Psychisch lijden los je niet op met een doodvonnis

Hij gunt het zijn vriend Rogi Wieg dat zijn lijden ten einde is, maar was het echt uitzichtloos? Bram Bakker maakt kanttekeningen bij euthanasie voor psychiatrische ziekten.

Illustratie Hajo illustratie Hajo

Op 15 juli overleed de dichter Rogi Wieg. In het nieuws daarover werd veelvuldig gemeld dat het overlijden het gevolg was van euthanasie. Daarmee werd Wieg waarschijnlijk de eerste publiek bekende persoon die overleed vanwege een door professionals vastgesteld ondraaglijk en onbehandelbaar psychisch lijden.

Hoewel: de neurologische klachten die volgens hemzelf mede waren veroorzaakt door jarenlang gebruik van zware pijnstillers en hoge doses kalmeringstabletten zullen zeker hebben meegewogen.

Zonder de oprechtheid en/of deskundigheid van de psychiater die dit oordeel velde te willen betwijfelen, moet ik toch mede namens een aantal familieleden en vrienden van Rogi Wieg een paar kanttekeningen kwijt. Vooral omdat deze casus mijn overtuiging bevestigt dat euthanasie vanwege psychisch lijden per definitie volgt op een (te) subjectief oordeel. Daarom zou euthanasie bij psychisch lijden geschrapt moeten worden uit ons wetboek.

Rogi Wieg was meer dan tien jaar geleden mijn patiënt, in een periode waarin hij een aantal serieuze zelfmoordpogingen had ondernomen. Dat hij ernstig leed was geen punt van discussie, maar in de periode van ons professionele contact vond hij een uitweg uit zijn impasse en hij hervatte het leven met enthousiasme en succes: zijn roman Kameraad scheermes (2003) werd zijn bestverkochte boek. Ook privé ging het goed: hij was een tijd zeer gelukkig met zijn toenmalige echtgenote Judith. We trokken in die periode samen door het land voor optredens, en ik was zelf misschien geen publicist geworden zonder de introductie van Wieg bij onze toenmalige uitgever.

Vanwege de vriendschappelijke betrekkingen die ontstonden droeg ik zijn behandeling over aan een collega. Vervolgens had ik vele jaren een intensief en prettig contact met Rogi, die ik beschouwde als een geestverwant. Het contact verminderde toen ik buiten de stad ging wonen, maar de gevoelens van sympathie bleven wederzijds onveranderd. Toen Rogi me begin dit jaar meldde dat hij om euthanasie had gevraagd, heb ik hem bezocht en heb zijn verhaal daarover aangehoord, als vriend. Ik kon me toen niet voorstellen dat zijn verzoek zou worden ingewilligd, omdat ik nog volop mogelijkheden zag om zijn impasse te doorbreken. Net als in de periode dat ik hem behandelde.

Ik was niet de enige die twijfelde of hij daadwerkelijk uitbehandeld was: ook een aantal van zijn oude vrienden en zijn enige zus hadden hun bedenkingen. Ons gevoel was dat hij, net als eerder, door dit dal heen zou moeten. Op de achtergrond speelde ook nog mee dat hij bijvoorbeeld het zeer recente overlijden van zijn moeder nog zou moeten verwerken.

Voor ons onverwacht werd het verzoek om euthanasie toch ingewilligd. Door diverse mensen werd nog getracht hem op andere gedachten te brengen, maar alle pogingen strandden. De vrienden die letterlijk op zijn stoep stonden op de avond dat hem het dodelijke middel werd toegediend werden tegengehouden door de politie. Volgens Nederlands recht.

Ik gun het Rogi dat zijn lijden ten einde is, maar was het echt uitzichtloos? Was hij ongeneeslijk ziek? Wie het weet, mag het zeggen. En er is niemand die dat met zekerheid kan, denk ik. Behalve God, als die bestaat…

In het streven de psychiatrie tot een volwaardig medisch specialisme te maken werd ook euthanasie voor psychiatrische ziekten op de agenda gezet. Ongetwijfeld met oprecht goede bedoelingen, maar men ging wel voorbij aan het feit dat een ernstige psychiatrische stoornis een fundamenteel andere ziekte is dan een willekeurige vorm van kanker met uitzaaiingen. Kanker is veel beter te objectiveren dan psychisch leed. Met zorgvuldig onderzoek kun je nauwkeurig vaststellen wat iemands levensverwachting is, en het is in de ogen van de meeste mensen, onder wie ook ik, een verworvenheid om dan onnodig lijden te kunnen beperken.

Stel dat je ernaast hebt gezeten

Lijden ten gevolge van een psychische stoornis is minstens zo erg, maar veel minder voorspelbaar in zijn beloop. Euthanasie voor psychisch lijden is net zoiets als de doodstraf: hoe vaak het ook gerechtvaardigd lijkt, soms zal je (achteraf) moeten toegeven dat je er naast hebt gezeten, en dat je onterecht en/of onnodig iemands leven hebt beëindigd.

Ook al werd de procedure precies gevolgd bij de euthanasie van Wieg, er zijn mensen niet gesproken en factoren niet benoemd die er wel degelijk toe deden. Dat het volgens de wet niet vereist was, verandert dat niet. Het veelgebruikte, maar karikaturale argument dat je ook niet wilt dat iemand voor de trein springt, staat hier los van. Voor sommige nabestaanden, mijzelf inbegrepen, was zelfmoord een beter te verteren einde van het leven van Rogi Wieg geweest. Zelf verkozen, en niet met goedkeuring en hulp van de psychiaters, die hem niet meer konden of wilden behandelen.

Enkele jaren geleden pleegde een andere ex-patiënt van mij zelfmoord, nadat haar verzoek om euthanasie door een deskundige was afgewezen. In haar omgeving was er niemand met bedenkingen tegen dit verzoek. Haar echtgenoot, familie en andere dierbaren zagen echt geen andere uitweg meer, toen de professionals haar in de steek lieten. Ze had alle onderzoeken en behandelingen die haar waren geadviseerd geprobeerd, maar niets had geholpen. Niemand zag nog enig perspectief, en de collega die het verzoek om euthanasie afwees, kwam ook niet met bruikbare suggesties. Hij vond slechts dat de diagnose onvoldoende duidelijk was. De ochtend na haar overlijden (ze slikte een dodelijke hoeveelheid antidepressiva) werd haar man aangehouden onder verdenking van hulp bij zelfdoding. Hij zat uren vast en bleef maandenlang formeel verdacht.

De ene patiënt is de andere niet, maar als je enerzijds politie nodig hebt om euthanasie te laten plaatsvinden, en anderzijds arresteer je iemand die zijn partner steunde in haar eenzame besluit het leven te verlaten, dan is het verschil toch wel heel groot. En als willekeur zo’n grote factor is, dan hoort euthanasie op basis van psychisch lijden niet thuis in ons wetboek. Het gaat hier niet om een juridisch probleem, maar om een donkere kant van het leven. En misschien hoort het wel bij dat leven, als een onvermijdelijk onderdeel daarvan. Psychisch lijden los je niet op met het doodvonnis van een professional. De verzoeken aan mijn adres om een dergelijke uitspraak te doen heb ik altijd naast me neergelegd, en dat zal ik blijven doen.

    • Bram Bakker