Train je ‘blinde vlek’ kleiner

Iedereen heeft een ‘blinde vlek’ in zijn ogen die een deel van het gezichtsveld wegneemt, maar door een training van enkele weken kan die ‘krimpen’. Dat schreven onderzoekers onder leiding van Paul Miller van de University of Queensland vorige week in het blad Current Biology.

Elk oog heeft een blinde vlek, omdat het netvlies is onderbroken op de plaats waar de oogzenuw het oog verlaat. In het dagelijks leven merkt een mens dat ‘gat’ in zijn gezichtsveld nauwelijks op. Maar kijkend met een oog, de blik gefixeerd op één vast punt blijkt dat voorwerpen soms kunnen ‘verdwijnen’.

Tien proefpersonen werd gevraagd om op dezelfde wijze naar één punt te staren waarbij de omvang van hun blinde vlek werd opgemeten. Dat deden de onderzoekers door een steeds kleiner wordend ringetje met een naar links of rechts bewegend golfpatroon te projecteren op de plaats van de blinde vlek. Als maat voor de blinde vlek namen de onderzoekers de grootte van het ringetje waarbij de proefpersoon 3 van de 4 keer de juiste richting van de golfbeweging kon aangeven.

De training bestond eruit dat het ringetje iedere dag een stukje kleiner werd gemaakt. De proefpersonen moest ook de kleur van het ringetje kunnen zien (rood of groen). Al snel werden ze hier beter in en kon het ringetje telkens kleiner worden.

In werkelijkheid nam de blinde vlek de omvang van de blinde vlek niet af, maar de gevoeligheid voor zwakke prikkels eromheen nam wel toe. De blinde vlek werd alleen kleiner in het getrainde oog, een aanwijzing dat het effect gebaseerd is op aanpassing van de neuronen in het oog.

De gebruikte trainingstechnieken zouden in aangepaste vorm ook kunnen helpen om mensen met een gedeeltelijk gezichtsverlies weer beter te laten zien, schrijven de onderzoekers, bijvoorbeeld mensen met leeftijdgebonden macula degeneratie.