En nu is de grote man zelf aan zet

Tom Dumoulin blijft imponeren in de Vuelta. Ook gisteren wist hij de schade te beperken. Morgen zijn terrein: een tijdrit van 40 kilometer.

De renners tijdens de klim van de Tenebredo. De etappe eindige met de beklimming van de Ermita de Alba, met een gemiddeld stijgingspercentage van elf procent. Tom Dumoulin handhaafde zich voorin. Foto David-Hevia/Demotix/Corbis

Tom Dumoulin (24) kon een glimlach niet onderdrukken toen hij op de top van Ermita de Alba naast zijn enige helper Lawson Craddock in een helikopter stapte. Op weg naar de volgende etappeplaats Burgos. Een privilege dat in de bergen van Asturië alleen toebehoorde aan de allergrootsten. En de Limburger hoort tijdens de zeventigste editie van de Ronde van Spanje tot de elite. Hij staat vierde in het klassement met 1.51 minuut achterstand op de nieuwe leider Joaquim Rodríguez. „Ja, alles ligt nu open”, had Dumoulin nog enigszins bescheiden gezegd voordat hij opsteeg naar grote hoogten.

Dumoulin heeft zichzelf op verbluffende wijze een uitgangspositie verschaft met een serieuze kans op de eindzege zondag in Madrid. Alleen de Nederlanders Jan Janssen en Joop Zoetemelk wisten in de vorige eeuw de Vuelta te winnen. „Nee, vooraf had niemand dit voor mogelijk gehouden. Ik zelf ook niet”, sprak Dumoulin na afloop van één van de zwaarste bergetappes uit zijn leven. „Ik zou [morgen in de tijdrit in Burgos] de rode trui kunnen veroveren. Mocht dat lukken, dan gaan we nog zeer moeilijke laatste dagen krijgen. Dan gaan ze me aanvallen daar waar ze kunnen. Dat is wel zeker.”

Voorafgaand aan de zestiende etappe had Dumoulin in de kustplaats Luarca al voorspeld wat er zou gaan gebeuren. Klimmers en klassementsrenners als Fabio Aru, Joaquim Rodríiguez en Rafel Majka zouden hem met behulp van hun ploeggenoten al op de Alto de la Cobertoria aan gaan vallen. Daar op de één na laatste klim zouden ze el holandès kapot proberen te maken. „Dat was precies wat ze geprobeerd hebben”, zei hij zes uur na de start op honderd meter van de finish. „Maar ze kregen me niet kapot. Ik ben nooit in de problemen gekomen. Ik had hele goede benen.” Lachend: „Voor een grote buffel als ik was dit heel goed.”

Dumoulin was aan de dag begonnen in de wetenschap dat hem een loodzware slotklim van 6,6 kilometer te wachten stond. Maar angst had hij daarvoor niet gekend. „Nee, dat is niet het goede woord. Maar ik wist wel dat dit de dag van de waarheid zou worden”, zei Dumoulin met een twinkeling. De renner met nummer 174 had in de loop van de etappe zelfs zoveel vertrouwen gekregen, dat hij tijdens de klim bij de voorsten ging rijden. Met de borst vooruit. „Dat was een beetje bluf”, stelde hij zelfverzekerd. „Maar het werkte wel. Ik denk dat ze daardoor toch bang waren om me aan te vallen.”

Van prooi naar jager

Het was imponerend te zien hoe de grote Nederlander zich verweerde tegen veel kleinere klimmers op een bergweg waar normaal gesproken vooral vee stapvoets omhoog wordt geleid. De klim naar Ermita de Alba is een monster die nauwelijks onder doet voor El Angliru – een even verderop gelegen ‘muur’ die in het verleden in de Vuelta werd beklommen. De organisatie verstrekte speciale accreditaties voor de volgers die het spektakel van nabij wilden meemaken. Om de drukte op de smalle, steile weg zo beperkt mogelijk te houden was carpoolen een verplichting. Bussen konden niet eens omhoog. Dumoulin ging in navolging van vele toeschouwers met de fiets omhoog. „Ongekend voor een Nederlander? Ach, wij hebben de Keutenberg”, zei de Limburger lachend.

