Faalt de kampioen dan faalt de vader

Billy Hope in ‘Southpaw’ is een traditionele filmbokser. Hij bewijst zich in de ring als man en als vader.

Net als Robert De Niro 35 jaar geleden in boksklassieker Raging Bull, onderging Jake Gyllenhaal als bokser Billy Hope in Southpaw een transformatie: hij trainde vijf maanden lang zes uur per dag om een imponerende spiermassa te kweken.

Bij boksfilms gaat het om fysieke details: calorieën, trainingsuren, bicepsomvang. Het genre bewondert ogenschijnlijk meedogenloze mannen die hun agressie kanaliseren en stoïcijns kunnen incasseren. Toch draait het uiteindelijk niet om spieren, maar om de ziel, om met boksfilm Body and Soul te spreken. Boksfilms hebben altijd een morele dimensie: de bokser moet essentiële vragen beantwoorden waarop hij totaal niet was voorbereid. Halverwege wordt hij met zijn persoonlijke zwaktes geconfronteerd, faalt hij, gaat hij knock-out. Waarna een groggy wederopstanding volgt en de bokser zich herpakt.

Boksfilms zijn een metafoor voor de Amerikaanse droom: door wilskracht en inzet kan een achterbuurtkind in een kast van een huis wonen, zoals Billy in Southpaw. Maar kampioen zijn is niet genoeg: ook buiten de ring moet de bokser eigenwaarde vinden. Die kan alleen een gezin hem geven: een echte man beschermt vrouw en kinderen. Faalt de bokser, dan faalt de vader.

De vraag wat een man is, vormt de kern van genrefilms. Ze beantwoorden die vraag elk op eigen wijze. De western doet dat mythisch: de held, vaak een outsider, herstelt de orde. De boksfilm doet het eerder bijbels. Daar draait het om persoonlijke verlossing: de held moet door een dal om zijn gezin te beschermen.

Billy Hope voldoet aan alle eisen van de filmbokser: een wees die zich met zijn vuisten richting roem, rijkdom en een comfortabel gezinsleven slaat. Tot zijn nemesis zich aandient, een jonge agressieve bokser. „First I have your bitch, then I have your belt”, dreigt hij. En hij maakt dat zelfs even waar: Billy moet zijn gebutste mannelijkheid hervinden wil hij zijn gezin terugkrijgen.

In essentie is Southpaw zo een remake van de The Champ (1931, 1979): Billy bokst om het respect van zijn kind te herwinnen. Een over the top-finale brengt alles samen: winnen, wraak en vaderschap. Maar met een prikkelende freudiaanse ondertoon: als Billy’s dochtertje de plaats van haar moeder inneemt, even fanatiek juichend als zij, slaagt Billy. Zijn lijden was niet voor niets: letterlijk in één klap is hij weer vader.

    • André Waardenburg