Britse aanval met drone in Syrië ‘was zelfverdediging’

Twee Britse IS’ers zijn in Syrië met een drone gedood. Volgens premier Cameron was daar juridische grond voor.

Niet de verklaring van premier Cameron gisteren over het aantal Syrische vluchtelingen dat de Britten de komende vijf jaar zullen opnemen (20.000) had de meeste impact, maar de mededeling die hij onmiddellijk daarop liet volgen: de Britse luchtmacht heeft eind augustus met een aanval met een drone twee Britse staatsburgers in Syrië gedood.

Ze hadden zich aangesloten bij Islamitische Staat (IS), en één van hen beraamde een gewelddaad op het Verenigd Koninkrijk. Volgens Britse media zou dat een aanslag op de koningin zijn geweest tijdens de herdenking van zeventig jaar einde van de Tweede Wereldoorlog.

Cameron sprak daarom over „het onvervreemdbaar recht op zelfverdediging”. „Het ging om een terrorist die moord in onze straten beraamde.” Hij zei dat er „geen alternatief” was.

Het is een nieuwe koers voor de Britten. Tot nu toe vonden luchtaanvallen – met bemande en onbemande toestellen – altijd plaats in gebieden waar het Britse leger al actief was. Maar voor aanvallen boven Syrië kreeg de premier twee jaar geleden geen toestemming. Die hoopt Cameron deze herfst te krijgen.

„Dit is de eerste keer in de moderne tijd dat een Brits doel is gebruikt om een aanval uit te voeren in een land waar we niet in een oorlog zijn betrokken”, bevestigde de premier.

Hij hield het Lagerhuis voor dat de drone-aanval op „heldere juridische gronden” was gestoeld, en dat de hoogste militairen en juristen in het land om advies waren gevraagd. Het risico voor burgers in de omgeving zou minimaal zijn geweest. De VN-Veiligheidsraad zou gisteren worden geïnformeerd.

Interim-oppositieleider Harriet Harman riep op tot een onafhankelijk onderzoek naar de drone-aanval. „Waarom heeft de jurist van de regering deze actie niet goedgekeurd in plaats van ‘bevestigd dat er een juridische basis’ was?”, vroeg zij. De herinnering aan de Irak-oorlog ligt bij veel politici nog vers in het geheugen: de inval in 2003 zou ook op juridische gronden zijn gestoeld. Sinds bleek dat Irak geen massavernietigingswapens had, hebben de meeste Britten het idee die oorlog te zijn ingerommeld.

Jeremy Corbyn, kandidaat voor het Labour-leiderschap en voorzitter van de anti-oorlogsorganisatie Stop the War, vroeg Cameron daarom om „bewijs” dat de gedode Britten een aanslag op Britse bodem hadden willen plegen.

Het doel van de aanslag was Reyaad Khan (21) uit Cardiff. Hij vertrok, samen met een vriend uit de Welshe hoofdstad, in de zomer van 2013 naar Syrië. De vriend zou een van de beulen van de Amerikaan Peter Kassig zijn. Vorig jaar waren ze, samen met de Schot Ruhul Amin (26), te zien in een propagandafilm van IS. Amin werd eveneens bij de drone-aanslag gedood.

Volgens de secretaris-generaal van de Muslim Council of Wales wist de familie van Khan niet dat hun zoon bij een drone-aanslag was gedood. „Zij willen graag meer informatie over wat hij had willen doen. Het zou goed zijn als de premier of de regering met wat bewijs komt om de gemeenschap gerust te stellen”, zei hij tegen BBC Wales.

Niet uit alle hoeken komt kritiek. The Sun kopte vanochtend: Wham! Bam! Thank you Cam.

Premier Cameron zei gisteren dat het mogelijk is ook andere Britse IS-strijders op deze manier worden omgebracht. Naar schatting 800 Britten hebben zich bij IS aangesloten. Minister van Defensie Michael Fallon zei vanochtend dat de regering ook dan „niet zou aarzelen” hen te doden. Fallon wilde het tegenover televisiezender ITV niet over een hit list hebben: „Het is andersom: het zijn de terroristen daar in het IS-hoofdkwartier in Raqqa die een kill list hebben.”

Onder de mogelijke doelwitten zou zich Mohammed Emwazi (Jihadi John) bevinden. Hij zou de beul van Kassig en de Amerikaanse journalist James Foley zijn.

    • Titia Ketelaar