Kunstwerk verdwijnt, atoomkelder blijft nog

Veel Rotterdammers is het nooit opgevallen en nu gaat het nog verdwijnen ook: een kunstwerk aan de Coolsingel dat de uitgang markeert van een ondergrondse atoombunker. Het werk staat tussen het stadhuis en het voormalig hoofdpostkantoor. En de kunstenaar vindt het goed. Sterker, Jan van Munster (76) had het kunstwerk al eerder gesloopt willen zien. Niet dat hij niet blij was met de opdracht, veertig jaar geleden. Die luidde: bedek het luik en de ontluchtingsbuizen van de nieuwe bunker, waar het college van B en W en de belangrijkste PTT-mensen de internationale communicatie zouden kunnen verzorgen, mochten de Russen komen. Hij ontwierp een kunstwerk van twee blokken beton, met lichtstrepen. ‘De Nooduitgang’, noemde hij het. Helaas, het werk stond op een kunstmatige glooiing die in 1993 weer werd afgegraven. Daardoor kwam de fundatie van het beeld vrij. Van Munster maakte een nieuw ontwerp: „De fundatie werd een tafel en naast de blokken lag daar ook een groot ei op, als een nieuw begin.” Maar de wethouder vond het te duur. Dat was het begin van het einde. „Er zijn steentjes tegenaan gelegd, er gingen zwervers liggen, de lichtlijnen gingen kapot. Ik zei: ik wil er niks meer mee te maken hebben.” Dus dat afbreken, „dat had twintig jaar geleden al gemoeten”.