Baas ProRail: Mansveld moet minder afwachten

Nieuwe entree in Utrecht. Dagelijks passeren 285.000 reizigers het station. Foto Lex van Lieshout / ANP

Het ministerie van Infrastructuur & Milieu moet zich actiever opstellen in de relatie met spoorbeheerder ProRail. Het ministerie, enig aandeelhouder namens de staat van ProRail, heeft te veel de neiging om te wachten op informatie van ProRail. Anderzijds moet ProRail het ministerie intensiever gaan informeren.

Dat zegt Pier Eringa, president-directeur van ProRail, in reactie op een brief die staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur & Milieu, PvdA) gisteren heeft verstuurd naar de Tweede Kamer. In antwoord op Kamervragen van CDA en VVD over een kostenoverschrijding van 30 miljoen euro bij de verbouwing van station Utrecht Centraal schrijft zij onder meer dat er in de werkrelatie met ProRail „ruimte is voor verbetering”.

Mansveld vindt dat de onderlinge communicatie moet worden verbeterd, omdat er naast Utrecht ook andere „onverwachte tegenvallers” bij spoorprojecten waren.

Kamerleden van D66, CDA, SP en PVV tonen zich in De Telegraaf vandaag bezorgd over de relatie tussen Mansveld en ProRail. Zij vinden dat ze te weinig greep heeft op ProRail.

Eringa erkent dat de relatie tussen ministerie en ProRail moet worden verbeterd. „Daar kan ik haar alleen maar gelijk in geven. Maar daar zijn wel twee partijen voor nodig. Het is een kwestie van tweerichtingsverkeer. Wij moeten het departement niet in verlegenheid brengen, en zij moeten er voor zorgen dat ze niet in verlegenheid worden gebracht.”

De directie van ProRail en de ambtelijke top van het ministerie beginnen volgens Eringa „zeer binnenkort” met terugkerend overleg „om elkaar beter te verstaan”. Eringa: „Mogelijk schuift Roger van Boxtel van NS later ook aan, want het gaat eigenlijk om de driehoek NS, ProRail en departement.”

Aanleiding voor de Kamervragen was de budgetoverschrijding bij de verbouwing van Utrecht Centraal. ProRail liet het ministerie in de zomer van 2014 weten dat het project mogelijk 107 miljoen extra zou gaan kosten. Later werd dat teruggebracht tot 29,5 miljoen euro. Eringa garandeert dat de kosten niet alsnog hoger worden. „We zijn te optimistisch in onze ramingen, we moeten de risico’s beter vertalen in tijd en geld.”

Mansveld doet onderzoek naar besluitvorming en kostenbeheersing bij spoorprojecten. Eringa: „Daar komt uit dat de communicatie beter moet, dat zal de hoofdboodschap zijn.”

    • Mark Duursma