Wees eerlijk over windmolens

Windmolens, verspreid over elf gebieden op land en nog een aantal in zee, moeten over acht jaar acht miljoen huishoudens in Nederland van duurzame energie voorzien, zo is het streven van het kabinet. Of dat ook lukt is mede afhankelijk van de vraag in hoeverre politiek Den Haag de her en der levende weerzin tegen de molens weet te overwinnen. Geluidsoverlast en horizonvervuiling zijn de belangrijkste klachten.

De regelgeving daarover oogt in haar voorwaarden behoorlijk gedetailleerd, en soms ook wel hilarisch. Een windmolen mag over een jaar niet meer dan gemiddeld 47 decibel aan geluid produceren, in de nacht geldt 41 decibel. Een woning in de buurt van een windturbine kan te maken krijgen met zogeheten slagschaduw, vooral wanneer de zon laag staat. Die slagschaduw mag er niet meer dan zeventien dagen per jaar en twintig minuten per dag zijn.

Dat stelt voorwaarden aan de plek waar windmolens staan, net als de veiligheidseisen, waarvoor, zoals vaker, bijzondere berekeningen gelden. De kans dat woonwijken, scholen en kantoren bijvoorbeeld door een afbrekende wiek worden geraakt, mag niet groter zijn dan eenmaal in de miljoen jaar. Voor andere objecten geldt een risicokans van eens in de honderdduizend jaar.

Toch blijken de wettelijke eisen die aan windmolens worden gesteld vatbaar voor misverstanden. Akoestisch onderzoek , zo meldde deze krant gisteren, wees onlangs uit dat windmolens in Nederland dichter bij huizen mogen komen dan bijvoorbeeld in België, Duitsland en Denemarken. Nu is er geen regel dat deze normen in alle Europese landen dezelfde moeten zijn, en ligt het voor de hand dat ze in een dichtbevolkt land anders zijn dan elders.

Maar de bevindingen staan wel haaks op beweringen van de minister van Infrastructuur, Schultz (VVD), dat er in Nederland geen sprake is van een duidelijke afwijking ten opzichte van het buitenland. Toch wordt al langer beweerd dat dit wel zo is, bijvoorbeeld door de ‘Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines’. Ook het onderzoek van deze belangenorganisatie werd door de staatssecretaris van Milieu, Mansveld (PvdA), weersproken. „In Nederland wordt een zeer redelijke mate van bescherming geboden tegen onacceptabele hinder door geluid”, stelde zij verder.

De mate waarin geluid als overlast wordt ervaren, verschilt van persoon tot persoon. Hetzelfde geldt voor het oordeel of sprake is van horizonvervuiling. Maar het is wel van belang dat er geen misverstanden bestaan over de normen. Het kabinet kan daar maar beter eerlijk en duidelijk over zijn, in de wetenschap dat de noodzaak dat Nederland overschakelt op duurzame energie er onverminderd is.