Aan de paar laatste bekrompen geesten

Student Zenab Tamimy mengt zich niet graag in internetdiscussies maar nu ergert zij zich zo aan kortzichtige standpunten dat zij wel moet reageren.

Voor alle mensen die geen flauw idee hebben hoe een asielzoekerscentrum eruitziet. Foto Vincent Jannink/ANP

Oké, ik heb een aantal dagen getwijfeld over deze post. Passief als ik op Facebook ben, meng ik mij nooit ofte nimmer in maatschappelijke discussies die zich binnen mijn tijdlijn bevinden. Begrijp me niet verkeerd, als je mij kent weet je dat ik overal een mening over heb. Echter, internetdiscussies zijn in mijn ogen louter dom tijdverdrijf. Je zult nooit iemand van je standpunt kunnen overtuigen via internet. Bovendien maakt internet het ons zo gemakkelijk geen begrip te tonen voor de ander, dat het in mijn ogen twee kampen slechts verder uit elkaar drijft.

Dan waarom nu wel, waarom nu wel reageren? Misschien omdat ik me erger aan alle kortzichtige standpunten die ik toch nog voorbij zie komen. Misschien omdat ik zelf ooit in die situatie heb gestaan en mij als goed terechtgekomen VLUCHTELING verplicht voel mijn verhaal te delen in de poging wat meer begrip te wekken.

Je hebt behoorlijk veel moed nodig

In 1999 kwamen mijn ouders met twee kleine hummeltjes van vijf en twee jaar oud als politiek vluchteling uit Irak naar Nederland. Alles achterlatend wat zij hadden opgebouwd. Met niets meer dan zichzelf, wat geld en een shit load aan moed besloten zij hun vertrouwde wereldje te verlaten.

Even voor de duidelijkheid, mijn ouders zijn beiden universitair afgestudeerd en financieel hadden zij en hun familie het meer dan goed. In Nederland aangekomen belandden wij in één van de aantal asielzoekerscentra die Nederland rijk is. Voor alle mensen die geen flauw idee hebben wat deze centra voorstellen: een dak boven je hoofd, voedsel, veiligheid, maar ook financiële afhankelijkheid, sociale conflicten en vooral onzekerheid.

Drie hele jaren hebben mijn ouders elke dag in angst geleefd om definitief teruggestuurd te kunnen worden, iets waarvan zij wisten dat dat hun dood zou worden. Nu, zestien jaar later, zijn wij het succesverhaal. Wij zijn die ‘allochtonen’ die te horen krijgen: ja, maar jullie zijn anders. Ondertussen betalen mijn ouders in een jaar meer belasting dan zij ooit aan subsidies van de Nederlandse overheid hebben ontvangen. En de twee hummeltjes vlammen beiden aan de universiteit. Ik heb geen enkele schuld aan Nederland, geen rooie cent. Dankbaarheid, dat zeker.

Wat ik met mijn verhaal duidelijk wil maken is het volgende. Dat er mensen zijn die niet gegrepen worden door het emotionele menselijke vlak in deze vluchtelingenkwestie, daar kan ik mij iets bij voorstellen. Begrijp me niet verkeerd, waarschijnlijk vind ik je een monster, maar ik weet dat alle ellende in de wereld ons heeft doen verlammen en ons allemaal iets onverschilliger heeft gemaakt dan wij van nature zijn. Waar ik me echter totaal aan stoor is het feit dat er continu twee problemen in elkaar worden geweven en er wordt gedaan alsof het het één of het ander zal worden. Ja, de Nederlandse burger heeft het ook zwaar. Als Nederlandse student zonder studiefinanciering en met ouders die de instelling ‘werken voor je centen’ hebben, moet ik ook iedere maand de eindjes aan elkaar knopen. Ik realiseer mij dat er mensen in Nederland zijn die het ontzettend zwaar hebben, veel zwaarder dan ik als student. Ik ben ook van mening dat daar iets aan gedaan moet worden. Maar dat maakt niet dat ik vind dat alle vluchtelingen maar weg moeten blijven omdat er hier ook mensen zijn die in de shit zitten. Beide problemen dienen opgelost te worden, het gaat immers in beide gevallen om mensenlevens. Het geld wat in vluchtelingen wordt gepompt zal zich waarschijnlijk uitbetalen als mijn generatie met pensioen gaat, en zo draagt iedereen een steentje bij.

Niet mogen werken is verschrikkelijk

Ten tweede vraag ik mij oprecht af of alle mensen die roepen dat de vluchtelingen maar uitkeringstrekkers gaan worden, beseffen hoe het voelt om niet te werken. Werken is een drang die mensen van nature hebben. Eén component van het geluk van een mens hangt af van hoe nodig diegene zich voelt. Wij hebben allemaal de natuurlijke wil om belangrijk gevonden te worden en los van het financiële aspect, is dat de zekerheid die werk aan de mens biedt. Ik weet hoe verschrikkelijk mijn ouders het vonden dat zij de eerste jaren niet mochten werken. Ja, niet mochten, voor alle onwetenden, zolang je geen verblijfsvergunning hebt is het verboden om te werken als vluchteling. Mijn ouders hebben zich daarom destijds ingezet als vrijwilliger en vanaf het moment dat zij toestemming kregen om te werken, hebben zij geen enkele dag zonder werk gezeten. Uitkeringstrekkers die wel degelijk kunnen en mogen werken, daar zijn er maar heel weinig van. Het succesverhaal van mij en ons gezin is geen uitzondering. Wij zijn gemiddeld, niet speciaal.

Het staat iedereen vrij zich een mening te vormen over welke kwestie dan ook. Echter, laat je eens potverdikkie goed informeren voordat je op bullshit gebaseerde ‘meningen’ de wereld in slingert. En for the love of god, laten we niet vergeten dat wij allemaal mensen zijn.

    • Zenab Tamimy