Meisje wordt vrouw – zonder bloedvergieten

Amref Flying Docters voert al jaren campagne tegen vrouwenbesnijdenis. De Maasai zijn klaar voor een nieuwe overgangsrite. „Tegenstand komt van vrouwen.”

Een overgangsrite vol zang en dans is bij een deel van de Maasai in de plaats gekomen van vrouwenbesnijdenis. Maar nog altijd wordt een meerderheid van de Maasai-vrouwen wel besneden.

Op het schoolplein dansen roze en gele ballonnen aan de acaciabomen in de wind, onder de dreun van een discobeat. De schelle stemmen van Maasai-schoolmeisjes zwellen aan. Ze zingen eeuwenoude liedjes over moedige krijgers en gevaarlijke leeuwen. Maar de teksten zijn anders, want ze roepen op vrouwenbesnijdenis te verbannen naar de vuilnisbelt van de geschiedenis. Voor een groepsportret richten ze onbeschaamd hun bekken naar voren. Dan steken ze honderden kaarsen aan, onder de heldere sterrenhemel met afnemende maan. De jonge meisjes zijn nu klaar voor de gewichtige ceremonie van morgen: hun overgang naar het vrouw zijn. Maar daarbij zal dit keer geen bloed vloeien.

Een zebra veracht zijn eigen strepen niet. De Maasai, herdersvolk in Kenia en Tanzania, zijn trots en traditioneel. De tussen de één en twee miljoen Maasais hebben een cultuur zonder voordeuren, in hun onderkomens van modder en mest is ieder groepslid altijd welkom. Gezamenlijk ondergaan ze de rites voor de overgang van de ene naar de volgende leeftijdsgroep en samen krijgen ze onderricht in sociale vaardigheden, seksuele omgang en krijgskunst. Die gemeenschapzin maakte de Maasai sterk en gevreesd bij buurvolkeren en beschermde hen tot voor kort tegen de invloed van buiten. Maar nu is de revolutie begonnen en daar profiteren vooral de onderdanige vrouwen van de Maasai van. Want sinds zeven jaar wordt er campagne gevoerd tegen de amputatie van clitorissen. Er is zelfs door de ouderen een nieuwe ceremonie bedacht voor moderne meisjes: het grote alternatieve overgangsritueel.

Als slingerende slang naderen de meisjes

De volgende ochtend wacht een haag met kleurige krijgers bij de ingang van de met doornige takken omheinde kraal. Ze maken verticale sprongen, de nek vooruit als kamelen, op een ritme van kreten onderuit de borst. Als een slingerende slang naderen de meisjes. In een opwaartse beweging met het bovenlijf gooien ze de stijve kettingen om hun hals tot aan hun kinnen de lucht in. Een hol geluid klinkt uit een koedoehoorn en de mannen bij de poort beginnen te zwaaien met vliegenmeppers van wildebeeststaarten. „Ngai, Ngai”, roepen ze – de zegening van God voor de meisjes. Nu zijn ze vrouw geworden en is het tijd om vlees te eten en te dansen.

Voldaan kijkt de jonge vrouw Nice naar het schouwspel. „Ik ben de verandering”, zegt ze trots. Toen ze negen was werd ze bijna besneden. „Mijn grootouders haalden me van school voor de besnijdenis. In de vroege ochtend ontsnapte ik en verborg me in een boom. Ik huilde en huilde. In de avond bij terugkeer in mijn ouderlijke kraal wilde niemand meer met me omgaan. Ik was een paria”. Maanden lang bleef ze zich verzetten, waarna de familie haar weer naar school liet gaan. Ze kreeg steun van leraren die meewerkten aan een actie van de medische organisatie Amref Flying Doctors tegen besnijdenis en ontsprong de dans. „Zo werd ik een rolmodel voor de Maasai”, lacht ze. In de afgelopen zeven jaar zijn 7.000 meisjes gered door de campagne van Amref Flying Doctors in een kwart van Maasailand.

Een aanvoerder van de ceremonie roept nu de menigte van mannen en vrouwen toe: „Dit is de enige kraal in de geschiedenis van de Maasai waar we onderwijs bepleiten.”

Onderwijs zette de waarden en gewoontes op de helling. De met droge rivierbeddingen doorkruiste steppe isoleerde nog geen dertig jaar geleden de Masaai van andere volkeren. De herders met hun rode omslagdoeken konden er leven als ze altijd hadden gedaan, met de zege van hun voorvaders. De Britten hadden geprobeerd verandering af te dwingen. De kolonisten vonden de wapperende doeken van de Maasaimannen te weinig gekleed en hun naakte lichamen eronder aanstootgevend. Daarom ontzegden ze mannen zonder onderbroek de toegang tot de stadjes en arresteerden groepen „naakte” krijgers.

