Waarom is varkensvlees zo goedkoop?

Varkensboeren hebben het moeilijk, want ze verdienen bijna niets meer aan hun vlees. Vandaag eisen ze in Brussel meer steun. Door Hanneke Chin-A-Fo en Leonie van Nierop

Vier zigeunerschnitzels voor 2,75 euro. Een leverworst voor een euro. Zes slavinken voor 2,25. Een kilo schouderkarbonades voor 4,19. Zomaar een greep uit de varkensvleesaanbiedingen van de supermarkten. Wie elke dag van de week vlees wil eten, kan voor een paar euro klaar zijn.

Varkensvlees is veel te goedkoop, zeggen de boeren. Want uiteindelijk zijn zij de dupe van die supermarktaanbiedingen. Het afgelopen jaar is de prijs die zij voor hun varkens krijgen nog verder ingestort, door de Russische handelsboycot. Gevolg: varkenshouders leveren onder de kostprijs. En verbetering is niet in zicht. Vandaag demonstreren varkenshouders uit heel Europa in Brussel, waar de ministers van Landbouw bijeen zijn voor overleg. De boeren eisen steunmaatregelen.

Waarom is varkensvlees zo goedkoop? Voor een supermarkt is een braadworst een strategisch product, een zogeheten traffic builder. Als Albert Heijn die in de aanbieding doet in het barbecueseizoen, komt de klant daar ook bier, satésaus en houtskool kopen, is het idee. Maar ook met de gewone prijzen voor varkensvlees beconcurreren supermarkten elkaar fel. Denk aan Jumbo’s laagste prijsgarantie.

Er liggen overigens ook dure varkensvleesproducten in het schap. Denk aan Franse fuets, droge worst, voor 23 euro per kilo. De prijs die de boeren krijgen is dus niet alleen gebaseerd op de kiloknallers, maar ook op producten die wel waarde toegekend krijgen. Bovendien is er geen één-op-éénverband tussen de stuntprijzen van supermarkten en hun inkoopprijs, omdat in de keten ook wordt gewerkt met langetermijncontracten.

De supermarkten kopen hun producten in via vijf inkoopkantoren. Dit clubje is de verbinding tussen de levensmiddelenproducenten en de consument. Het gevecht dat hier plaatsvindt, drukt de prijs voor de producenten, en dat werkt door de keten heen. De supermarkten willen allemaal de goedkoopste zijn, en moeten dus tegen de laagst mogelijke prijzen inkopen. De vleesverpakker of vleeswarenproducent rekent die lagere prijs weer zo veel mogelijk door aan de slachterij, en die rekent de prijsdruk weer door aan de varkenshouders. Daar stopt het.

Overaanbod

De boeren op hun beurt kunnen hún leveranciers, de mengvoerbedrijven, moeilijk voor de kosten laten opdraaien. De prijs van het voer is gebaseerd op de wereldmarkt voor grondstoffen, daar veranderen boeren weinig aan.

De boer vangt dus de klappen op, en dat kan hij goed. De meeste varkenshouderijen zijn gezinsbedrijven. De boer kan interen op zijn eigen loon. Dat is een kracht en een zwakte tegelijk: als het even slecht gaat is hij zijn eigen buffer, maar als het lang slecht gaat, houdt hij een bedrijf overeind dat eigenlijk niet meer levensvatbaar is. Dat draagt bij aan het overaanbod dat er al jaren is voor varkensvlees, en dat drukt de prijs nog verder.

Over de inkoopsdie de supermarkten betalen voor varkensvlees willen zij niets zeggen. Een rekenvoorbeeld voor achterham, gebaseerd op opgave van partijen die vanwege hun zakelijke belangen anoniem willen blijven, laat zien dat supermarkten hun ham inderdaad veel duurder verkopen dan zij hem inkopen. In de winkel vragen zij 15 euro per kilo, terwijl zij hun leverancier 6,90 betalen. De varkenshouder krijgt momenteel 1,35 euro per kilo. Minder dan 10 procent van de verkoopprijs.

Terwijl de supermarkten het product meestal niet meer bewerken, vragen zij wel de hoogste meerprijs in de keten.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekende vorige week vergelijkbare verhoudingen voor kipfilet. Maar de hoogste meerprijs betekent niet per se dat supermarkten ook het meeste verdienen aan het product. Onbekend is hoeveel kosten zij zelf nog hebben voor transport, opslag etcetera.

Water spuiten

De prijsdruk door de Russische boycot is acuut, maar de prijzenoorlog van de supermarkten drukt al jaren op de keten, zegt Frans Egberts, directeur van vleeswarenproducent Henri van de Bilt in Beuningen. De boeren betalen de hoogste prijs, zegt hij, maar andere schakels in de keten hebben er ook last van. „Omdat supermarkten steeds minder willen betalen, spuiten producenten meer water in het vlees. Wij hebben gezegd: als het niet anders kan, doen we het, maar dan willen we onze naam niet meer op de verpakking.”

Weigeren om zoveel water te spuiten zou Egberts veel omzet kosten, en dan kan hij niet iedereen in het bedrijf aan het werk houden. Hij ontwikkelt nu een ‘classico-concept’: producten met een hoge kwaliteit, die ook meer kosten. „Er moet iets veranderen”, vindt Egberts. „Nu zijn we met zijn allen bezig elkaar omlaag te halen.”

Supermarkten slagen er niet in de consument te laten zien hoeveel energie en kwaliteit er in het varkensvlees zit, vinden alle ketenpartners. „Die kiloknallers zijn absurd, een volstrekt verkeerd signaal”, aldus Henk Flipsen, namens diervoerproducenten. „Maar de schuld afschuiven op de supermarkten is te simpel. Uiteindelijk moet de consument bereid zijn een bepaald bedrag te betalen.”

    • Hanneke Chin-A-Fo
    • Leonie van Nierop