Als arts in Italië verdien ik 80 euro per dag

Raymond Landgraaf (36) is huisarts in Nederland en Italië. Daarnaast organiseert hij expedities in de Italiaanse Alpen. Met zijn vrouw Blanca en hun drie kinderen is hij geëmigreerd naar Alagna, vlakbij Milaan.

Foto Bob van der Vlist

IN

‘Toen ik in Nederland na mijn studie als huisarts aan de slag ging, belandden we met de komst van onze oudste twee kinderen al snel in de ratrace van het leven. Mijn vrouw en ik werkten veel, hadden weinig slaap en wilden ook nog een sociaal leven onderhouden. We raakten de balans kwijt. Tijdens een vakantie in Italië reden we door het dal waar we nu wonen en dachten: waarom proberen we hier niet een ander leven op te bouwen? Vrij kort daarna zijn we verhuisd. Ik heb het geluk dat ik een talenknobbel heb, dus het Italiaans had ik snel onder de knie. Nu werk ik in ons dorp als waarnemend huisarts en ben ik vrijwillig arts in het bergreddingsteam. In de winter help ik mensen met botbreuken op de piste, in andere seizoenen gaat het vaak om wandelaars in nood. Daarnaast organiseer ik zes keer per jaar expedities voor Nederlanders die even weg willen uit de hectiek van het dagelijks leven. Zelf ben ik in de Italiaanse bergen helemaal tot rust gekomen en dat wil ik delen met anderen. In vakanties gaan we terug naar Nederland en dan werk ik voornamelijk ’s nachts als waarnemend huisarts op verschillende huisartsenposten. Financieel gezien is onze impulsieve emigratie misschien niet de allerslimste keuze geweest. In Italië verdien ik 80 euro bruto per dag, waar dat in Nederland 80 euro bruto per uur is. Toch heeft de verhuizing ons heel erg goed gedaan, het is een jongensdroom die uitkomt.”

UIT

‘In Italië verdien je minder, maar het leven is er ook minder duur. We wonen in een zestiende-eeuwse berghut van 80 vierkante meter en betalen veel minder dan voor een appartement in Amsterdam. We horen daar de rivier in plaats van de snelweg, verbouwen onze groenten in de moestuin en kaas halen we bij de boer. Ik vind het belangrijk om bewust te eten, dus we maken ons eigen brood en pasta draaien we zelf. Zo leren onze kinderen waar alles vandaan komt. Zelf wist ik tot mijn dertigste niet eens hoe een krop sla op het land groeit. En als we uit eten gaan, dan is dat bij een agriturismo, een restaurant waar alleen met lokale producten wordt gewerkt.

Wanneer we in Nederland zijn zoeken we via via een verblijfplaats. Nu zitten we in een huis van een collega dat te koop staat. Vroeger bleven we nog wel bij familie slapen, maar dat werkte niet meer. Als we via vrienden niks vinden, huren we een huis op Airbnb.

Uit duurzaam, ecologisch én financieel oogpunt kopen we veel spullen tweedehands op Marktplaats. We hebben drie kinderen en die hebben veel nodig. In Italië is de tweedehands markt niet zo goed ontwikkeld als in Nederland, dus de meeste spullen halen we hier. Veel Italiaanse gezinnen, vooral in de steden, hebben maar één kind en dat is het prinsje of prinsesje. Voor hen is tweedehands kleding kopen not done.’