vrouwen in de top. Zoiets begint klein, maar ik denk echt dat dat een verschil gaat maken. Zelf word ik ook best vaak gebeld: weet jij nog iemand?”

Een duwtje in de rug

Leeflang: „Rolmodellen zijn belangrijk. Voor mij is dat Els Swaab, voormalig bestuursvoorzitter van Boekel. ‘Natuurlijk zit je hier om carrière te maken’, zei ze tegen me. Er zijn momenten dat je een duwtje nodig hebt. Zelf probeer ik dat ook te doen. Vandaag werd ik door iemand gebeld die vroeg of ik haar mentor wilde zijn. Ze wilde af en toe iets aan me kunnen vragen, of een broodje eten. Natuurlijk kan dat.”

Van Beek: „Toen ik zwanger was van mijn eerste dochter, dacht ik dat ik het wel even kon vergeten. Maar toen ze net één was, heb ik juist een grote promotie gemaakt. Het is belangrijk dat mensen kijken naar wat je wel doet en kunt, in plaats van wat je even niet doet. Wat is een paar maanden zwangerschapsverlof op een carrière?”

Nijhof: „De onzekerheid – ‘kan ik dit wel?’ – waar veel vrouwen last van hebben is vaak misplaatst. Mijn eerste stap naar leidinggeven was op mijn 28ste. Ik werkte toen ook bij Tauw en deed een MBA-opleiding. Ik sprak regelmatig met de directeur. Toen zei hij: als je toch overal commentaar op hebt, waarom ga je het dan niet zelf doen? Bij een ander team was een vacature. Maar, zei ik, ik weet niets van het vakgebied. Ik heb mijn opleiding nog niet afgerond. Ik ben de jongste daar. Maar hij zei me dat hij er vertrouwen in had dat ik dat kon. Niet iedereen stond er zo voor open, trouwens.”

Het nut van een diverse top

Nijhof: „Je moet op zoek naar andersdenkenden. Diversiteit is ontzettend belangrijk. Dat begint bij geslacht, maar gaat veel verder: ook andere culturen en achtergronden. Zo voorkom je dat iedereen in polonaise achter de leider aan gaat.”

Van Beek: „In onze directie zitten nu vijf mannen en vijf vrouwen. Ik merk dat aan de discussies, die zijn scherper, directer, langer. Diversiteit is niet altijd makkelijker, maar uiteindelijk maak je zo betere beslissingen, daar ben ik van overtuigd.”

Werk-privé

Van Beek: „Ik heb geleerd: als je weggaat van kantoor, verontschuldig je dan niet. Gá gewoon. Geen schuldgevoel. Je wordt afgerekend op resultaten. Denk daarnaast goed na over je inner circle. Sommige mensen, mensen die wilden bepalen wat goed is voor mij, hou ik nu meer op afstand.”

Leeflang: „Het is vaak een automatisme: dat we vragen aan vrouwen die kinderen hebben gekregen of ze het niet wat rustiger aan zouden doen. Bizar vind ik dat. Ik heb twee kinderen, maar ik heb ook bewust gekozen voor een carrière. Dan sta je niet altijd aan het schoolplein. Je ziet niet alle eerste stapjes. De sociale druk is soms groot – zeker voor jonge moeders. Maar mijn kinderen zeggen weleens tegen me dat ze weten dat ik op deze manier op mijn gelukkigst ben, rustig aandoen is niets voor mij.”

    • Geertje Tuenter