Vreugde bij de mannen, stilte bij de vrouwen

De mannenacht won brons en plaatste zich voor ‘Rio’. De vrouwenacht stelde teleur met een laatste plaats in de finale.

Het contrast in de Nederlandse roeiploeg kan niet groter zijn op de slotdag van de WK in Frankrijk. Terwijl bij de hoofdtribune de mannenacht baadt in feestvreugde en plechtig eerbetoon, verbijten hun vrouwelijke collega’s hun verdriet in stilte bij het strandje, een ondiepe plek langs de kant van het meer waar recreanten tot hun middel veilig het water in kunnen.

Daar bij dat strandje, in de buurt van de botenopslag en teamtenten, wellen nog de tranen op bij Aletta Jorritsma. Ze kan het nog niet bevatten. „We hebben alles gedaan, maar we konden niet meer versnellen. We weten niet hoe het komt. Onze trainingen staan als een huis.”

Zesde en laatste in de finale van de WK, in een race die wordt gewonnen door de titelverdediger: de Verenigde Staten. Het is voor de Nederlandse vrouwen niet genoeg om zich rechtstreeks voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro te kwalificeren.

Volgend jaar mei moeten ze het in Luzern nog maar eens proberen in de herkansing. „Heel vervelend, dan moet je je eerst daar weer op focussen, terwijl de anderen zich helemaal op Rio kunnen richten”, zegt Jorritsma. Maar ze houdt hoop. „Ik heb er alle vertrouwen in dat we ons alsnog plaatsen.”

Mannenacht is helemaal terug

Nee, dan de mannenacht, die is weer helemaal terug op het internationale podium. Ze hebben zojuist WK-brons gewonnen en poseren trots op de foto met de twee andere grootmachten in het koningsnummer, winnaar Groot-Brittannië en nummer twee Duitsland.

„Wat een eindsprint, er kwam me toch een bak energie vrij”, kraait roeier Mechiel Versluis. Het was juist in de laatste paar honderd meter geweest dat de acht vanuit de vierde positie Nieuw-Zeeland passeerde. Met een pieksnelheid van 43, 44 slagen per minuut, terwijl die de eerste duizend meter zo’n 39 slagen was geweest, schat stuurman Peter Wiersum. „Ik riep maar door mijn microfoon: het is nog mogelijk, het verschil wordt kleiner!”

Kortom, blije gezichten na zo’n bekeken race waarin de acht zich op de eerste duizend meter niet laat forceren en in vijfde positie zicht blijft houden op de derde plek. „Die eindsprint is misschien wel een beetje de Hollandse school. Hoewel we in het begin van het toernooi hebben laten zien dat we ook vanaf de start er direct vol in kunnen gaan”, zegt Kaj Hendriks, de krachtroeier die in de ‘machinekamer’ zit in het midden van de boot.

Vrouwen kwamen tekort

Daar waar de mannen op het einde genoeg adem en vermogen over hadden om een medaille te winnen en zich ruimschoots te kwalificeren voor de Spelen in 2016, kwamen de vrouwen tekort. En waar dat in zat? In de ‘dubbele plaatsing’ van Olivia van Rooijen en Ellen Hogerwerf, die ook al aan de twee zonder meededen? Was het toch te zwaar geweest? „Ik begrijp dat die vraag wordt gesteld, maar ik had niet het gevoel dat ik dingen niet kon”, zegt Van Rooijen.

De mannenacht is dus weer terug. Vorig jaar nog pijnlijk afwezig bij de WK in Amstelveen, nu weer in de buurt van de wereldtop. De ploeg is ten opzichte van 2014 drastisch veranderd, en heeft er een jaar noeste trainingsarbeid opzitten met ergometers, gewichten, veel kilometers op het water en een hoogtestage in Oostenrijk. „We zitten echt heel dichtbij de wereldtop”, constateert coach Mark Emke.

De technisch directeur van de roeibond, Hessel Evertse, kan met gepast zelfvertrouwen naar sportkoepel NOC*NSF voor de gebruikelijke review na een WK. Bij de WK in Amstelveen viel Nederland buiten de prijzen, maar nu heeft de equipe twee bronzen medailles gewonnen en vijf kwalificaties binnen voor ‘Rio’. Evertse: „In Amstelveen waren we nog de verliezers. We zijn niet verslagen.”