Na al het bezuinigen is het even tijd voor leuke dingen

De tijd van hard bezuinigen mag voorbij zijn, door het structurele tekort blijven er strenge eisen aan de overheidsuitgaven. Tijd om te zorgen voor nieuwe banen.

Foto Bart Maat / ANP

Begin vorige week al bracht de VVD haar eerste verkiezingsaffiche uit, in de bekende oranje-blauwe huisstijl. Boodschap: dankzij dit kabinet ligt de crisis definitief achter ons. De poster vermeldt enkele droge macro-economische cijfers, die volgende week op Prinsjesdag bevestigd zullen moeten worden. Economische groei: plus 2 procent,consumptieve bestedingen: plus 1,7 procent, de werkloosheid „begint langzaam te dalen” en het begrotingstekort daalt dit jaar van min 2,4 procent naar min 2,1 procent.

Goed nieuws, moet iedereen denken. Maar er ontbreekt één macro-economisch kengetal: het structureel tekort. Dat stijgt juist, waarschuwde het Centraal Planbureau vorige maand. Ging het CPB aanvankelijk uit van een structureel tekort van 0,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp), het zal dit jaar oplopen tot 0,8 procent en volgend jaar zelfs tot 1,1 procent. Oorzaak: minder aardgasbaten en de lastenverlichting die het kabinet in petto heeft.

Het structureel tekort is iets anders dan het feitelijk begrotingstekort. Voor dat laatste geldt de strenge Brusselse norm van 3 procent. Met een jarenlang bezuiniging- en hervormingsprogramma, ter waarde van ruim 50 miljard, wist Nederland vorig jaar weer aan die norm te voldoen.

Zonder mee- en tegenvallers

Voor het structureel tekort geldt bij de Europese Commissie een lager plafond: op de middellange termijn (binnen 3 tot 5 jaar) moet dit op maximaal 0,5 procent van het bbp liggen. Het structureel tekort gaat verder dan de som tussen rijksinkomsten en -uitgaven. Het schoont het begrotingssaldo van eenmalige mee- of tegenvallers, zoals de eenmalig opbrengsten uit staatsdeelnemingen (denk aan de veiling van radiofrequenties of straks de beursgang van ABN Amro). En het structureel tekort rekent niet met de feitelijke groei van de economie, maar met de potentiële: hoe hoog zou het bruto binnenlands product zijn als alle fabrieken in het land op 100 procent van hun capaciteit draaien?

Volgens het laatste landenrapport van de Europese Commissie, uit mei, voldoet Nederland aan de gestelde norm met een structureel tekort in 2015 van 0,3 procent van het bpp en volgend jaar 0,4 procent. Maar toen waren de plannen voor Prinsjesdag nog niet bekend.

Nu het CPB de gevolgen van het gasbesluit van eind juni heeft meegewogen (door het verlagen van de productie dit jaar ongeveer 2 miljard euro minder aan gasbaten) en de voorstellen voor lastenverlichting (ter waarde van 5 miljard) bekend zijn, kan de Europese Commissie straks ook tot de conclusie komen dat Nederland niet voldoet aan de structurele begrotingsdoelstellingen.

Het reële begrotingstekort loopt er natuurlijk ook weer mee op, maar blijft onder de 3 procentnorm. Dat tekort was komend jaar aanvankelijk geraamd 0,8 procent, nu op 1,5 procent.

‘Laatste klusje’

Niet erg, roepen de regeringspartijen . „Na alle zware hervormingen van de laatste jaren vind ik het te billijken dat we het structureel tekort wat laten oplopen”, zegt VVD-Kamerlid Mark Harbers. „Bovendien brengt de 5 miljard lastenverlichting nu een aanzet voor het laatste klusje van ons crisisbeleid: het aanjagen van de werkgelegenheid.”

PvdA-begrotingswoordvoerder Henk Nijboer is het met hem eens. „Je moet een zeker evenwicht vinden tussen terugdringen van het tekort en daarmee van de staatsschuld en het aanpakken van de serieuze economische problemen die we nog altijd hebben. Denk aan de werkloosheid.”

Bovendien vindt Nijboer het structureel tekort „geen goede maatstaf” voor begrotingsbeleid. Hij wijst op de rekenverschillen tussen internationale instituties als de OESO, het IMF en de Europese Commissie. „Het is nu eenmaal lastig om potentiële economische groei te taxeren.”

Volgens het kabinet behelst de 5 miljard aan lastenverlichting veel maatregelen om de werkgelegenheid te bevorderen, bijvoorbeeld het verhogen van de arbeidskorting en een loonkostenvoordeel voor werkgevers om mensen met lage inkomens aan te nemen. Onder die definitie van hervorming verwacht het kabinet straks opnieuw instemming van Brussel voor de begroting van 2016. De lastenverlichting zal volgens het kabinet zo’n 35.000 extra banen moeten opleveren.

Een kostbare grap, zegt Kamerlid Wouter Koolmees van D66. „Dat is dan 143.000 euro per baan.” Hij vindt het voorgestelde pakket aan lastenverlichting nauwelijks hervormingen inhouden. „Misschien voor 1,5 miljard, maar voor de rest zijn het belastingverlagingen zónder effect op banen en economie.”

Hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger is het daarmee eens. „Je kunt het structurele tekort alleen verminderen met structurele hervormingen, zoals de herziening van het belastingstelsel. Dat zou de economie blijvend kunnen aanwakkeren.” Hij denkt te weten wat de achterliggende gedachte van het kabinet is om dat nu niet te doen. „Leuke dingen voor de mensen...over anderhalf jaar zijn er verkiezingen, maar uit economisch perspectief is dit een gemiste kans.”