Column

De varkensboer wil minder varkens

De varkensboeren, wie denkt er aan hen? In de jaren zestig waren er 40.000 in Nederland, nu zijn er nog 5.000. Dat is op zich niet erg – aan vlees geen gebrek. Wel dat maar 20 procent van het bedrijf kan leven, de rest heeft „een lege portemonnee”.

De aanwezigen op een symposium gisteren over voeding voor jonge dieren van mengvoederbedrijf Denkavit in Voorthuizen waren somber gestemd. „Er is niets mooiers dan gezonde biggen”, stond op een banner voorin de zaal. De opbrengst voor een kilo varkensvlees is op dit moment 1,30 euro – dat is tien cent onder de kostprijs.

Supermarkten betalen te weinig. De wekelijkse klepkeuringen zijn duurder dan in andere Europese landen: 60 euro per varken. De eisen gesteld aan mestafvoer, luchtzuivering en ruimte per dier, hoger. „Boeren kunnen het voer niet meer betalen”, zegt Kees van Ramshorst, hoofd verkoop biggenvoer van Denkavit.

’s Middags spreekt varkensboer Jan Schuttert uit Ommen – 55 jaar, warrig haar, designpak. Hij heeft bijna 25.000 varkens, een handelshuis in varkens en 400 hectare akkerland. Een familiebedrijf, zijn opa had het al. Jan Schuttert is een varkensjongen. „Opgegroeid tussen de varkens. Ik zit liever in de stal dan op kantoor.”

Maar de grote boeren uit de dorpen rond Ommen tegen wie hij als jongen opkeek, gaan nu „met een lege portemonnee” met pensioen. „We hebben geleerd in goede tijden zuinig te zijn, want in slechte tijden ben je het vanzelf wel.”

Lange tijd was zijn adagium: hoge kosten compenseren met hogere opbrengsten, meer varkens. Maar daar is hij van teruggekomen als je onder de kostprijs produceert. Nu draait hij de redenering om. Wat schaars is, is duur, wat er te veel is, is goedkoop, de theorie van de varkenscyclus. Dus: er moeten in Nederland minder varkens worden gehouden. „Ik weet dat ik vloek in de kerk”, zegt hij.

Verbeter de wereld, begin bij jezelf, zeg ik na afloop. Hij knikt. „Ik ben meer meters stal aan het inrichten voor minder varkens.”

Hij vindt milieumaatregelen en dierenwelzijn belangrijk, zegt hij, „maar er moet ook voor de boeren worden gezorgd”. Deze staatssecretaris, Sharon Dijksma, is te veel met zichzelf bezig. Ze rekent van tevoren uit wat ze moet zeggen als ze voor een zaaltje staat of in een onderhandeling zit. „Ze moet naar Brussel gaan en met haar tas op tafel slaan voor ons, zodat alle lippenstiften en oogschaduws door de kamer vliegen.”

Overheid, neem de leiding, luidt zijn boodschap. Verklein de varkensstapel, maar geef oude boeren die willen stoppen een goede vergoeding. „Ze hebben niet meer de moed of ze hebben geen opvolger. Ze hebben Nederland gevoed, help ze toch.” Geef boeren die willen saneren 50 euro per vierkante meter voor de stallen die ze afbreken. Maak de procedures korter.

Jan Schuttert put hoop uit de vorige grote crisis, de uitbraak van mond-en-klauwzeer in 2001. „Ik stond in de biggenstal. Die zat tjokvol, maar ik mocht geen biggen vervoeren. Ik had geen geld meer voor voer. Ik keek verslagen toe. Toen zei mijn medewerker die achter me stond: ‘Jan, als je zoveel biggen hebt, ben je een rijk man.’ Zo is het.”