Column

Een nieuwe toekomst voor de separeer

Al meer dan een jaar heeft geen cliënt meer in deze isoleercel gezeten, vertelt Samira Brinck, coördinator begeleiding van een afdeling van GGZ Ingeest in Bennebroek, niet zonder enige trots. Het is trouwens beter om over ‘separeercel’ te spreken. In het kader van het project ‘Dwang en drang’ probeert de staf van deze psychiatrische inrichting de patiënten – liever: cliënten – het verblijf in deze cel van ongeveer tien vierkante meter, met slechts een bed, een toilet, en permanente videobewaking, te besparen. „Een gedachteomslag naar meer begeleiding”, maakt dat mogelijk, zegt Brinck.

Maar vanmiddag is de cel bewoond – door vijf tijgerpythons. Langzaam kruipen de slangen langs de gladde muren en vloer, of verpozen zich op takken. Af en toe komt een van de 78 cliënten van deze gesloten afdeling – waar mensen tussen 18 en 60 jaar zitten – kijken, soms met enige schroom want bij de separeer blijf je liever uit de buurt.

„Ze zijn niet gevaarlijk”, zegt slangeneigenaar Roel Grouwstra geruststellend, als iemand een slang wil aanraken. Een dame hoort de dieren spreken, net als de poppen en pluchen beesten trouwens die zij in een kinderwagen voor zich uitduwt.

Laurence Aëgerter (42) heeft grote plannen. De slangen gaan straks weer op huis aan, maar de cel wordt deze week onder andere nog orangerie, concertzaal en museum voor oriëntalisme. In het weekeinde is ook de buitenwereld welkom – info op het blog ‘Leviathan, de geopende isoleercel’.

Aëgerter, Nederlands-Frans kunstenaar, heeft vaker projecten met een maatschappelijke of cultuurhistorische inslag. Zo verbouwde ze peeskamertjes op de Wallen tot tijdelijke kunstruimte, en liet ze inwoners van Beetsterzwaag de foto’s van naakte inboorlingen uit Tristes tropiques van Claude Lévy Strauss naspelen.

De separeercel heeft voor haar inmiddels weinig geheimen meer. Ze weet dat de in de muur verankerde toiletpot de enige plek is buiten het bereik van de videocamera. Het is haar opgevallen dat er in de cel geen klok is. Weliswaar zou een cliënt de klok in het halletje voor de cel kunnen zien door het ruitje in de celdeur, maar niet als het gordijntje daarvan gesloten is.

Sommige cliënten laten zich bij hun bezoek aan de kunst-separeer fotograferen, al dan niet met een beest in handen of om hun nek. Wie niet op de kiek wil, plakt bij de ingang een rode sticker op zijn kleren. De weerslag van de week – in foto’s en voorwerpen – zal volgende maand te zien zijn op een tentoonstelling in Het Dolhuys, museum voor de geschiedenis van de psychiatrie in Haarlem. Er is koffie voor de bezoekers, en een Kitkat. De sfeer is ontspannen. Naast de kunstcel is een separatiecel in gewone staat in paraatheid, met hemelsblauwe lakens op het bed. Voor alle zekerheid.