Zevenentwintig vrouwen

Na de onafhankelijkheid in de jaren zestig hielden de regeringen van Tanzania en Kenia weinig oog op de eigengereide nomaden. De Keniaanse Maasaileider Stanley Oloitipitip hield er in de jaren zeventig 27 vrouwen op na. Hij had een onbekend aantal kinderen en koeien. Hij organiseerde grote familiefeesten op kosten van de staat en verkondigde dat de Maasai zich nooit zou aanpassen. In die tijd leek het ondenkbaar dat er iets zou gaan schuiven in hun waardesysteem, en zeker niet ten gunste van vrouwen. Zij schikten zich in hun rol. Vrijwel iedere Maasaivrouw liet zich besnijden. Immers, een onbesneden man of vrouw blijft een kind en is vies.

Leden van meer vooruitstrevende stammen vestigden zich de afgelopen jaren in Maasai-land en begonnen er „in het hoofd van God te hakken”, oftewel, ze bedreven landbouw. Maasais gingen in de handel en commercialiseerden hun vee door koeien aan een slachthuis vlak bij de hoofdstad Nairobi te verkopen. De overheid bouwde wegen en basisscholen. En zo kwam de modernisering bij de Maasai dan toch op gang.

Peter Nguura van Amref Flying Doctors trekt van kraal naar kraal in de campagne tegen de vrouwenbesnijdenis. „De grootste tegenstand ondervinden we bij vrouwen”, vertelt hij. „Zijzelf werden besneden en nu weigeren ze hun dochter ervan te vrijwaren”. De vrouwenbesnijdenis wordt in familieverband gedaan. Er komt geen man aan te pas, het is een taak van oudere vrouwen. „Toen ik in een kraal eens een expliciete film liet zijn van hoe met mes of glas de clitoris zonder verdoving wordt weggesneden, wilden geschokte mannen met hun knuppels de vrouwen te lijf gaan. De mannen bleken zich nooit te hebben verdiept in de details van het vrouwenlichaam.”

Uit Nederland is professor Paul Mertens van de Erasmusuniversiteit overgekomen. Hij zet zich al jaren in tegen de besnijdenis die misschien al 5.000 jaar geleden onder de farao’s werd toegepast. Mondiaal zijn er tussen de honderd- en honderdveertig miljoen vrouwen besneden en jaarlijks ondergaan drie miljoen meisjes de ingreep, vooral in Afrika en het Midden Oosten en in Europa onder migranten. „Besnijdenis leidt tot ziektes en trauma’s. Soms bloeden de meisjes dood”.

In Kenia is de gewoonte al jaren verboden, maar volgens Unicef houden etnische Somaliërs vast aan de oude gewoonte voor 98 procent van de vrouwen. Bij de Maasais is dat 73 procent. Toen enkele Maasai-leiders toch hun dochters lieten besnijden, belandden ze korte tijd in de gevangenis. Van de 3.000 vroedvrouwen en besnijders in Maasai-land zien er pas 85 van af.

Sigmund Freud

De jonge krijger Lomomo neemt met een zuur gezicht het rituele dansen en springen waar. „Verdorie, mogen we nu ook al niet meer besnijden? Waar gaat dit naar toe” Zijn vriend Bonafice Nyamai ging wel naar school. „Zeur niet, we lopen toch ook niet meer in geitenvellen? Met deze alternatieve ceremonie keren we ons niet tegen onze cultuur maar bannen we een slechte gewoonte uit.”.

Als Bonafice over Sigmund Freud begint te praten loopt zijn vriend hoofdschuddend weg. „Van Freud leerde ik hoe de hersenen werken. Het weghalen van de clitoris heeft een effect op de hersenen. Meisjes worden zo vernederd dat ze hun eigenwaarde verliezen. Ik zie in een groep vrouwen onmiddellijk wie wel en wie niet de ingreep onderging”.

Keniaanse Maasai laten in Tanzania stiekem bij hun dochters de clitoris verwijderen. Kantim Mwanik, stafchef van de gouverneur van de Keniase Maasai regio Kajiado, wijst op de gevaren voor politici. „Je neemt een risico dat het electoraat zich van je afkeert als je je ertegen uitspreekt”, zegt hij. Gaat hij zijn dochters besnijden? „Zeker niet, maar mijn grootouders veroordelen me daarvoor.”

Simona, 12 jaar, is zojuist gezegend. Ze is nu vrouw. Ze blaakt van zelfverzekerdheid. „Wij beschikken over kennis waaraan het bij onze vaders ontbreekt”, zegt ze. „Over 20 jaar wordt geen Maasai-meisje meer besneden. We zullen dan niet gelijk aan mannen zijn. Nee, dankzij onze kennis zullen we boven de mannen staan”.

    • Anja Ligtenberg
    • Koert Lindijer