Zelfs de Spido vaart er voor om

De in stukken gezaagde Baltic Ace, die zonk met 1.452 auto’s aan boord, ligt tijdelijk in de Waalhaven in Rotterdam.

De Baltic Ace moest eerst in stukken gezaagd worden voor het gezonken vrachtschip uit het water kon worden getakeld. Het wrak lag op de scheepvaartroute van en naar Rotterdam, ten westen van Goeree. Foto Rien Zilvold Foto’s Rien Zilvold

Geeft de Baltic Ace, het in 2012 gezonken autotransportschip, zijn geheimen prijs? Vorige week zijn de laatste grote segmenten van het in stukken gezaagde schip op pontons in de Rotterdamse Waalhaven gearriveerd, om later in Vlaardingen te worden gesloopt en gerecycled.

Tussen de verwrongen dekken staan de auto’s die het schip vervoerde: 1.452 Mitsubishi’s voor de Russische markt. Outlanders en andere types. Sommige wrakken liggen ondersteboven en zijn verwrongen als na een enorme kettingbotsing. Andere staan er na tweeënhalf jaar op de zeebodem bijna zo bij zoals ze werden geparkeerd. Als de wind goed staat, ruik je wier en modder.

Dat de Baltic Ace ook heimelijk speciaal uitgevoerde Bentley’s en Maserati’s zou vervoeren, zoals een hardnekkig gerucht meteen wilde, is niet gebleken. „Wie weet wat we nog vinden”, zegt Pieter van Vuuren van Boskalis-dochter Smit Salvage, die de berging van het wrak twee jaar lang coördineerde. „Maar vooralsnog is het een broodje aap.”

Intussen zijn de wrakstukken een attractie geworden. Spido, dat rondvaarten in de Rotterdamse haven verzorgt, vaart er speciaal langs.

De Baltic Ace zonk op de avond van 5 december 2012 op de Noordzee in slecht weer na een aanvaring met een klein containerschip, de Corvus J. Het containerschip kon doorvaren. Het autoschip kreeg een lek onder de waterlijn, liep razendsnel vol, kantelde en zonk binnen een kwartier. Van de 24 opvarenden, merendeels zeelieden uit Oost-Europa en de Filippijnen, werden er 13 gered. Van de elf doden zijn er nog steeds drie vermist. De bergers en hun opdrachtgever, Rijkswaterstaat, sluiten niet uit dat hun stoffelijke overschotten zich nog in het wrak bevinden. Vorige week leek het even zover, met de vondst van botten in de sectie met de machinekamer. Maar het forensische team dat een speciaal ‘vermistenprotocol’ volgt, stelde vast dat het niet om menselijke maar dierlijke resten – mogelijk een zeehond – ging.

Dat de Baltic Ace in zijn geheel geborgen moest worden, stond van meet af aan vast, zegt Claudia Wolff, projectmanager bij Rijkswaterstaat.

Het wrak lag op geringe diepte op een druk punt in de scheepvaartroute van en naar Rotterdam, zestig mijl ten westen van Goeree. Bovendien vormden de in het wrak aanwezige vloeistoffen, waaronder meer dan 500 ton zware stookolie, een milieugevaar. Daardoor vielen andere opties, zoals een gedeeltelijke berging of het wrak laten verzinken in de zeebodem, af. Volgens planning moet de zeebodem nu eind dit jaar geheel schoon zijn – een definitie die volgens Van Vuuren niet „de laatste punaise” omvat, maar wel alle brokstukken groter dan één bij één meter. Dat betekent onder meer dat er geen Mitshubishi’s in het zand zullen achterblijven.

Het wrak met een lengte van bijna 150 meter was te groot om in één keer op te hijsen. Daarom werd ervoor gekozen om het met zaagkabels in acht delen te snijden, die afzonderlijk op pontons konden worden gehesen. Delen van de opbouw die te zwak waren, worden met een reusachtige grijper opgetakeld.

De zaagtechniek is relatief jong en werd nog maar twee keer eerder toegepast. In 2001 bij de berging van de Koersk, een bij Noorwegen gezonken Russische onderzeeboot; en vanaf 2003 bij de Tricolor, een autotransportschip dat onder vergelijkbare omstandigheden zonk in de zuidelijke Noordzee.

Het onderzoek naar de toedracht is nog gaande. Meer dan twee jaar juridische strijd tussen beide betrokken schepen en Rijkswaterstaat is deze zomer geëindigd in een schikking. Uit de 18 miljoen euro van de beschikbare schadefondsen kreeg de Nederlandse staat uiteindelijk 16 miljoen euro.