Ups en downs in het voetbal

De laatste keer dat het Nederlands elftal niet aan een eindtoernooi voor het EK of WK voetbal deelnam, was in 2002. Dat jaar werd het wereldkampioenschap in Japan en Zuid-Korea gehouden. In de voorafgaande kwalificatiepoule van zes landen eindigde Nederland als derde, het moest Portugal en Ierland laten voorgaan. Een beslissende wedstrijd tegen Ierland verloor Oranje in Dublin met 1-0.

Dat team kon beschikken over internationaal gelouterde spelers of aanstormende talenten als Edwin van der Sar, Jaap Stam, Mark van Bommel, Patrick Kluivert, Phillip Cocu, Ruud van Nistelrooij, Marc Overmars en Giovanni van Bronckhorst. Namen die nu nostalgie oproepen en het gevoel dat het met zulke spelers niet mis zou zijn gegaan, dat kwalificatie met hen geen probleem kon zijn. Dat was het dus wel, ondanks de leiding van een coach die ook al grote successen achter zijn naam had staan: Louis van Gaal.

Vergelijk dat met het elftal dat gisteren van Turkije verloor, waardoor het onwaarschijnlijk is geworden dat Nederland meedoet aan het EK in 2016. Minder internationale topspelers dan toen en diverse jongere spelers van wie moet worden afgewacht of ze vaker dan incidenteel tot een hoog niveau weten te reiken. Van het elftal dat in 2014 op het WK in Brazilië een verrassende 5-1 zege op Spanje boekte, stonden er gisteren zes niet op het veld.

De matige prestaties van Nederlandse clubs in Europese toernooien, het ontbreken van internationale vedetten à la de, nu geblesseerde, Arjen Robben – het waren voortekenen en zijn verklaringen waarom het niet zo’n wonder is dat Nederland dreigt te worden uitgeschakeld. Vrijwel elk land kent zijn sterkere en zwakkere periodes. Voor Nederland lijken de magere jaren ditmaal aan te breken. Voetballiefhebbers zullen het er even mee moeten doen.