De Luxemburger Fränk Schleck en de Colombiaan Rodolfo Torres begonnen met een voorsprong van meer dan tien minuten aan de climax van de etappe. Dumoulin had er uiteraard vrede mee dat de dagwinst naar Schleck ging. Het was de Nederlander alleen te doen zijn vierde plaats in het klassement te behouden en om in aanloop naar de tijdrit in Burgos zo min mogelijk tijd te verliezen. Want daar zijn morgen de rollen omgedraaid. Na de rustdag van vandaag begint Dumoulin als de uitdager en moet de topdrie proberen bij hem in het spoor te blijven.

Dumoulin heeft ook zichzelf verbaasd tijdens de Vuelta. De kopman van Giant-Alpecin wist dat hij goed kon klimmen, maar overtrof zichzelf tijdens de bergritten van de Vuelta. Hij had standgehouden in de koninginnerit in Andorra. En zelfs in de waanzinnige tocht op weg naar het kapelletje Ermita de Alba kregen ze hem niet klein. Samen met de andere toppers in het klassement begon hij even voorbij het plaatsje San Salvador aan de klim naar een hoogte van 1.185 meter met een gemiddeld stijgingspercentage van 11 procent. Pas in de slotkilometer, toen de weg wel verticaal omhoog leek te lopen, kraakte Dumoulin. Hij moest uiteindelijk 28 seconden toegeven op Joaquim Rodríguez, die de leiderstrui overnam van Fabio Aru. „I saved my day”, waren de eerste woorden die Dumoulin zei tegen de internationale pers.

Ondanks de zware inspanningen wist Dumoulin al snel zijn prestatie te analyseren. „Tijdens de rit van afgelopen zondag heb ik een fout gemaakt. Daar ging ik te snel in mijn eigen ritme rijden. Ik had beter langer aan kunnen klampen. Nu lukte dat wel goed zonder dat ik me opblies. En de strijd was nog niet eens begonnen toen renners als Valverde en Chaves al wegvielen. Met iedere meter kreeg in meer vertrouwen. Nu maakte het ook niets uit dat ik geen ploeggenoten om me heen had. Het was hier toch ieder voor zich.”

Die ongelukkige Tour is wel vergeten

De revelatie van de Vuelta was al minuten op een rolband aan het uitfietsen toen zijn ploeggenoot Lawson Craddock hem met vragende ogen tegemoet reed. „I did not lose too much time”, zei Dumoulin tegen de enige renner uit zijn ploeg die hem in de bergen nog enigszins kon volgen. Als beloning mocht de Amerikaan even later meevliegen in de helikopter, die gereed stond voor de toptien. Dumoulin: „Het was vooraf nooit een doel van onze ploeg om mee te rijden voor het klassement. Er is nooit rekening me gehouden. Daarom heb ik nu niet meer helpers.”

Met zijn prestaties in de Vuelta heeft Dumoulin zijn vroege vertrek uit de Tour de France weer doen vergeten. Hij heeft zichzelf in Spanje gemanifesteerd als een ronderenner, die kan klimmen en kan tijdrijden. Waar komt die stormachtige ontwikkeling opeens vandaan? Dumoulin heeft een antwoord op die in het wielrennen altijd onvermijdelijke vraag. „Dat ik in een steile klim goed omhoog kan, wist ik wel. Ik heb in de Ronde van het Baskenland al een tijdrit gewonnen van Rodríguez op een heel zwaar parcours. Het heeft denk ik vooral met leeftijd te maken. Ik ben vrij laat met serieus wielrennen begonnen. De talloze trainingsuren betalen zich nu uit.”

    • Koen Greven