‘Passend onderwijs niet van de grond gekomen’

Passend onderwijs is niet van de grond gekomen, concludeert kinderombudsman Marc Dullaert een jaar na de invoering van de wet daarvoor. Duizenden kinderen zitten nog steeds thuis.

Kinderen uit het passend onderwijs tijdens een protest in 2012 tegen de bezuinigingen. Foto ANP / Erik van 't Woud

Leerlingen die extra zorg nodig hebben op de juiste plaats in het regulier onderwijs krijgen, blijft lastig. Duizenden kinderen zitten nog steeds thuis. Passend onderwijs is niet van de grond gekomen, concludeert kinderombudsman Marc Dullaert een jaar na de invoering van de wet daarvoor. Vandaag presenteert hij het rapport Werkt passend onderwijs? Stand van zaken een jaar na dato.

Plaatsing van leerlingen loopt volgens Dullaert stuk op praktische bezwaren, maar hij ziet ook grote structurele problemen in het onderwijssysteem. “Als het ministerie, de scholen en de samenwerkingsverbanden de knelpunten niet aanpakken, gaat passend onderwijs nooit lukken.”

Drempel hoger geworden

Vorig schooljaar werd passend onderwijs ingevoerd. Dat verplicht alle reguliere scholen in basis- en voortgezet onderwijs voor elke leerling plek te maken, ook als die extra ondersteuning nodig heeft. Denk aan kinderen met een handicap, autisme of leerlingen die gepest worden. Voor doorverwijzing naar speciaal onderwijs is de drempel tegelijk veel hoger geworden.

De kinderombudsman waarschuwde twee jaar geleden al voor de huidige problemen. Zo lukt het vaak niet een geschikte plek te vinden omdat de wet te weinig mogelijkheden biedt voor maatwerk, zegt Dullaert. Kinderen moeten volgens de Leerplichtwet op school aanwezig zijn. Dat maakt (deels) thuisonderwijs of andere vormen van onderwijs bij particuliere instellingen vrijwel onmogelijk.

“En dat terwijl het voor sommige kinderen die extra zorg nodig hebben écht niet haalbaar is om fysiek aanwezig te zijn op school. Die kunnen dan toch niet verstoken blijven van onderwijs?”

Knopen doorhakken

Een ander belangrijk probleem is het gebrek aan ‘doorzettingsmacht’, stelt Dullaert. “We hebben iemand nodig die knopen kan doorhakken.” Nu beslist een regionaal samenwerkingsverband van scholen over plaatsing van een kind. Maar daar stellen mensen vaak niet het kind centraal, zegt de kinderombudsman.

“Ze laten zich leiden door institutionele, financiële of organisatorische belangen. Dus als er nog gaten op een bepaalde school gevuld moeten worden, gaat een kind daarheen. Of dat nou de juiste plek is of niet.”

Daarnaast is de kinderombudsman gebleken dat scholen uitvluchten verzinnen om ‘moeilijke’ leerlingen niet aan te nemen. Dat is niet altijd onwil, zegt Dullaert. “Het is ook een gebrek aan geld om meer mensen en de juiste expertise in huis te kunnen halen.” En als een kind wel op de juiste plek terechtkomt, is dat niet te danken aan passend onderwijs, maar aan een “verlicht schoolbestuur of een leerkracht of docent die zijn nek durft uit te steken”, aldus Dullaert.

Dekker: ruimte maatwerk juist enorm toegenomen

Volgens staatsecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) is de ruimte voor maatwerk met passend onderwijs juist enorm toegenomen.

“Scholen moeten er alleen beter gebruik van maken. Vanuit het ministerie zitten we hier boven op.”

Bovendien wijst Dekker erop dat het “succesvol in de praktijk brengen van passend onderwijs een marathon is, geen sprint”. Hij zegt:

“Ik vind het nu te vroeg om te concluderen dat de wet waarvan de inkt net droog is volledig op zijn kop gezet moet worden.”