De onstuitbare opmars van de hippe koffietentjes

Foto iStock

Je komt ze waarschijnlijk elke dag tegen: koffietentjes. Van die plekken met hippe namen, glutenvrije muffins en alleen bijzondere koffie uit Ethiopië op de kaart. Zeker als je in de Randstad woont valt er niet aan te ontkomen. In vijf jaar tijd kwamen er in Amsterdam en Rotterdam respectievelijk 36 en 24 koffietentjes bij - een stijging van ruim 40 (Amsterdam) en 68 (Rotterdam) procent. Ook in andere grote steden groeide het aantal ondernemingen dat koffie serveert, blijkt uit cijfers van Datlinq, dat een database bijhoudt van alle veranderingen op horecagebied.

Onder de noemer koffiezaak vallen zaken waar een “groot assortiment koffievarianten” gedronken kan worden (of afgehaald), en waar eventueel ook iets gegeten kan worden, aldus Datlinq. Koffie serveren is in ieder geval de hoofdactiviteit, denk aan bedrijven als Starbucks en Coffee Company of het (hippe) koffietentje op de hoek. Conceptstores, waar naast kleding/meubels/kunst óók koffie wordt verkocht, zijn dus niet meegenomen in deze cijfers.

Geen verrassing, vindt Joris Prinssen van Koninklijke Horeca Nederland, dat het aantal koffieplekken toeneemt:

“Mensen zijn meer buitenshuis gaan afspreken en werken ook vaker buitenshuis. Koffietentjes zijn toegankelijk, er is wifi, en het bestedingsbedrag is lager dan bij bijvoorbeeld een restaurant.”

De groei van het aantal koffiebars is deel van grotere veranderingen in het Nederlandse horecalandschap. Opvallend is dat het aantal cafés juist afneemt. Sinds 2008 daalde het aantal cafés met 13 procent tot 11.325 vestigingen begin dit jaar, zo blijkt uit CBS-cijfers. Uit cijfers van de Rabobank blijkt ook dat de gemiddelde bestedingen in traditionele cafés steeds verder dalen. De bank signaleert “een verschuiving van de vraag naar andere aanbieders, zoals koffiebars en hotels met loungefunctie”.

Land van koffiedrinkers

De koffiezaken zijn natuurlijk niet de enige plekken waar koffie geschonken wordt. Voor NRC Q verzamelde Datlinq (bijna) alle plekken waar je in Nederland koffie kan drinken. Niet alleen de koffietentjes dus, maar ook de kantine van de voetbalclub, het benzinestation aan de snelweg en andere horeca-gelegenheden. Dan ziet de kaart er zo uit:

Amsterdam is in absolute aantallen koploper: op 3.766 plekken is er in de hoofdstad koffie te krijgen. Relatief gezien hebben juist de toeristische gebieden buiten Amsterdam het grootste aantal koffieverkooppunten (per 1.000 inwoners, zie kaart hierboven): de Waddeneilanden, Valkenburg en Gulpen in Limburg, de kust van Zeeland.

Douwe Egberts is de allergrootste

De koffie die op de meeste van die plekken wordt gedronken? Dat is Douwe Egberts. In elke provincie heeft de Nederlandse koffieproducent het grootste of één na grootste distributieaandeel*, zo tussen de 25 en 40 procent. Merken als Nescafé, Illy en Nespresso zijn daarentegen maar kleine spelers.

*Het distributieaandeel berekent Datlinq door ondernemingen te vragen naar het merk koffie dat ze schenken. Jaarlijks ondervraagt het naar eigen zeggen zo’n 50.000 “outlets” - horeca-ondernemingen en bedrijven - over hun zaak. Maakt een zaak van meerdere koffiemerken gebruik, dan wordt alleen het “belangrijkste” merk genoteerd, het soort koffie dat het meest wordt geschonken.
    • Annemarie Sterk