Een ronselgetuige die alles bij elkaar verzon. Zegt hij

Ahmed ging om met radicale moslims. Nu is hij een soort kroongetuige in het ‘ronselproces’ dat maandag begon. „Om vrij te komen ben ik gaan meepraten met de recherche.”

Ahmed (niet op de foto) zegt dat hij is „gehersenspoeld” door de „extremisten” met wie hij vroeger omging. Foto Phil Nijhuis / HH

Ahmed wiebelt zenuwachtig heen en weer. Hij is dom geweest, zegt hij. Heel dom. „Als ik wist dat dit zou gebeuren...” Hij aarzelt. „Dan had ik gewild dat ik die broeders nooit had gekend.”

Zonder dat hij het wil, is Ahmed S. (22) de belangrijkste getuige van het Haagse ronselproces dat afgelopen maandag is begonnen. Ahmed heeft als enige een belastende verklaring afgelegd over de vermeende ronselaars. Morgen wordt hij onder ede gehoord door de rechter.

Ahmed, kortgeschoren baardje, Marokkaanse Nederlander, werkt bij een visboer, is getrouwd en vader van een kind van zeven maanden. Belangrijker is dat hij lange tijd omging met de groep die justitie nu vervolgt als „terroristische organisatie”. Het waren zijn vrienden, vertelt hij op de bank in de Haagse flat van zijn ouders, waar hij woont om voor zijn oude vader te zorgen.

In dit huis wordt in februari 2014 ’s ochtends vroeg op de deur gebonkt. „Politie, opendoen!” Direct staat het appartement vol politieagenten. Het moeten er wel twintig zijn geweest, schat Ahmed. Hij krijgt te horen dat hij is aangehouden en wordt verdacht van ronselen.

Ahmed raakte in paniek. Vier jaar?!

Ronselen – dat woord heeft hij eerder gehoord. Op het journaal hoorde hij dat er vier jaar celstraf was geëist tegen een ronselaar uit Zoetermeer. Vier jaar. Staat hem dat ook te wachten? Alleen al van de gedachte raakt Ahmed in paniek. „Mijn lichaam trilde, zo bang was ik.”

Ahmed is op dat moment nog maar een paar jaar in Nederland. Hij groeit op in Den Haag, maar komt op de basisschool niet goed mee, zegt hij. Hij krijgt vmbo-advies. Zijn vader stuurt hem naar Marokko, in de hoop dat het daar beter gaat. Het blijkt tevergeefs. „Ik snap veel dingen niet”, zegt Ahmed er zelf over. „Als iemand bijvoorbeeld een grap maakt, moet ik daar pas vijf minuten later om lachen, omdat ik hem dan pas begrijp.” Hij heeft ook last van depressies en een angststoornis.

Terug uit Marokko krijgt hij contact met Haagse jongeren die volgens hem misbruik van hem maken. Ahmed vertelt dat ze vijf telefoonabonnementen op zijn naam zetten, waardoor hij een schuld van 2.500 euro opbouwt. Ahmed: „Ik kan moeilijk ‘nee’ zeggen”. Diep in de financiële en psychische problemen vindt hij rond zijn negentiende rust in de islam. Hij laat een baard staan, gaat fanatiek bidden en doet een tulband om. Via het voetbal krijgt hij contact met een aantal jongens uit het Haagse netwerk dat nu terechtstaat. Hij gaat met ze naar lezingen in een Zoetermeerse moskee, voetbalt en eet met ze, doet mee met demonstraties.

Z’n vrienden vertrekken naar Syrië

Hij merkt dat veel vrienden naar Syrië vertrekken. Ahmed weet niet goed wat hij daarvan vindt. Zijn vriendengroep was van mening dat hun broeders in Syrië geholpen moeten worden, zegt Ahmed. „Bijvoorbeeld door geld in te zamelen voor vluchtelingen. Ze waren niet voor terrorisme.”

Dan wordt Ahmed aangehouden. Twee rechercheurs verhoren hem over een tas met geld die hij heeft gekregen van een man uit het netwerk van zijn vrienden. Het geld was bestemd voor een minderjarig meisje dat naar Syrië wilde. Ahmed vertelt de politie dat hij het geld niet aan het meisje heeft gegeven, omdat hij de zaak niet vertrouwde. En hij vertelt nog iets: dat hij is „gehersenspoeld” door de „extremisten” waarmee hij omgaat. Zijn vrienden zouden terreurgroep IS verheerlijken en hem jihadistische filmpjes laten zien, verklaart hij.

Door zijn verklaring wordt Ahmed in plaats van ronselverdachte opeens een soort ‘kroongetuige’ van justitie. Zijn aanklacht wordt geseponeerd, Ahmed komt vrij en krijgt bezoek van inlichtingendienst AIVD, die hem meerdere malen uithoort over het Haagse netwerk waartoe hij behoorde.

Maar ongeveer een jaar later komt Ahmed terug op zijn verklaring. Hij heeft het allemaal verzonnen, zegt hij. Zijn vrienden lieten hem nooit jihadfilmpjes zien, ze hebben hem nooit gehersenspoeld. Dat zei hij alleen maar om zelf buiten schot te blijven. „Ik wilde daar weg, was bang voor een lange straf”, zegt hij. „Om vrij te komen ben ik gaan meepraten met de recherche. Als de recherche vroeg: ‘Hebben zij je gehersenspoeld?’ zei ik: ‘Ja, zij waren het’. Omdat ik dacht dat zij dat wilden horen.”

Het OM zegt: de verklaring blijft staan

Toch hecht het OM wél waarde aan Ahmeds belastende verklaring, die mogelijk van cruciaal belang is voor het proces. Justitie vermoedt dat hij onder druk is gezet door zijn voormalige vrienden om zijn verklaring in te trekken. Ahmed heeft de politie al eens laten weten dat hij zich bedreigd voelt.

Nee, zegt Ahmed, hij voelde zich niet bedreigd. Ook dát heeft hij verzonnen. Omdat de politie zijn verklaring niet wilde intrekken, zei hij dat hij werd bedreigd, zodat ze de verklaring wel zouden intrekken. Hij wilde gewoon niet dat de Haagse verdachten last krijgen van zijn verzinsels.

Sinds zijn arrestatie heeft Ahmed afstand genomen van zijn vrienden. En van zijn extreme geloof, zegt hij. Hij is nog steeds moslim, maar bidt nauwelijks meer. „Vroeger keek ik neer op mensen zoals ik. Ik dacht: God heeft ons geschapen om hem te aanbidden, hoe kan het dat jij als moslim niet bidt?”

Nu heeft Ahmed geen behoefte meer aan het gebed. „Ik oordeel niet meer over anderen. Als iemand alcohol wil drinken, moet hij dat doen. Jouw leven is jouw leven, mijn leven is mijn leven.” Ahmed wil, zegt hij, „een normaal leven”.

    • Andreas Kouwenhoven