En zo begon het einde van Samsom

Er barstte een bom bij de PvdA, toen coryfee Felix Rottenberg de leider Samsom bekritiseerde. PvdA’ers probeerden de zaak gisteren te sussen, maar deze rel kan grote gevolgen hebben.

Stilzitten en hopen dat het zo snel mogelijk voorbijgaat. Dat is de stemming bij PvdA een etmaal nadat partijleider Diederik Samsom snoeiharde kritiek te verduren kreeg van oud-partijvoorzitter Felix Rottenberg. Het aantal PvdA’ers dat – zelfs off the record – over de kwestie wil praten, is op één hand te tellen. Samsom zelf heeft ook geen behoefte om te reageren. Hij richt zich liever op „het vluchtelingenvraagstuk” en „werkgelegenheid in Nederland”.

Dit is wat er gebeurd is. In een interview met Vrij Nederland, deze week, kwalificeert Rottenberg de PvdA- leider op weinig subtiele wijze. Samsom, zo zegt hij, is „de bedrijfsleider van het kabinet” – en dat bedoelt hij niet als compliment. Ook zegt Rottenberg dat vicepremier Lodewijk Asscher een goede PvdA-lijsttrekker zou zijn. Als kus des doods voegt hij daar nog aan toe dat Samsom „een ecologisch bewogen man” is „die zich zou kunnen ontwikkelen tot een geweldige minister van Duurzaamheid in een volgend kabinet”.

Nu hebben ze bij de PvdA wel vaker publiekelijk kritiek op elkaar. Maar Rottenberg is niet de eerste de beste: hij is voorzitter van de commissie die de kandidatenlijst samenstelt voor de Tweede Kamerverkiezingen. Technisch gesproken gaat hij niet over de lijsttrekker: die wordt gekozen door de leden. Maar als oud-partijvoorzitter geldt Rottenberg als partijprominent. Bovendien is hij intimus en leermeester van Asscher, die hem voorging als voorzitter van het wetenschappelijk bureau van de PvdA.

Velen zien in Asscher de leider

Veel PvdA’ers zien Asscher als toekomstig leider. De vicepremier kan iets wat Samsom blijkbaar niet kan: impopulair beleid uitvoeren zonder daar persoonlijk op aangekeken te worden. Als minister van Sociale Zaken heeft hij een duidelijk profiel ontwikkeld als strijder voor ‘goed werk’, en iedereen aan het Binnenhof erkent dat hij een buitengewoon begaafd politicus is. In peilingen komt hij consistent naar voren als een van de populairste PvdA’ers, terwijl Samsoms cijfers dramatisch zijn.

De afgelopen jaren hield Asscher elke speculatie over een toekomstig leiderschap af. Maar in kleine kring hebben ze in de PvdA opgemerkt dat de toon is veranderd: Asscher lijkt bereid de draai te maken. Als er een beroep op hem wordt gedaan, zo laat hij doorschemeren, zal hij moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen. En er lopen naast Asscher nog twee sterke kandidaten rond voor het PvdA-leiderschap: de burgemeesters van Rotterdam (Ahmed Aboutaleb) en Amsterdam (Eberhard van der Laan).

PvdA’ers probeerden gisteren de zaak te sussen. „Zo kennen we Felix nu eenmaal”, klonk het vaak. En inderdaad, de oud-partijvoorzitter heeft de reputatie van een ongeleid projectiel. Hij heeft vaker publiekelijk gehakt gemaakt van partijgenoten – bijvoorbeeld in 1993 met toenmalig fractievoorzitter Thijs Wöltgens. Zijn aanstelling als voorzitter van de kandidatencommissie veroorzaakte eerder al onrust in de PvdA-fractie. Door Rottenberg te vragen voor deze klus, nam partijvoorzitter Hans Spekman willens en wetens het risico op calamiteiten. Al verkondigde hij dit voorjaar nog in deze krant: „Ik ben ervan overtuigd dat Felix niet is wat zijn imago is.”

Gisteren liet Spekman weten dat hij Rottenbergs uitspraken „stom en fout” vond. „Je moet onbevooroordeeld zijn in deze functie”. Maar Rottenberg mag wel blijven als commissievoorzitter, want „van fouten kun je leren”. Hem nu wegsturen, zo klinkt het in de PvdA, zou alleen maar meer heibel veroorzaken – en we willen juist dat het snel weer rustig wordt.

Rottenbergs gevoel leeft

Sinds het aantreden van Rutte II leed de PvdA drie grote nederlagen bij tussentijdse verkiezingen. De strategie van de partijtop was telkens: niet terugblikken, doorgaan, hopen op betere tijden. Drie keer bleef het voor PvdA-begrippen rustig in de partij. Maar het zou best kunnen dat na Rottenbergs uitspraken de geest niet meer teruggaat in de fles.

Rottenberg verwoordt namelijk een gevoel dat breed leeft in de PvdA, van het kader tot in de partijtop: met Samsom stevent de PvdA onherroepelijk af op een verpletterende nederlaag bij de volgende verkiezingen. Zijn snelle keuze voor een coalitie met de politieke vijanden van de VVD wordt hem nog altijd – en in steeds heviger mate – nagedragen.

En dus kan het zijn dat er een vroegtijdig einde komt aan Samsoms partijleiderschap. Belangrijk is wat de andere leden van de partijtop achter de schermen zullen doen. Spekman en minister Dijsselbloem (Financiën) hebben Samsom tot nu toe altijd gesteund. Ook Asscher gold tot nu toe als uiterst loyaal.

Het waarschijnlijkste scenario luidde de afgelopen jaren als volgt: Asscher wordt pas partijleider als Samsom zelf terugtreedt – bijvoorbeeld na de volgende verkiezingen. Maar wat als dat moment nou eens eerder zou komen?

    • Tom-Jan Meeus
    • Thijs Niemantsverdriet