‘School wil moeilijk kind niet’

Hij waarschuwde twee jaar geleden al: passend onderwijs is geen oplossing voor kinderen die extra zorg nodig hebben. In zijn evaluatie blijft Marc Dullaert ontevreden. Als de problemen niet worden opgelost, wordt het „een pgb-crisis 2”.

Marlies van Dorp Foto Pieterjan Luyten

Kinderombudsman Marc Dullaert is niet tevreden. Hij concludeert dat de Wet passend onderwijs, vorig schooljaar ingevoerd, niet van de grond is gekomen. Zijn bevindingen staan in het vandaag gepresenteerde rapport Werkt passend onderwijs? Stand van zaken een jaar na dato. Hiervoor heeft zijn team met onderwijsinstanties gesproken en vragen en klachten van honderden ouders en kinderen geanalyseerd.

Dullaert: „We zien precies dezelfde problemen als twee jaar terug. Hoe kan het ook anders? Men heeft een grote hervorming doorgevoerd, maar is voor een belangrijk deel vergeten de noodzakelijke voorwaarden te scheppen.”

Zo heeft het ministerie van Onderwijs weinig gedaan met uw advies om maatwerk mogelijk te maken?

„Klopt. Kinderen die extra zorg nodig hebben, zijn kinderen die lichamelijk of psychisch ziek zijn of die een vorm van autisme hebben, hoogbegaafd zijn, gedragsproblemen hebben of stelselmatig gepest worden. Die kinderen kunnen niet altijd naar school. En dat is een probleem; in de wet staat dat kinderen vijf dagen aanwezig moeten zijn op een school. Alleen dan kunnen ze onderwijs volgen. En alleen dan is er geld beschikbaar. Nou, dat maakt het natuurlijk onmogelijk om kinderen met ernstige problemen van onderwijs te voorzien. Deze leerlingen hebben maatwerk nodig, die moeten bijvoorbeeld deels thuis onderwijs volgen of bij een particuliere instelling in de leer. Maar dat gaat nu niet, en zo komen ze thuis te zitten.”

Dan is het aantal thuiszitters zeker niet verminderd?

„Klopt. We zien geen substantiële daling in de cijfers van het aantal thuiszitters. Circa 15.000 kinderen gaan niet naar school. In die groep zitten kinderen die eventjes thuis zijn, maar ook leerlingen die langdurig geen onderwijs volgen. Er zitten kinderen bij die een vrijstelling van de leerplicht hebben omdat ze ziek zijn, een bepaalde geloofsovertuiging aanhangen of in het buitenland wonen. Van de kinderen die een vrijstelling hebben omdat ze ziek zijn, weten we dat de meeste niet naar school gaan omdat onderwijsinstellingen geen passende plek aanbieden. Terwijl dat de bottom line van het passend onderwijs is.

„Bovendien is niemand afgelopen jaar op het idee gekomen om deze ‘zieke’ kinderen nog eens tegen het licht te houden. En te kijken of er nu wel een passende plek voor hen gecreëerd kan worden.”

Maar er worden toch ook kinderen wél met succes geplaatst?

„Absoluut! We hebben ook mensen gesproken voor wie ik mijn petje afneem. Betrokken leraren en schoolbesturen die echt door roeien en ruiten gaan, dwars door alle regels heen ervoor zorgen dat een kind een passende plek krijgt. Dat is fantastisch. Alleen mag het succes van passend onderwijs niet afhangen van individuen met lef.”

U stelt dat er een ‘knopendoorhakker’ moet komen.

„Uit ons onderzoek blijkt dat een kind vaak geen passende plek krijgt omdat samenwerkingsverbanden – waar scholen in een regio onder vallen – het kind niet centraal stellen. Ze laten institutionele, financiële en organisatorische belangen zwaarder wegen dan de belangen van het kind. Zo plaatsen ze een kind op een school omdat daar simpelweg nog drie plekken open zijn, niet omdat het de beste plek is. Er moet een onafhankelijke derde komen die een beslissing kan forceren en het geld heeft om vervolgens de plaatsing te betalen.”

Denkt u dat het ministerie nu wel luistert naar uw aanbevelingen?

„Het passend onderwijs is met veel idealisme opgetuigd, maar staatssecretaris Dekker zal toch echt barrières moeten wegnemen, anders zie ik hier nog een pgb-crisis 2 ontstaan.”

Moeten ook de scholen meer doen?

„Scholen zoeken uitvluchten om ‘moeilijke’ leerlingen niet aan te nemen. Dat is niet altijd onwil. Het is ook onkunde. Want hoe moet je leerlingen die extra zorg nodig hebben bedienen als je daar de mensen en het geld niet voor hebt?

„Desondanks vind ik wel dat scholen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat ze ouders en kinderen met respect dienen te behandelen en die moeten wijzen op hun rechten en plichten. Zo zijn er scholen die met opzet het aanmeldingsformulier verstoppen op hun site; een schriftelijke aanmelding dwingt hen namelijk een plek te creëren. Veel ouders weten dat niet, die bellen eerst en worden dan opzettelijk van het kastje naar de muur gestuurd. Of er zijn schoolbesturen die bijvoorbeeld zonder overleg besluiten een kind op een andere school te plaatsen. Als ouders dan zeggen dat ze hun kind zullen thuishouden, dreigen sommige scholen zelfs met een melding van kindermishandeling.”

    • Juliette Vasterman