Arvo Pärt met z’n prepared piano

Iedere dinsdag laat Merlijn Kerkhof (28) zien wat de schoonheid is van klassieke muziek. Deze week: Arvo Pärt.

11 september is een nogal beladen datum. Toch wordt op deze dag ook feest gevierd, van New York tot Hengelo. Reden: Arvo Pärt is dan jarig. Hij wordt 80.

Het is vrijwel onmogelijk dat je nooit muziek van Pärt hebt gehoord. De componist (een diepgelovige ex-kluizenaar uit Estland met een baardje) is namelijk een favoriet van filmmakers. Zowel Hollywoordproducties als arthousefilms leunen sterk op zijn vaak meditatieve composities. Van Swept away tot There will be blood, La grande bellezza tot Dead man’s shoes: Pärt is overal.

Laten we een paar stukken doornemen die je moet kennen. Maar die je dus waarschijnlijk al kent.

Tabula Rasa

Pärts muziek is verwant aan het minimalisme. In de jaren zestig ontstond in de VS een stijl die zich kenmerkte door langzaam transformerende muzikale patronen. Die herhaling roept een gevoel van tijdloosheid op. Pärt, toen nog een geïsoleerde componist in de Sovjet-Unie, kwam in de jaren zeventig met een eigen stijl, die hij tintinnabuli noemde. Daarin is er één melodische stem en één die er gebroken drieklanken (opgeknipte akkoorden) omheen speelt. De melodie en wat je normaal begeleiding zou noemen, vormen een zo hecht mogelijke eenheid. Voorbeeld: zijn dubbelvioolconcert Tabula Rasa.

Naar eigen zeggen liet Pärt zich voor die tintinnabuli-stijl inspireren door klokklanken. In Tabula Rasa zou je ook klokgeluiden kunnen herkennen. Die komen van een ‘prepared piano’: een piano waar kleine objectjes aan de snaren zijn vastgemaakt waardoor de klank verandert.

De profundis

Pärt is de populairste levende Europese componist van koormuziek. Het overgrote deel daarvan is religieus. Luister naar De profundis: ‘uit de diepte roep ik tot U, Heer’ is de eerste regel van deze psalm. Die diepte wordt verklankt door zeer lage bassen uit de orthodoxe traditie die letterlijk vanuit de diepte opkrabbelen.

Spiegel im Spiegel

Om eerlijk te zijn: als ik langer dan vijf minuten word blootgesteld aan Spiegel im Spiegel, krijg ik zin om mijn stereo uit het raam te flikkeren. Niet alleen omdat het te vaak wordt gespeeld (volgens filmdatabase IMDb is het sinds 2011 in tien soundtracks gebruikt), maar ook omdat er zo weinig in gebeurt dat het bij mij juist irritatie opwekt. Zeurderig lang aangehouden viooltonen, omlijst door gebroken akkoorden op de piano. Sommige mensen vinden dat juist heel diepzinnig. En daar is niks mis mee.

Wat spreekt mensen er dan zo in aan? Ik kan het niet beter verwoorden dan muziekcriticus Alex Ross deed in zijn succesvolle boek over de muziek van de twintigste eeuw, The rest is noise. Pärt „biedt een oase van rust in een door technologie verzadigde cultuur”.

Juist: Pärt is de oplossing voor wie te veel op zijn smartphone kijkt. Een muzikale shot zingeving. Maar voor de meesten vooral de aanstichter van de tranen in je film.