Een calamiteit, maar geen nood

Het VUmc in Amsterdam moest ontruimd worden: door een geknapte waterleiding liep het ziekenhuis vol water. Dus werden er 339 patiënten elders ondergebracht. Hoe ging dat? (Langzaam, maar best goed.)

Foto Paul van Riel/Hollandse Hoogte

De slotsom na een natte dag in het Amsterdamse VUmc: 339 patiënten moeten worden geëvacueerd uit het ziekenhuis na de overlast die het gevolg is van de gesprongen waterleiding. Zestig kunnen er naar huis, omdat hun gezondheidstoestand stabiel genoeg is. Ruim 270 anderen worden per ambulance vervoerd naar ziekenhuizen elders in Nederland. Een overzicht van de dag, van leidingbreuk tot evacuatie.

Omstreeks 07.00 uur

Een koppeling in de leiding van het openbare waternet begeeft het, op een straat die ligt tussen het academisch ziekenhuis VUmc en de Vrije Universiteit Amsterdam. Water spuit als een fontein omhoog en slaat een gat in het wegdek van vijftig vierkante meter groot en bijna twee meter diep. Twee geparkeerde auto kukelen het gat in. Water stroomt hard door de omliggende straten, honderden meters asfalt staan binnen tien minuten blank. „Je kon er over kajakken”, zegt een ooggetuige.

07.00-07.30 uur

Het VUmc heeft pech. Het ziekenhuis ligt lager dan de gesprongen leiding. Het water spoelt dus vooral richting hospitaal. De laagste verdiepingen – min een, min twee – stromen vol. Daar bevinden zich de keuken, kleedruimtes voor het personeel, stroomapparatuur en ook het ketelhuis, dat de warmte- en watervoorziening van het ziekenhuis regelt. Het VUmc schakelt uit voorzorg de stroomvoorziening uit en gaat over op noodstroom. Een geluk: het is nog geen half acht, de tijd waarop de operaties beginnen.

11.00-12.00 uur

Ketelhuis en waterpompen zijn fors beschadigd. Gevolg: het water bereikt de hogere verdiepingen niet of nauwelijks, er is geen garantie op schoon water en de verwarming werkt niet. De zorg is in het geding. Dus neemt het ziekenhuisbestuur een zeldzaam besluit: volledige evacuatie.

Honderden patiënten moeten worden overgebracht naar ziekenhuizen in de regio, zegt bestuursvoorzitter Wouter Bos even na het middaguur. Hij benadrukt dat het om een voorzorgsmaatregel gaat: patiënten zijn niet in direct gevaar.

14.00 uur

Uniek gezicht op de grote T-splitsing vlakbij het ziekenhuis: aan de ene kant dertig ambulances, twee rijen dik. Aan de andere zijde van de T: veertig politiemotoren. Samen een voetbalveld of zes aan publieke ruimte dat wordt bezet door hulpdiensten.

De ambulances komen van heinde en verre: van Kennemerland via Utrecht en Hollands Midden naar Haaglanden en Rotterdam Rijnmond. Soms vertrekt er één richting A10, telkens begeleid door drie motoragenten. Die leiden de weg naar het ziekenhuis. Handig want niet alle chauffeurs zijn thuis ‘in dit dorp’, zoals een Rotterdamse ambulancechauffeur glimlachend zegt. Sommige chauffeurs hebben er al een rit opzitten, naar het AMC, naar Almere. Anderen staan nog werkeloos in de rij.

14.30–16.00 uur

De evacuatie verloopt niet snel, maar oogt zorgvuldig. Telkens schuiven een paar motoragenten vanuit hun plek op de T-splitsing richting de ambulancehal in het ziekenhuis. Daar, onttrokken aan het oog, worden patiënten de ambulance in getild. Een coördinator van de politie roept de naam van het ziekenhuis naar de agenten – „AMC!” –, een paar minuten later rijdt de ambulance het ziekenhuis uit, en snellen de wachtende motoren richting A10. Patiënten die er ernstig aan toe zijn, zijn dus niet te zien.

Wel patiënten die op eigen gelegenheid naar huis gaan, zoals Paul Schouten (61) uit Ilpendam. Hij heeft een abces in zijn onderrug, lag een week in het VUmc. Nu zit hij in een rolstoel op weg naar zijn auto, vergezeld door vrouw en dochter. Over een aantal dagen moet hij zich melden bij de polikliniek van het VUmc. Schouten is zeer tevreden over de manier waarop het ziekenhuis hem onder deze omstandigheden behandelt. De liften deden het niet, hij moest vanaf de zesde verdiepingen traplopen naar beneden. Een verpleger liep met hem mee, vroeg elke verdieping hoe het ging. Schouten heeft medicijnen meegekregen voor een aantal dagen, en een „keurige lijst” met alle informatie nodig voor goed gebruik.

16.00-17.00 uur

Tegenover de logistieke orde staat de chaos van het water op verdieping min een, blijkt bij een bezoek onder begeleiding van een ziekenhuismedewerker. De gangen zijn nat, er ligt modder. Op een kruispunt van gangen zijn mannen aan het dweilen, er liggen pompen om het water weg te loodsen. Een verpleegkundige loopt rond op blote voeten en met de witte broekspijpen van zijn uniform opgerold tot aan de knie, omdat zijn broek doorweekt is. Zijn gewone kleren liggen in de kleedruimte, een souterrain onder verdieping min een. Maar in die kleedruimte staat het water een meter of anderhalf, twee hoog. Dus loopt hij in uniform het ziekenhuis uit, net als tientallen anderen.

17.00 uur

Tijdens de tweede persconferentie vertelt Wouter Bos over de voortgang: zestig of zeventig patiënten zijn al geëvacueerd, onder wie vijf hartpatiënten en een tiental pasgeboren baby’s die op de intensive care liggen.

Er is één bottleneck: de meeste liften werken niet, omdat de bodems van de liftschachten zijn ondergelopen. Het vervoer van patiënten naar beneden verloopt daarom „tergend langzaam”, zegt Bos.

Het VUmc zoekt naar versnelling: de brandweer helpt met tillen via de trappen, er staan mariniers paraat om te helpen. Zijn eerdere voorspelling, dat de evacuatie tot middernacht zou duren, noemt hij te optimistisch. Hij durft eigenlijk geen tijd meer te noemen. Gaan de geëvacueerde patiënten eigenlijk weer terug naar het VUmc? Bos weet het niet. „We hebben eerst een paar problemen op te lossen.”

    • Ingmar Vriesema