Help de Europese boeren bij beter ondernemerschap

500 miljoen euro erbij, zo luidt het voorstel van de Europese Commissie om de problemen te lijf te gaan van vooral varkens- en melkveehouders in Europa. Dat is nog geen procent van de huidige landbouwsteun die jaarlijks in de EU wordt rondgepompt. Het voorstel is nog te vaag om te beoordelen – de ministers van Landbouw, gisteren in Brussel bijeen, planden een volgende bijeenkomst voor volgende week.

Maar is extra geld wel de oplossing? Melkveehouders moeten zich vooral aanpassen aan de afschaffing van de productiequota sinds begin dit jaar. Varkenshouders kampen met de typische, naar hun product vernoemde cyclus. Daar komt bij dat de Russische markt sinds anderhalf jaar zo goed als gesloten is.

Het antwoord dat de Europese boeren van Brussel verlangen, is niet eenduidig. ‘Onder de rivieren’ klinkt de roep om meer financiële steun. Daarboven prevaleert vooral een wens tot sanering van de sector, eventueel financieel gefaciliteerd.

Dat laatste is te prefereren. Overproductie is sinds jaar en dag de voornaamste kwaal van de Europese landbouw. Als het overschot niet in de rest van de wereld kan worden weggezet, zijn lagere prijzen op de thuismarkt het gevolg. De roep om steun is dan vanuit de individuele boer bezien logisch. Maar die laat het probleem van de sector voortbestaan of versterkt het zelfs. Een race naar de bodem, van de welvaart van de boer tot het welzijn van het dier, dreigt.

Makkelijke oplossingen zijn er niet. Landbouw is sinds de oprichting van de EEG in 1958 het grootste en lastigste dossier. De sector mag dan in belang zijn afgenomen ten opzichte van de industrie en vooral de dienstensector, zij speelt nog steeds een vitale rol. Van landschapsbeheer tot de sluimerende behoefte aan de zelfvoorziening van Europa in een steeds wankeler wereld.

Boeren zijn ondernemers. Dat willen zij ook zijn. Als de markt structureel tegenzit, dan is ondernemerschap het beste antwoord. Soms krijgt dat de vorm van sanering en schaalvergroting – een proces dat in Noord- Europa verder gevorderd is dan in het zuiden. Maar altijd moet het gaan om het aanboren van markten. Of die nu overzee zijn met dezelfde producten of binnenlands met producten die beter aansluiten op de vraag.

In de vleessector is er de vraag naar en de noodzaak van gezondere en diervriendelijke producten. Boeren kunnen daarmee aan de slag, maar alleen lukt het hun vaak niet. Dat ligt niet aan de grote bestuurlijke structuren. Het ligt vooral aan de rest van de productieketen: inkopers, supermarkten. Extra inspanningen daar en verantwoordelijkheidsgevoel, ook bij de consument, helpen meer dan een over het Europese platteland uitgesmeerde half miljard euro.