Ik ga een beetje lol trappen bij ProRail

Volgens de pas aangetreden topman van ProRail heeft de spoorbeheerder „een uiterst magere, misschien wel een slechte” reputatie. „We zijn niet scherp genoeg, niet alert genoeg. Ik moet steviger taal gaan gebruiken.”

Pier Eringa: „ProRail is zwaarder in de mond dan je zou denken.” Foto Lars van den Brink

Pier Eringa heeft weinig vragen nodig. De nieuwe baas van spoorbeheerder ProRail, aangetreden in april, spreekt graag en snel. Hij is kritisch over zijn bedrijf en wil veel veranderen: „Er is hier te weinig plezier”. Als hij praat over leiderschap gebruikt hij voorbeelden uit zijn eerdere levens als korpschef bij de politie en als ziekenhuisbestuurder.

In zijn werkkamer in de Inktpot, het monumentale gebouw naast Utrecht Centraal, hangt een Friese tegelwijsheid: De boer moat sels de teije ha, De boer moet zelf de teugels in handen hebben. „Daar zit iets in van mijn boerenafkomst, en van mijn Friese afkomst. Ik geloof daarin: je kunt heel veel uit handen geven, maar uiteindelijk moet je zelf de leiding hebben.”

Een paar uur nadat Eringa’s benoeming in januari bekend werd, werden al Kamervragen gesteld over zijn salaris. Hij verdient 207.000 euro, exclusief vergoedingen. Minder dan het wettelijk vastgelegd maximum van 230.000 voor publieke bestuurders, maar 19.000 meer dan de 188.000 euro uit het bezoldigingsbesluit van staatsbedrijf ProRail. Staatssecretaris Wilma Mansveld (Milieu & Infrastructuur, PvdA) verdedigde de verhoging: de complexe opgave waar ProRail voor staat „stelt hoge eisen aan de functie van president-directeur”.

Met 4.000 werknemers en een omzet van 2,3 miljard euro leidt Eringa de vernieuwing en het onderhoud van het spoor, inclusief stations. Bij problemen op het spoor krijgen vervoerder NS en beheerder ProRail de schuld.

Waarom wil iemand de baas worden van een bedrijf waar altijd kritiek op is?

„Ik ben een idealist, en ook wel een beetje een competitiedier. En ik vind het lekker om dingen voor elkaar te krijgen. ProRail heeft een uiterst matige reputatie, misschien wel een slechte reputatie. Die wil ik ombuigen.”

Hoe gaat u dat doen?

„Door een hele duidelijke prioriteit: zorgen dat treinen niet stil komen te staan. En als ze toch stil komen te staan, moeten ze als de sodemieter weer gaan rijden. Ik kan niet beloven dat er deze winter geen enkele wissel vast komt te zitten door nachtvorst, of dat er in de herfst geen blaadjes zullen vallen. Maar wel dat de inspanning vooraf maximaal is geweest, en dat we er heel snel bij zullen zijn als er iets gebeurt.”

Uw ambitie is een betere reputatie van ProRail?

„Ja, dat is een persoonlijke drijfveer. Niet voor eigen eer en glorie, maar om er voor te zorgen dat de mensen hier trots worden op het bedrijf en dat uiteindelijk de samenleving van ProRail gaat houden. Dat is mijn ambitie, en daar heb ik twee à drie jaar voor nodig. Mensen hier zeggen: dat lukt je niet. Maar ik zal ze laten zien dat het wel kan. Het is helemaal niet zo ingewikkeld, want er gebeuren nu al gigantisch mooie dingen. De punctualiteit is indrukwekkend, boven de 90 procent. De laatste tien jaar zijn er 37 prachtige nieuwe stations gebouwd.”

Waarom ziet de samenleving dat niet?

„Dat vraag ik me ook af. Waar zijn de credits gebleven voor ProRail? Ik weet het wel. Die zijn onder de tafel geveegd door gekluns bij ons werk aan het spoor. Mag Pier gekluns zeggen? Ja, dat mag ik zeggen. We zijn niet scherp genoeg, niet alert genoeg. De afstemming met partijen waar we mee samenwerken – NS, aannemers, gemeentebesturen – is onvoldoende. We zijn behoorlijk prutserig en naïef in het managen van onze stakeholders.”

Eringa noemt twee recente voorbeelden. Over het nieuwe stationsgebied in Assen zei ProRail dat het in 2016 klaar zou zijn. Dat wordt later, 2017. Gemeente boos natuurlijk. „Dat noemen we hier sportief plannen, daar houden we van bij ProRail. Je zou ook kunnen zeggen: veel te optimistisch. En niet realistisch.”

In Zevenaar ging het vorige week mis doordat het testen van nieuw spoor uitliep. „We hadden tegen de reizigers moeten zeggen: we hebben hier iets moois verricht en we hebben nog een week nodig om het allemaal goed te krijgen, dus het wordt even een lastige week. Maar nee, wij zeggen: mensen, de trein rijdt weer. Hoe onhandig kun je zijn?”

De aanhoudende storingen in de Schiphol-tunnel zijn geen kwestie van verkeerde communicatie.

„Ik was hier nog maar net twee weken en toen lag de Schipholtunnel er uit. Ik dacht: verdikke, dat is nou ook wat. Binnen een dag had ik een feitenrapportage. Dan zie je wat er allemaal misgaat. Goeiedag zeg. Dat gaat van een ladder in de tunnel laten liggen tot een verkeersleider die denkt: ik rij die storing er wel even uit. Er zit nu een team op, maar ik ben nog niet tevreden. Ik moet uitkijken dat ik zelf niet ook te hoge verwachtingen wek. Ik heb even nodig. Ik moet een wat steviger profiel laten zien dan ik eigenlijk zou willen.”

