Wervelende variété-show met Bloemen mist echte tinteling

Cirque Stiletto – dat was de unieke formule voor twee eerdere pisteshows met zang, dans, muziek, acrobatisch variété en Ellen ten Damme als diva en durfal. En nu is er een derde editie met Karin Bloemen als nieuwe vedette. Ze ontbeert de beweeglijkheid van haar voorgangster, maar put naar hartelust uit de vele stemmen en talen waarin ze kan excelleren. Zo komt er repertoire voorbij van Zarah Leander, Dolly Parton, Jasperina de Jong en diverse anderen. Terwijl om haar heen een show is gebouwd waarin de zeskoppige Wereldband wederom de muzikale slapstick verzorgt – inclusief een tapnummer op klompen, schaatsen en ski’s – en vier circusduo’s op topniveau hun kunsten vertonen.

Wat dat betreft doet Cirque Stiletto 3 niet onder voor de vorige twee. De weelderige aankleding, met burleske pruiken en gewaden voor Bloemen, de vier verrassend uitgedoste dansers en de veelzijdige muzikanten maken er weer een bijzonder bonte avond van. Als extra attractie verschijnt bovendien de Italiaanse travestiezanger(es) Lady LaLa McCallan, wier spektakelbelcanto tot althoogte kan reiken. Hij/zij wordt door de vormgevers Jan en Lenn Aarntzen telkens in een voyante rozenomlijsting geplaatst, als een kitsch-knipoog die het genre treffend ironiseert.

En toch ontbreekt de tinteling van de eerdere edities. De circussfeer, die Ten Damme door haar acrobatische talenten met zich meebracht, is er niet meer. Met als gevolg dat alle scènes lang niet meer zo mooi samenvloeien als voorheen. Losse nummers blijven in de regie van Stanley Burleson losse nummers, soms zelfs met een reguliere aankondiging. Wat evenmin helpt, zijn de doublures in de samenstelling. Een tweede zangsolist(e) naast Bloemen is te veel van het goede, en dat geldt ook voor de twee vergelijkbare acrobatieknummers. Hoe verbluffend ze alle twee ook zijn.

Nadrukkelijk reikhalzen de makers naar de magie van het circus. Het woord wordt in de voorstelling meer dan eens gebezigd. Maar daarmee is de show, ondanks alle kwaliteit, nog niet magisch geworden.

    • Henk van Gelder