‘Wij zijn de hoeders van de solidariteit in de zorg’

voorzitter Zorgverzekeraars Nederland

Het schuurt en knettert tussen artsen en verzekeraars. De verzekeraars binden nu de strijd aan met „wantrouwen en onbegrip”.

Foto Bart Maat

orgverzekeraars zijn alleen maar op geld uit. Ze proberen de arts voor te schrijven hoe hij zijn werk moet doen en ze verzinnen bewust polissen die niet meer te begrijpen zijn voor de gewone sterveling.

Met zulke denkbeelden gaan zorgverzekeraars de strijd aan. Tien jaar na afschaffing van het ziekenfonds bestaat er te veel onbegrip en wantrouwen tussen partijen in het Nederlandse zorgstelsel, vindt Zorgverzekeraars Nederland. De branchevereniging gaat „in gesprek” met de samenleving en lanceert een speciale site (zorgdialoog.nu) om de dialoog te bevorderen tussen artsen, burgers en verzekeraars. Voorzitter André Rouvoet geeft een toelichting.

Waarom deze campagne?

„Het is geen campagne, het is een dialoog. Ik ben nu een aantal jaren voorzitter. Ik heb heel veel discussies gevoerd en debatten gedaan over het stelsel en ik merk daarbij twee dingen. Er is een groot gebrek aan feitelijke kennis, ook bij de hoofdrolspelers. Er bestaat veel onbegrip over elkaars rollen, verantwoordelijkheden, bevoegdheden. Zo zijn er nog steeds veel mensen die denken dat wij de hoogte van het eigen risico vaststellen. Dat doen wij niet, dat doet de minister.

„En ten tweede bestaat er veel wantrouwen tussen artsen en verzekeraars. Nu eens leven we op voet van oorlog met de apothekers, dan weer zijn we intensief met de huisartsen in overleg of we wat aan de bureaucratie kunnen doen.”

Horen zulke conflicten niet bij uw rol? Verzekeraars moeten kritisch inkopen.

„Onze rol is niet populair. Wij hebben een grote emmer bagger over ons heen gekregen. Dat begrijp ik wel. We zijn financier en moeten kosten beheersen. Maar ons stelsel kan niet duurzaam goed functioneren als er wantrouwen tussen de hoofdrolspelers bestaat over elkaars intenties en motieven. Kijk, als mensen zeggen: jullie doen dat te veel of dit verkeerd, dan kun je daarover een gesprek voeren. Maar als de reflex is: ja, ja, dat zeggen jullie wel…. Dan zit er een groter, dieper probleem. Die houding signaleren wij regelmatig bij publiek en bij zorgaanbieders [ziekenhuizen en artsen, red.]. Daarom willen wij een bredere dialoog. Wat ik al jaren in al die zaaltjes doe.”

Veroorzaakt u niet veel bureaucratie?

„Ik ontmoet regelmatig medisch specialisten die zeggen: al die protocollen van jullie, daar worden wij gek van. Dan zeg ik altijd: er komt niet één protocol van de verzekeraars. Die komen allemaal van de medische beroepsgroepen, de brancheorganisaties. Niet van de verzekeraars.

„Wij stellen wél eisen, hebben ook onze vragenlijsten. En dat kan hier en daar best een tandje minder. Maar in de beleving komt alle bureaucratie van de zorgverzekeraar. En dat is gewoon niet zo. Ik zeg tegen ontevreden huisartsen: geef mij nu eens een argument waarom zorgverzekeraars er plezier in zouden hebben artsen met onzinnige vragenlijstjes te bestoken. Dat is niet logisch. Ik zeg niet dat daarmee elke vraag even zinnig is, want het zou best minder kunnen. Ik verwacht van mijn arts dat hij aantekeningen maakt als ik hem bezoek. Dat hij de volgende keer nog weet wat hij met mij besproken heeft. Dat is bureaucratie, maar dat hoort bij zijn professionaliteit.”

Maar het stapelt zich wel op, al die vragenlijstjes.

„De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) komt ook met vragenlijsten. En de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Dus ik begrijp heel goed dat daar onvrede over bestaat. Maar je kunt niet van ons verwachten dat we niets doen. Artsen die zeggen: ‘Je moet ons betalen, maar val ons verder niet lastig’.

