In de media in Duitsland

Welkom in het Europa van de huichelaars

Nu moet blijken wat de Europese grondrechten werkelijk waard zijn. Nu moet blijken wat Europa werkelijk op heeft met het motto „Ruimte van het recht, de veiligheid en de vrijheid”. Nu moet blijken of dit alles méér is dan een waterval van loze kreten. Als belangrijke Europese landen als Hongarije of Polen geen mensen in hoge nood willen opnemen, omdat ze het verkeerde geloof aanhangen, is dat hoogverraad aan de waarden omwille waarvan de Europese Unie is opgericht.

Europa leeft niet alleen van de euro, maar ook van zijn waarden, de vrijheid van geloof en van geweten, de persoonlijke vrijheid, de gelijkheid van de mensen voor de wet, en de vrijheid van verkeer. Als deze waarden Europa niets meer waard zijn, is Europa het overleven niet waard.

Het recht van Europa is niet het recht van de sterkste; Europa leeft van de kracht van het recht. Een rechtsstelsel is dan pas sterk, als het de zwakkeren beschermt. Europa is tot nu toe, als het om de vluchtelingen gaat, geen unie gebleken, maar een conglomeraat van egoïsten uit verschillende landen.

Maar Duitsland mag zijn hulp niet aan het voorbehoud verbinden, dat de andere landen ook allemaal moeten helpen. „Als iedereen wacht tot de ander begint, zal niemand beginnen!” Deze zin stamt uit een bittere tijd, uit de vlugschriften van de broer Hans en zus Sophie Scholl. Deze woorden horen niet alleen thuis in het museum van het verzet tegen Hitler. Ieder moet vandaag de dag overwegen wat deze woorden op dit moment inhouden en waartoe zij op dit moment verplichten – ook de Europese staats- en regeringsleiders.

, emeritus-hoogleraar in de rechtswetenschap

Der Spiegel

Met opgerolde mouwen voor een nieuw Duitsland

„Het lukt ons”, heeft Angela Merkel gezegd, „en als we daarbij op hindernissen stuiten, moeten we die overwinnen.” Dat is ongewoon. Merkel als Bob de Bouwer. Met opgerolde mouwen voor een nieuw Duitsland. Daar gaat het om. Onze identiteit staat op het spel.

Misschien is de vreugde over de nieuwkomers wel zo groot, omdat er voor de Duitsers op onverwachte wijze hoop aan vast zit: die van het anders zijn. Minder Duits. Duitsland is oud, moe en neurotisch. Nu lijkt het alsof de Duitsers zich van zichzelf willen bevrijden. Wij helpen de vluchtelingen, en de vluchtelingen helpen ons.

Maar als gehoopt wordt dat de buitenlanders ons van onszelf zullen verlossen, is die hoop ijdel. Integendeel: hoe meer nieuwe burgers, des te belangrijker de vraag: wat is eigenlijk Duits?

„Onze Leitkultur (ook in Duitsland zelf een omstreden begrip, nog het beste te vertalen als ‘leidende cultuur’, red.) is de grondwet”, heeft Cem Özdemir (Duits politicus van Turkse herkomst, red.) ooit gezegd. Maar dit intellectuele patriottisme volstaat niet meer. Het is niet zo eenvoudig de grondwet van buiten te leren en – zoals een Duitse minister van Binnenlandse Zaken het ooit formuleerde – je kunt er ook niet de hele dag mee onder je arm rondlopen. Ook de inburgeringstest met zijn 300 vragen – wat onder het woord ‘oppositie’ verstaan wordt, of Elzas-Lotharingen bij Duitsland hoort en hoe je je als Duitser dient te gedragen als de nieuwe televisie stuk is – deugt niet echt als leidraad voor een nieuwe gemeenschapszin.

Nu blijkt dat als zo'n Leitkultur er niet is, het de hoogste tijd is om er een te bedenken. Een conceptueel pak dat iedereen past, en dat iedere immigrant na een korte tijd van gewenning kan aantrekken.

Jakob Augstein columnist van Der Spiegel

Frankfurter Rundschau

Afscheid van de vesting

In plaats van een oorlog te voeren om en met behulp van kolen en staal, is in 1951 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht. Het inzicht was doorgebroken dat het er niet meer om ging elkaar zo veel mogelijk schade toe te brengen, maar dat geprobeerd moest worden samen te werken om zo veel mogelijk plezier aan elkaar te hebben.

Dat betekende voor alle Europese landen een indamming van het nationale egoïsme. De geschiedenis van de Europese gemeenschap is niets anders dan de bewogen en niet altijd op vriendelijke toon gevoerde discussie daarover. De doden in de Middellandse Zee herinneren ons eraan dat onze instellingen, van de rechtsstaat tot de sociale voorzieningen, bedoeld zijn om iets dergelijks te voorkomen.

Arno Widmann redacteur van de krant, in een commentaar