Oplossingen zijn in zicht, zegt Koenders

De EU-landen zien de „urgentie” van de crisis met vluchtelingen, zegt Koenders. Hij verwacht dat de EU op korte termijn besluiten neemt. „Dit is ingrijpend voor elke samenleving.”

Een jongen in de bus in Saalfeld, in Midden-Duitsland. Hij is vanuit München met de trein naar Saalfeld gereisd. Foto Jens Meyer/AP

Ze zouden het vooral hebben over het Midden-Oosten, Iran en Oekraïne. Maar de meeste tijd van hun informele vergadering in Luxemburg besteedden de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie afgelopen vrijdag en zaterdag aan het bespreken van de vluchtelingencrisis. Een onderwerp dat aanvankelijk niet eens op de agenda stond.

„De materie gaat me door merg en been, zegt minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) in het vliegtuig dat hem voor een bliksembezoek van nog geen 24 uur van Luxemburg naar de Malinese hoofdstad Bamako brengt.

Concrete besluiten zijn in Luxemburg niet genomen; die waren ook niet voorzien. Maar volgens Koenders is in Luxemburg wel een aantal lijnen uitgezet waardoor de crisis kan worden bestreden. Want dat het een crisis is, beaamt hij volmondig. „Neem de omvang, de aard, de snelheid en de manier waarop het probleem zich in de verschillende Europese landen vertaalt. Dan moet je zeggen dat er een crisis is. Maar het is geen crisis in de zin dat er geen oplossingen voor gevonden kunnen worden. De urgentie is aanwezig om op korte termijn aantal beslissingen te nemen.”

De buitenwereld zei de afgelopen weken: terwijl mensen verdrinken, verdrinkt de Europese Unie in vergaderen.

Koenders: „Onzin. Deze problematiek is ingrijpend voor elke samenleving en daar zijn wij ons zeer van bewust. Maar we kunnen niet van de ene dag op de andere dag het hele probleem oplossen. We kunnen wel aan onze bevolkingen duidelijk maken dat het probleem gemanaged wordt. We zijn het erover eens dat het een gezamenlijke Europese oplossing moet zijn. En dat het zal moeten gaan over quota, over versterking van de buitengrenzen, humanitaire opvang en het vergemeenschappelijken van de asielregels. Maar dat wordt primair bepaald door de Europese ministers van Veiligheid en Justitie die hierover over een week besluiten moeten nemen.”

Een aantal lidstaten van de Europese Unie uit Oost-Europa voelt niets voor quota.

„Nederland stelt dat solidariteit nu voorop moet staan.”

Heeft u uw Hongaarse collega tijdens de bijeenkomst in Luxemburg aangesproken op de houding van zijn land?

„Natuurlijk. Ik heb gezegd dat discriminatie op grond van religie, of de schuld op een ander schuiven niet helpt.”

Wat is concreet de rol die de Europese ministers van Buitenlandse Zaken kunnen spelen?

„We hebben besloten de tweede fase van onze acties in Libië in te laten gaan. Dat betekent dat we straks de boten van die smokkelaars kunnen aanpakken. Verdachte schepen kunnen worden doorzocht en gestopt. Verder hebben we gesproken met ministers uit de Balkan-landen die ook in Luxemburg waren. Ja, dat is praten, maar het zorgt er wel voor dat straks afspraken gemaakt kunnen worden met die landen. Concreet betekent dit dat je een aantal hotspots waar mensen asiel voor Europa kunnen aanvragen, zou moeten vestigen in Turkije of Servië. We zullen die landen daadwerkelijk moeten helpen. We kunnen niet zeggen dat we niet geïnteresseerd zijn omdat het ons in Nederland even niet goed uitkomt.”

Is dat alles voldoende?

„Je kunt wel afspraken maken over solidariteit in Europa, maar als er niet tegelijkertijd heel concreet iets aan de oorzaak wordt gedaan, leidt dat tot nog meer verdrinkingen en tot meer ellende op de Balkan.”

Is dit één van de belangrijkste testen voor de Europese Unie?

„We worden als Europa in elk geval getest omdat wij als continent in een regio liggen die zowel aan de oost- als aan de zuidgrens een groot aantal conflicten kent. Iedereen begrijpt dat dit de pest voor Europa is en dat nu in een aantal vergaderingen besluiten moeten worden genomen. Het gaat daarbij voor een aantal landen wel om diepgaande besluiten die op basis van politiek leiderschap tot stand moeten komen. Dat geldt ook voor Nederland.”

Is Nederland daar klaar voor?

„Ik denk het wel.”

Voorlopig klinkt er nog fors protest als er plannen zijn voor een nieuwe asielzoekerscentrum zoals vorige week bleek in Zeewolde.

„Het is logisch dat er over zo’n onderwerp een fors politiek debat gevoerd wordt. Maar met als uiteindelijk resultaat dat er consensus gevonden wordt. Ik heb daar vertrouwen in.”

Ook binnen de coalitie?

„Ja. ik denk dat de coalitie zich zeer bewust is van de urgentie van het probleem en ook gezamenlijk met een oplossing zal weten te komen.”

    • Mark Kranenburg