Slapend naar het Beloofde Duitsland

Duizenden migranten konden dit weekeind per trein uit Wenen naar Duitsland reizen.

Migranten worden verwelkomd door Duitsers bij hun aankomst op station Frankfurt. foto FRANK RUMPENHORST/AFP

Zacht gesnurk en het gebliep van mobiele telefoons. Dat is alles wat je hoort als een trein vol vluchtelingen de grens passeert tussen Oostenrijk en Duitsland. De meeste Syriërs, Afghanen en Irakezen hier aan boord die al weken, soms maanden, hun leven riskeren om het Beloofde Duitsland te bereiken, zijn ’s middags in diepe slaap gevallen op weg naar hun doel. Van de mensen die wakker zijn, is ongeveer de helft Syrisch. Ook zijn er Iraakse Koerden, Afghanen en Pakistani aan boord. Twee Koerdische jongens laten foto’s van zichzelf zien als peshmerga, met geweer en al. Ze willen naar Finland. Daar woont familie.

Verderop zit een gezin uit Aleppo met drie kleuters. De jongste slaapt onder een bagagerek. Ze zijn een maand onderweg en zien er verpauperd uit. Ze spreken alleen Arabisch. Een jonge vader vertelt hoeveel hij aan smokkelaars heeft betaald: 15.000 dollar. Familie in Noorwegen heeft dat geld gestuurd. Nu wil hij naar hen toe.

Met applaus ontvangen

Sinds Oostenrijk en Duitsland vrijdag de grenzen opengooiden is voor Europa de toestroom van vele duizenden mensen aanleiding om de asiel- en migratiepolitiek van het continent te herzien. Politici gaan in de overdrive. EU-ministers van Buitenlandse Zaken hielden zaterdag spoedberaad. De Duitse en Oostenrijkse regeringen zetten in grote haast opvangplannen in elkaar.

Voor de vluchtelingen is de treinreis het minst spannende deel van hun reis. Voor het eerst, zeggen ze, worden ze vriendelijk behandeld.

Als de eerste groep zaterdag vroeg op het Weense Westbanhnhof aankomt, na een barre tocht door Hongarije (sommigen zijn door de politie gearresteerd en door voetbalfans in elkaar geslagen), worden ze met applaus ontvangen. Hulporganisaties staan met water, babyspullen en fruit op hen te wachten. Burgers, in alle vroegte op het station, delen speelgoed, shampoo en kleren uit. Velen pinken een traantje weg. Op het perron zitten veel families met kinderen. Eén vrouw arriveert met een baby die op een Grieks strand is geboren.

Gratis wifi

Als de eerste trein naar München wordt aangekondigd, racen de jongens erheen. Schreeuwend, iedereen opzij duwend. Dit zijn overlevers. Ze stuiten op een haag Oostenrijkse politieagenten. Die laten druppelsgewijs reizigers door. Ze zijn berucht om hun botheid, maar vandaag kijken ze minder onvriendelijk. Vrijwilligers wijzen iedereen een zitplaats. Als er plek is, laat de politie er meer door. Als de trein met 40 minuten vertraging vertrekt, zit iedereen op een stoel. Velen bliepen op telefoons; er is gratis wifi aan boord.

De meesten zijn al in dromenland als de trein zich in beweging zet. In alle coupés heerst orde en rust. Als dit een historisch weekend is, met de grootste vluchtelingenstroom in decennia, dan zijn de autoriteiten de toestand op dit tracé behoorlijk meester. Alleen tegen de geur kan geen airconditioning op. Veel reizigers hebben zich dagen niet gewassen. Er zijn er die nog Macedonische modder op de broekspijpen hebben.

Sommigen treinreizigers hebben onverwachte gesprekken, over identiteit, openheid en politiek. Blonde Duitse kinderen spelen in het gangpad met een Syrisch meisje en leren haar eins, zwei, drei. Een gepensioneerde Duitse apotheker met parelketting, die op het Weense station verbijsterd om zich heen stond te kijken, zegt dat ze trots is dat de tocht zo ordentelijk verloopt. Ze wil vluchtelingenwerk gaan doen, want „Europa krijgt problemen”.

Na vier uur arriveert de trein in München. Weer applaus, speelgoed, dozen bananen. Sommigen raken in paniek als ze rijen agenten zien, die hen een speciale trein in dirigeren. „Kamp?”, vraagt een oude man uit Aleppo verwilderd. Vrijwilligers kalmeren hen: ze worden alleen geregistreerd en gevoed in een gebouw van Deutsche Bahn. Er hangen ballonnen, het ruikt er naar gekruid lamsvlees. Dokters staan klaar. Sandra, een Duitse reisagente, geeft leiding aan een groep tolken. „Dit gebeurt in mijn stad”, zegt ze eenvoudig. „Dus ik help. Wat hierna komt, weet niemand. We hebben de plicht er het beste van maken.”