„Dat kan niet waar zijn, want wij zijn de hoeders van de solidariteit. Ja, wij zijn de beheerder van de portemonnee van de verzekerde. Het is uw geld waarvan u ook niet wil dat we het maar over de balk smijten. Solidariteit in de zorg gaat over financiële solidariteit. Dat gaat over geld. Sommige verwijten die ons gemaakt worden staan ook haaks op elkaar. Zoals: ‘Jullie hebben het alleen maar over geld’ en ‘jullie gaan continu op stel van de arts zitten’ – dat gaat over kwaliteit. Dat kan niet allebei tegelijkertijd waar zijn.”

Is de verzekeraar het ‘Brussel van de zorg’ geworden?

„Ja, ik kan me die vergelijking voorstellen, want we hebben een machtige positie. Dat heeft de wetgever zo gewild. Maar als een huisarts klaagt: ‘Ik moet tekenen bij het kruisje’, dan zeg ik ook wel eens: ‘hoe denk je dat het in het Engeland gaat?’ Daar hebben ze een publiek stelsel. Daar komt de ambtenaar ook niet langs bij iedere huisarts of apotheker om het eens te hebben over het contract voor volgend jaar. Daar krijg je ook geen individueel contract.

„In ons stelsel projecteert de onvrede zich natuurlijk op de zorgverzekeraar. En dat is ook nog eens een private partij, en die zal vast winst willen maken. En die heeft zeker ook nog aandeelhouders et cetera. Dát willen we ophelderen, bespreekbaar maken, vanuit de houding dat we ook vast dingen beter kunnen doen. Het ligt ook aan ons.”

Voor het eerst heeft de ACM een ziekenhuisfusie verboden in de regio Dordrecht, vooral doordat verzekeraars nu kritisch zijn.

„Ja, we zijn wel wat kritischer geworden omdat de tendens van ziekenhuisfusies zich doorzet. Dat is niet altijd in het belang van verzekerden omdat de tarieven na een fusie nooit omlaag gaan maar omhoog.”

Maar geldt dat niet voor veel meer regio’s, dat ziekenhuizen te machtig zijn waardoor er geen goede prijsvorming bestaat?

„Dat klopt. Een ziekenhuis op het platteland heeft vaak niet eens een fusie nodig om zeker te weten dat ze een contract krijgen. Omdat de verzekeraar, hoe groot ook, zich niet kan permitteren om geen contract met zo’n ziekenhuis af te sluiten. Dan sta je dus niet sterk als verzekeraar. Datzelfde geldt voor universitaire medische centra. Maar wij ervaren ook dominantie van regiomaatschappen. Daar hebben verzekeraars nog meer problemen mee, omdat die vooral gevormd worden om sterker te staan bij de onderhandelingen over tarieven. Dan zijn zorgverzekeraars toch de hoeders van het stelsel. Dat is het voorkomen van monopolievorming. Begrijp me goed, ik weet dat dit verwijt ook ons treft. Maar het geldt eveneens voor zorginstellingen.”

Waarom zijn de ziekenhuistarieven geheim?

„Dat is een ingewikkelde discussie. Wij vinden dat patiënten geen last mogen hebben van eventuele prijsverschillen tussen ziekenhuizen. Daarom zijn wij er groot voorstander van om de patiënt een vaste eigen bijdrage te laten betalen per medische behandeling, ongeacht het tarief. Gewoon iedere keer hetzelfde risico. Wij vinden het huidige eigen risico sowieso te hoog. Dat is nu 375 euro wat vrijwillig nog met 500 euro is te verhogen.”

Uw collega Erno Kleijnenberg van ONVZ riep alle zorgverzekeraars op een eind te maken aan de budgetpolis, de polis die goedkoper is maar ook minder keuzevrijheid van ziekenhuis geeft. Bent u het daar mee eens?

„Als ik zou zeggen dat we een einde maken aan de budgetpolis, dan krijg ik problemen met de ACM. De belangstelling voor een budgetpolis is overigens tamelijk gering, 5 procent. Er is ook veel verwarring over wat het nu is. Daar kunnen we geen afspraken over maken, dan overtreden we de mededingingsregels.”

De discussie over dure geneesmiddelen toont weer: wat doen we wel en wat niet met gemeenschapsgeld? Wordt het niet tijd dat we afspreken hoeveel een extra gezond levensjaar mag kosten?

„Daar zijn wij als financier van de zorg heel terughoudend in. Dat is een maatschappelijk-ethische discussie die in de politiek gevoerd moet worden. 80.000 euro per jaar? Wij nemen geen positie in, wij zijn uitvoerder van de basisverzekering.”