OM ontmantelt ‘grootste dwalingzaak’

Grootste gerechtelijke blunder ooit? Justitie houdt ook na herziening vast aan celstraffen voor de ‘Zes van Breda’.

Eigenlijk, aldus advocaat-generaal Winfried Korver, is het de schuld van wat al te nadrukkelijk aan de weg timmerende wetenschappers, advocaten en een „mediahype”. Zo ontstond het beeld dat zes verdachten die twintig jaar geleden tot celstraffen werden veroordeeld wegens het in 1993 doden van de Chinese vrouw Tim Mui Cheung in restaurant Peacock in Breda slachtoffer zijn van de grootste gerechtelijke dwaling ooit. Alsof er sprake was van „een aan alle kanten rammelend politieonderzoek met in zes gevallen een gerechtelijke dwaling tot gevolg”, zei Korver gisteren in zijn requisitoir voor het Haagse gerechtshof. Dat was niet zo.

In 2012 oordeelde de Hoge Raad dat er een herziening moest komen van de strafzaak tegen de Zes van Breda. Er waren immers nieuwe feiten bekend geworden die de rechters destijds niet kenden. „Vrijspraak van de verdachten zou dus nog slechts een kwestie van even afhandelen hoeven te zijn”, aldus Korver. Maar na het horen van veertig getuigen en drie deskundigen is Korver er „gaandeweg overtuigd van geraakt” dat ondanks „vele ongerijmdheden op detailniveau” de verdachten wel degelijk terecht hun celstraf hebben uitgezeten.

De drie mannen en drie vrouwen (nu gemiddeld 40 jaar oud) werden een jaar na de moord na een tip gearresteerd. De vrouwen verklaarden dat ze het slachtoffer naar het restaurant hadden gelokt. Daar zouden de mannen haar hebben beroofd van sieraden en haar vervolgens hebben doodgeschopt. De vrouwen hebben de bekentenissen (bij politie, rechter-commissaris en rechtbank) later ingetrokken. Het was, zoals een van de vrouwen bij het hof zei, „een lulverhaal” dat door ontoelaatbare druk van de politie tot stand zou zijn gekomen.

Na wetenschappelijk onderzoek van rechtspsycholoog Peter van Koppen, criminoloog Hans Nelen en studenten van de VU – geïnitieerd door een van de mannelijke verdachten die een campagne begon om zijn vermeende onschuld aan te tonen – concludeerde de procureur-generaal bij de Hoge Raad Diederik Aben drie jaar geleden dat er negen nieuwe feiten en omstandigheden (nova) waren die een nieuw proces rechtvaardigen. In zijn requisitoir verwees Korver ze een voor een naar de prullenbak.

Aben vond dat er een herziening moest komen omdat twee ontlastende verklaringen wel in het politiedossier zaten maar niet bij de stukken die de rechters destijds kregen. Het gaat om twee mannen die hebben verklaard dat ze in de nacht van de moord van 2.00 tot 4.30 uur in een bushokje zaten met zicht op het restaurant. Er was de mannen niets opgevallen terwijl er zich volgens de vrouwelijke verdachten van alles afspeelde. Volgens aanklager Korver is uit nader onderzoek gebleken dat deze getuigen zich mogelijk hebben vergist in datum en tijd.

Ook een ander vermeend ‘ontlastend’ feit is dit volgens Korver niet. Niet ver van het slachtoffer werd in de restaurantkeuken een druppel bloed gevonden. Uit DNA-onderzoek bleek dat dit moet zijn van een persoon afkomstig uit Zuidoost-Azië of Oceanië. De mannelijke verdachten zijn van Marokkaanse komaf. Volgens Korver staat niet vast dat de bloeddruppel van de moordenaar moet zijn. „Mogelijkerwijs was het van één van de illegaal in het restaurant werkzame koks.”

Ten slotte twijfelt het OM ook niet aan de bekentenissen van de vrouwen. „Die zijn nog steeds doorslaggevend”, aldus Korver. De vrouwen hebben zich aanvankelijk ook nooit beklaagd over hun veroordeling. Bovendien zijn er nieuwe belastende getuigenissen.

Een broer van verdachte Anil heeft in 2010 verklaard dat Anil hem zelf vertelde dat hij „bij de moord aanwezig is geweest”. Ook een nicht van Anil verklaarde dit. En een ex-mentor van verdachte Jane heeft vorig jaar verklaard dat zij al in 1994 in brieven de roofmoord bekende. „Het scenario [van de veroordeling] is op hoofdlijnen eigenlijk altijd overeind gebleven”, concludeert de aanklager.

Volgende week pleiten de advocaten. De uitspraak wordt volgende maand verwacht. Mogelijk volgt er dan – 22 jaar na de moord – nog cassatie bij de Hoge Raad.

    • Marcel Haenen