Bombarderen, dat is nu misschien wél een optie

Militaire acties boven Syrië zijn steeds minder taboe voor regeringen van EU-landen zoals Frankrijk. Zo willen ze de oorzaak van de migratiecrisis aanpakken. En dat is IS.

Luchtaanvallen op stellingen van Islamitische Staat (IS) in Syrië zijn voor de Franse regering niet langer taboe. Tot dat standpunt kwam ze onder druk van de toenemende migratie naar de Europese Unie. Vanaf vandaag gaat de Franse luchtmacht voor het eerst verkenningsvluchten uitvoeren boven het zuiden van het land, daarna volgen mogelijk bombardementen.

Dat zei de Franse president François Hollande gisteren tijdens zijn halfjaarlijkse persconferentie. Hij wil de „oorzaken van de migratiecrisis” aanpakken, zei hij. In actie komen tegen IS in Syrië zou bovendien de binnenlandse veiligheid ten goede komen. Volgens Hollande is er bewijs dat al dan niet verijdelde terroristische aanslagen in Frankrijk door jihadisten in Syrië zijn voorbereid.

De migratiedruk noopt steeds meer Europese regeringen tot heroverweging van hun Syriëbeleid. Ook de Britse regering herhaalde dit weekend dat zij overweegt luchtaanvallen op Syrië uit te voeren. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk doen, net als Nederland, al wel mee aan de luchtaanvallen op IS in Irak, op verzoek van de regering in Bagdad zelf. Europese regeringen, ook de Nederlandse, zoeken nu naar mogelijkheden om dat mandaat te verbreden.

De Fransen vreesden tot nu toe dat luchtactie op IS in Syrië het regime van Bashar al-Assad steviger in het zadel zou helpen. Hollande liet er tijdens een ambassadeursconferentie in Parijs afgelopen maand geen twijfel over bestaan dat Assad wat hem betreft ‘geneutraliseerd’ moet worden. Dat werd later door het Élysée uitgelegd als „ervoor zorgen dat hij geen obstakel bij onderhandelingen” meer is.

Fransen wilden al, Britten nu ook

Exact twee jaar geleden stond Frankrijk op het punt om het Syrische regime onder vuur te nemen. Maar na bezwaren in het Amerikaanse Congres, blies president Barack Obama die gezamenlijke operatie op het laatste moment af. Dat zette de Frans-Amerikaanse relaties ernstig onder druk. Sindsdien ondersteunt Parijs ‘gematigde’ opstandelingen in Syrië met wapens en advies. In Frankrijk is volgens peilingen grote steun voor de buitenlandse militaire interventies.

Dat is anders in het Verenigd Koninkrijk, waar premier Cameron steun in het Lagerhuis nodig heeft. Zijn minister van Financiën George Osborne zei zaterdag dat de migratiecrisis „bij de bron” moet worden aangepakt. „Dat is het kwade Assad-regime en zijn de terroristen van IS, en er is een allesomvattend plan nodig voor een stabieler, vreedzaam Syrië.”

De bescheiden meerderheid van Camerons Conservatieve partij – twaalf zetels – betekent dat hij niet zonder oppositiesteun kan. In zijn eigen partij zit een aantal tegenstanders van bombardementen. Steun van oppositiepartij Labour zou bovendien meer legitimiteit geven aan een besluit een nieuwe oorlog in te stappen. Probleem voor Cameron is dat er grote kans is dat zaterdag anti-oorlogsactivist Jeremy Corbyn de leiderschapsverkiezing bij Labour wint. Hij is tegen luchtaanvallen, op welk doel dan ook.

Rusland mengt zich, met wapens

Ook Rusland lijkt zich in de Syrische burgeroorlog te mengen, maar dan aan de kant van het regime. Rusland was al de voornaamste leverancier van wapens aan president Assad, maar de afgelopen weken zijn er in en rond Syrië Russische troepenbewegingen waargenomen die erop kunnen duiden dat president Poetin zijn steun aan Assad sterk uitbreidt. Het gaat onder meer om wapens, training en de bouw van een luchtmachtbasis.

Het betekent een riskante escalatie van de Syrische oorlog, die een steeds internationaler karakter krijgt en almaar complexer wordt. Nu meer landen de gevolgen ondervinden van de Syrische strijd, gaan ook meer landen zich actief met het conflict bemoeien. Na jaren van terughoudendheid stortte ook Turkije zich deze zomer aarzelend in de strijd tegen IS.

    • Peter Vermaas