Die Syrische onruststokers zijn in de Golf niet welkom

Waarom gaan Syriërs eigenlijk niet naar hun buurlanden, de Golfstaten? Die regeringen weigeren Syrische vluchtelingen toe te laten. Veel Arabieren schamen zich daarvoor en laten op sociale media hun ongenoegen horen.

Aan de noordgrens van Saoedi-Arabië met Irak patrouilleert het leger – tegen migranten. Foto Fayez Nureldine / AFP

Syrische vluchtelingen zijn te getraumatiseerd om zich te kunnen aanpassen. En het leven in de Arabische Golfstaten is te duur voor hen. Daarom kunnen we ze hier niet opvangen. Woorden van die strekking sprak een Koeweiti die werkt voor een regionale denktank onlangs tijdens een symposium over Syrië. Een filmpje van de bijeenkomst werd vorige week massaal gedeeld door Arabieren op Facebook, evenals tirades over het gebrek aan solidariteit van de Golfstaten. „Ik wilde dat ik dit niet had gezien”, schrijft iemand in reactie op het filmpje. „Walgelijk.”

De dramatische beelden van vluchtelingen, die zijn gestrand op Europese stations of aanspoelen op de kust, hebben geleid tot grote verontwaardiging over het gebrek aan hulp. De woede richt zich de afgelopen dagen met name op Saoedi-Arabië en de Golfstaten die nauwelijks vluchtelingen opnemen, maar wel met geld en wapens de burgeroorlog in Syrië aanwakkeren.

Zo’n 33.000 twitteraars gebruikten afgelopen week de hashtag #Welcoming_Syria’s_refugees_is_a_Gulf_duty om hun ongenoegen te uiten. „Oliegeld dient blijkbaar alleen voor megalomane bouwprojecten”, aldus een twitteraar.

Geld sturen is niet genoeg

Dit gaat voorbij aan de vrijgevigheid die burgers, liefdadigheidsinstellingen en overheden in de Golf hebben getoond. In 2013 gaven ze gezamenlijk 900 miljoen dollar aan humanitaire hulp voor Syrië. Inzamelingsacties van bedrijven leveren soms honderdduizenden dollars op. Veel werknemers van Qatar Petroleum waren bijvoorbeeld bereid om een deel van hun maandsalaris af te staan.

Maar geld is niet genoeg, vinden mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International. „Landen kunnen hun geweten niet sussen door geld uit te delen, en daarna hun handen er vanaf trekken”, zei Sherif Elsayed-Ali, hoofd vluchtelingen van Amnesty in december.

Vanwege hun nabijheid, hun historische banden met Syrië en hun gezamenlijke taal en cultuur zouden de Golfstaten een veel grotere bijdrage moeten leveren aan de opvang van Syrische vluchtelingen, schrijft de mensenrechtenorganisatie.

Ook veel Arabieren uit de Golf schamen zich voor het gebrek aan solidariteit van hun land. Zo schreef de invloedrijke Emirati blogger Sultan Sood al-Qassimi in een opiniestuk in de International Business Times dat de Golfstaten een morele en culturele plicht hebben Syrische vluchtelingen te accepteren. Om daar meteen aan toe te voegen – het blijft oppassen met kritiek hier – dat er wel íets gebeurt voor de vluchtelingen. Hij noemt: Syriërs in Koeweit met een verlopen verblijfsvergunning mogen blijven, en de Golfstaten hebbem al rond 1 miljard dollar gedoneerd.

Sinds de opstand tegen president Assad uitbrak hebben de Golfstaten vrijwel geen vluchtelingen uit Syrië opgenomen. Ze vrezen dat met de vluchtelingen ook ongewenste personen het land binnenkomen, zoals aanhangers van het vijandige Syrische regime, leden van de Moslimbroederschap die de politiek passieve bevolking van de Golf zouden kunnen opruien, of moslimextremisten.

Arbeidsmigranten komen wel binnen

Daarbij vormen de Arabieren in de Golfstaten al een minderheid in hun eigen land, vanwege de aanwezigheid van honderdduizenden arbeidsmigranten die laaggeschoold werk doen. De komst van grote aantallen Syrische vluchtelingen zou het delicate demografische evenwicht kunnen verstoren. Syriërs krijgen zelfs geen visum meer voor de hadj, de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka.

Syrische arbeidsmigranten met een goede opleiding kunnen nog wel een visum krijgen, zeker als ze een baan hebben in een sector die kampt met een gebrek aan arbeidskrachten. Daarvoor hebben ze wel een uitnodiging van hun werkgever nodig. Een Syrische arts (die anoniem wil blijven) kwam bijvoorbeeld twee jaar geleden naar Koeweit omdat hij door de oorlog in Syrië zijn werk niet meer kon doen.

Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR wonen er ongeveer 500.000 Syriërs in Saoedi-Arabië. Maar zij zijn niet geregistreerd als vluchteling en het is ook niet duidelijk wanneer ze in het land zijn aangekomen. Sinds de uitbraak van de Syrische burgeroorlog zijn de visumregels wel flink aangescherpt. Voor arbeidsmigranten die in de Golf wonen is het een stuk moeilijker geworden om familie te laten overkomen.

De Syrische Boushra, secretaresse op een school in Koeweit, heeft dit zelf ondervonden. Ze krijgt haar familie met geen mogelijkheid het land in. „Ik probeer het al drie jaar, maar het lukt niet.”

Het huilen staat haar nader dan het lachen. „Mijn broer is erg ziek; hij kan nergens heen. Hij heeft twee jonge kinderen. Soms heb ik weken geen contact; het internet in Aleppo werkt vaak niet.” Geld sturen lukt nog wel. „Anders waren ze al lang dood geweest”, zegt ze.

„Laten we in elk geval familieleden toelaten van Syriërs die hier al jaren werken”, zegt columniste Muna al Fuzai. „Dat is wel het minste wat we kunnen doen.’

    • Toon Beemsterboer
    • Judith Spiegel