Column

Persoonlijk

Wat leuk. NRC Weekend kwam met een ‘Wie is wij?’-special. Zes witte mannen en een vrouw schreven over „identiteit in een wereld zonder grenzen”. Ondanks de eenvormigheid, viel één man mij op. Ik noem deze man X, want zijn naam doet er niet toe. Hij stelde namelijk dat het debat, en dan met name het racismedebat, te weinig op argumenten stoelt en te veel op persoonlijke woede.

Dat columnisten altijd van blogs of Twitter moeten citeren wanneer zij krachtig anti-racisme geluid willen aanhalen, lijkt me veelzeggend. Blijkbaar zijn de meningen van vaste stemmen in de krant slechts middenmoot, verpakt onder het intellectuele synoniem: „genuanceerd”.

In reactie op een online stuk van een historicus, beweerde X dat het woord „neger” in Nederland geen „algemeen gebruik” is.

Zoef, klabam, insert persoonlijke aanval, Twitteraar Y verweet hem intellectuele luiheid. Twitteraar Z zette hem weg als ‘– zit u goed? –’ zielig mannetje met amoureuze bijbedoelingen. Het toegevoegde ‘zit u goed?’ toont dat X uitgaat van een ongedefinieerde, maar vanzelfsprekende ‘wij’ die dezelfde maat voor verontwaardiging hanteert.

Ik ben natuurlijk ook maar één persoonlijke ervaring, maar ik hoor het n-woord voortdurend als het om een zogenaamd objectieve beschrijving van een gekleurd persoon gaat. Wanneer het om mannen gaat, wordt het n-woord vaak voorafgegaan met ‘grote’.

Onlangs moest ik een man (werkzaam bij alles wat keurig is; denk VPRO, denk NPO1) vragen of hij het n-woord niet wilde gebruiken, omdat het me anders niet meer zou lukken om met hem te slapen. Ik geloof dat dit argument voor hem heel overtuigend was. En ja, ik maak het hier persoonlijk tot in de slaapkamer, omdat ik niet wil veinzen dat het persoonlijke onbelangrijk is. Heel graag kijk ik verder dan mijn eigen neus lang is, maar om dat te doen, moet ik me wel realiseren dat wat ‘voorbij’ mijn eigen neus ligt, voor een ander misschien haar of zijn eigen neus is. Wat voor mij onpersoonlijk en ondagelijks voelt en daarom als een soort curiosum op tafel ligt – wachtend om opgepakt te worden, besnuffeld, bekeken, interessant als een museumstuk (of beter nog: een column-onderwerp), is voor een ander misschien geen bijzonderheid, maar een dagelijks onderdeel van haar of zijn leven.

De onderzoeker die zijn eigen nieuwsgierigheid niet onder de loep neemt, beschouwt zichzelf als objectieve autoriteit. Hij denkt dat zijn blindheid voor het persoonlijke hem helpt om groter te zien.

Het persoonlijke is politiek. De geprivilegieerde heeft het geluk dat het politieke zo dicht op het persoonlijke ligt dat hij net kan doen alsof hij dingen niet persoonlijk hoeft te maken.

Het persoonlijke is politiek. Wie zegt dat hij onterecht op zijn persoon wordt gepakt en zich aangevallen voelt, bewijst dit punt.