U zou eigenlijk vriendelijker willen zijn?

„Ja, ik vind het leuk om mensen te inspireren, te enthousiasmeren. Om de focus te leggen op de dingen die goed gaan. Bij de dingen die niet goed gaan ben ik nu zwaarder aan het interveniëren, ook op individueel niveau, dan ik zou willen. Mijn leidinggevende principe is: contact maken. Ik heb thuis twee trekpaarden, die bekap ik ook zelf. Ik moet voor elkaar krijgen dat ze het mij gunnen om mij hun voet te geven. Door contact te maken. Wat niet helpt is schreeuwen en schoppen. Bij mensen is het net zo: je krijgt ze in beweging door contact. Daarom begin ik altijd op een sympathieke manier. Maar ik merk nu, na vijf maanden, dat ik toch steviger taal moet gaan gebruiken.”

De verandering laat zich niet makkelijk afdwingen?

„ProRail is zwaarder in de mond dan je zou denken. Je hebt paarden, daar hoef je maar met je vinger de teugel aan te raken en ze gaan links- of rechtsom. Bij andere paarden moet je hard aan de teugels trekken om hetzelfde effect te bereiken, die zijn zwaar in de mond.”

Wat moet er veranderen bij ProRail?

„Er is te weinig plezier. Mensen nemen zichzelf heel serieus, of ze zitten er zwaar in. Ze hebben het gevoel: er wordt alleen maar over ons heen geplast. Daar worden mensen niet beter van. Ik geloof dat mensen beter worden als ze schouderklopjes krijgen, waardering, een bosje bloemen thuis. Ik geloof ook in ontspanning. In het ziekenhuis waren we heel fanatiek bezig, operaties enzo, en dan gingen we na afloop even lekker een broodje shoarma eten. Dat zit er hier niet zo in. Dat had ik ook wel verwacht: een ziekenhuis is een organisatie van vlees en bloed, dit is natuurlijk een techneutenbedrijf. Ik ga een beetje lol trappen bij ProRail. Een beetje spanning brengen, plezier. Misschien brengt dat wel heel veel.

„Wat hier ook moet gebeuren is emancipatie van het personeel. Bij ProRail zijn de mensen van de projecten de dikke deuren. Die bouwen stations en andere mooie dingen. Mensen van onderhoud hebben al een lagere status. En daaronder zit de verkeersleiding. Dat moet rechtgetrokken worden. Die verkeersleiders zijn net verpleegkundigen die tegen een dokter moeten kunnen zeggen: dokter, kunt u niet beter dat doen? De ene dokter zegt dan: dank voor het signaal. De ander zegt: waar bemoei je je mee? Die tweede categorie hebben we nog bij ProRail. Daarom zijn de verkeersleiders mijn vrienden. Daar geef ik een signaal mee af.”

Terug naar de buitenwereld. Eind juni maakte Eringa hardhandig kennis met de mediagevoeligheid van zijn baan, toen hij in een toespraak betreurde dat zelfdodingen vaak op drukke tijdstippen plaatsvinden. Zijn vermeende ongevoeligheid (Metro kopte: ‘ProRail-directeur: Graag springen na de spits’) leidde tot veel kritiek. „Ik moet dat handiger doen, maar ik blijf bij mijn punt. Er vallen evenveel treinen uit door een sein- en wisselstoring als door een zelfdoding. Dan kan het toch niet zo zijn dat ik als de sodemieter werk moet maken van die storingen en zelfdoding niet mag noemen?”

Ook bij een verdachte tas op een station of werkzaamheden aan het spoor mogen de veiligheidsregels wel een tandje minder, vindt Eringa. Het is niet altijd nodig de boel helemaal plat te leggen, zonder afbreuk te doen aan de veiligheid van reizigers of werknemers van ProRail. „Dit is linke soep voor mij, dit onderwerp. Mansveld zegt: Pier, zou je dat wel zeggen? Op Twitter word ik meteen platgeslagen: ‘Eringa zegt dat het te veilig is, hoeft niet meer’. Maar ik vind dat je het moet durven benoemen. Ik heb liever een veiligheidsregel die werkt en die niet tot op de honderdste procent nauwkeurig is, dan eentje die niet wordt nageleefd, omdat ie te streng is.”

Eringa’s voorganger, oud-topambtenaar Marion Gout-van Sinderen, vertrok in juli vorig jaar voortijdig. Formeel omdat ze zich niet kon vinden in een beoogde strakkere leiding vanuit het ministerie van Infrastructuur & Milieu, de enige aandeelhouder van ProRail.

Kunt u wel leven met die grotere bemoeienis van het ministerie?

„Ik ben zo dienstbaar als de pest. De taakverdeling tussen mij, de raad van commissarissen en het departement moet duidelijk zijn, maar ik zie het vooral als samenwerking. Geen grensgevechten, maar schouder aan schouder voor hetzelfde belang. Het gaat er om dat je je doel haalt.”

Wat houdt die strakkere aansturing eigenlijk in?

„Dat weet ik ook nog niet. Ik kan me voorstellen dat het departement alerter wordt. Wij moeten gevoelige thema’s, zoals aanbesteding, tijdig met ze bespreken, maar zij moeten niet wachten totdat wij komen. We gaan geen nare dingen meer over elkaar zeggen, de strijd moet niet via de media worden gevoerd. Overigens heeft het departement er geen belang bij om een te grote broek aan te trekken, want de Haagse capaciteit is beperkt.”

    • Mark Duursma