.open boek Herman Brusselmans

Wat is de boekensmaak van Herman Brusselmans (57)? Vorige week verscheen zijn nieuwe roman Zeik en de moord op de poetsvrouw van Hugo Claus.

Illustratie Thomas de Veen Illustratie Thomas de Veen

Welk boek bent u nu aan het lezen?

Knokemstiff, een karateboek van Donald Ray Pollock. Het is een leesbaar, vrij beknopt boek, zonder overbodige stilistische ingrepen over provinciaal Amerika. Daar is het leven hard en bruut. Er vindt incest plaats, mannen rossen hun vrouw in elkaar. Volgens Pollock is Amerika op provinciaal niveau een achterlijk land.”

Waar leest u het liefst?

„Hier op mijn IKEA-bank. Vijf meter verder staat mijn schrijftafel en computer. Ik laveer constant tussen bank en bureau. Als ik pad ga, is lezen lastiger. Lezen in een auto of trein kan ik niet. Als ik lees wil ik niet gestoord worden.”

Welke schrijver benijdt u?

„Vooral Saul Bellow vind ik interessant. Hij heeft rondgelopen in de naoorlogse steden van Amerika, in de jaren 50 en 60. In die periode kwam de televisie op, rock-’n-roll. Het bruiste. Wat misschien alleen kon omdat diezelfde mensen begin jaren veertig vijf jaar in de verdoemenis hebben geleefd. Maar ik had best willen leven in het naoorlogse New York. Ik had best Bellow willen zijn.”

Wanneer stopt u met het lezen van een boek?

“Als het na 40 bladzijdes nog steeds kut is. Dan gooi ik het in de hoek. Umberto Eco kom ik bijvoorbeeld niet doorheen. Ik vind die man zo’n show-off. Over zijn De Slinger van Foucault heb ik eens gezegd: ik ben niet de domste van de klas, maar als ik na vijf pagina’s twintig keer het woordenboek moet pakken, dan klopt er iets niet.”

“Vroeger gaf ik een boek veel meer kansen. Dan dacht ik: dit is helemaal niks maar ik zet door. Ik las Nabokovs Lolita uit, terwijl ik het niet leuk leesbaar vond. Ook Mulisch’ De ontdekking van de hemel vond ik een worsteling. Die moest zo nodig Hugo Claus overtreffen. Dus schreef hij maar door totdat hij een dikker boek had dan Het verdriet van België. Maar ik heb het uitgelezen. Dat zou me nu niet meer lukken denk ik.”

Bestaat er een essentieel onderdeel dat iedere goede roman bezit?

“Humor. Dan denk ik aan de boeken van Gerard Reve of Woody Allen. Het probleem is alleen dat er vandaag de dag weinig dijenkletsers geschreven worden. Ik bedenk me weleens: waarom winnen grappige boeken nooit eens een grote literatuurprijs? Kijk nou naar De Maagd Marino van Yves Petry [in 2011 winnaar Libris Prijs, red.]: dat is zo’n ongelofelijk saai, humorloos, kutboek. Of Godverdomse dagen op een godverdomse bol van Dimitri Verhulst [Libris Prijs 2009, red.] Kun je je een vervelender boek voorstellen?

“Veel mensen zijn te dom om goede humor te begrijpen. Ook recensenten en juryleden. Dat zijn allemaal zuurpruimige mensen, die vinden dat literatuur met de grote L. moet gaan over de diepte van de menselijke geest. Wat ze alleen vergeten: de menselijke geest heeft helemaal geen diepte. Wij gaan allemaal naar het toilet, doen boodschappen, kijken televisie. We doen maar wat. "Maar al die critici zijn bang om van een voetstuk te vallen als ze een komisch boek bekronen. Ze vrezen dan niet meer serieus genomen te worden. Dus moeten ze die nieuwe Adriaan van Dis wel goed vinden. Wat een bullshit. Maar ik schrijf nu dertig jaar en weet: pleiten voor humor is vechten tegen de bierkaai.”

Welk boek moet iedere ouder aan zijn kind voorlezen?

„Pubers mogen van mij gerust De avonden van Reve voorgelezen krijgen. Als dat kind dan zegt: dit is fantastisch, dan wordt het zelf een lezer. Vinden ze het niks, zullen ze nooit een boek aanraken.”

Wat is volgens u de beste boekverfilming?

“Het blijft appels met peren vergelijken, maar ik vond Get Shorty een grappige, leuke film. Het gelijknamige boek van de Amerikaanse schrijver Elmore Leonard vind ik te wijdlopig, te lang, met teveel beschrijvingen. Bij Leonard zijn de verfilmingen altijd beter dan de boeken.”

Wat is uw favoriete literaire karakter?

“De brave soldaat Švejk uit De lotgevallen van de brave soldaat Švejk van Jaroslav Hašek. Hij lijkt heel erg op de personages waar ik vaak over schrijf. Švejk is en slumiel, grappig, leugenachtig, lui, heeft een grote bek. Een echte Oblomov, net zoals Ignatius J. Reilly de hoofdpersoon uit A Confederacy of Dunces van John Kennedy Toole. Luie, doorsnee boerenlullen. Daar ben ik dol op.”

Zit er een systeem in uw boekenkasten?

“Niet echt. Ik heb een beperkte boekenkast, zo’n 400 boeken, met alle klassiekers uit de Nederlandstalige literatuur. Wat ik verder lees gooi ik op een hoop en verkoop ik tweedehands.”

Wie is uw favoriete schrijver?

“Gerard Reve. Hem blijf ik herlezen. Vooral bij zijn vele brievenboeken vraag je je constant af: meent hij het nu? Hij heeft mensen veel kunnen wijsmaken. Dat hij luitenant in het leger is geweest. Hij heeft zichzelf tot mythe gemaakt. Dat vind ik heel erg leuk. Zijn ironie is geweldig. Ik merk echt dat ik door hem ben beïnvloed.”

Herleest u boeken?

„Als er even niet iets nieuws te lezen is. Laatst heb ik About a boy van Nick Hornby herlezen. Dat boek las ik eind jaren ’90. Het was erg nostalgisch. Dat ik het boek nog in mijn bezit heb is een klein wonder. Ik heb het in 2000 uitgeleend aan een meisje dat ik toen leuk vond. Toen verdween ze met de noorderzon. Ik dacht al jaren: shit, ik had haar dat boek nooit moeten uitlenen. Acht jaar later kreeg ik het vanuit het niets per post opgestuurd.”

Wat is het ergste dat u ooit met een boek hebt gedaan?

“Als bibliothecaris heb ik boeken veel aangedaan. De pagina’s in thrillers waar de dader bekend werd gemaakt, heb ik uitgescheurd. Ik heb gespuugd in boeken. Allemaal om de verveling te verdrijven. Ik werd gek in die bieb.” “Ook boeken die ik uit de bibliotheek leende, bekladde ik. Hele filosofische zinnen in boeken van Arthur Schopenhauer onderstreepte ik, om dan in de kantlijn te zetten: zie De man die werk vond van Herman Brusselmans.” “In de jaren tachtig heb ik met Tom Lanoye de Antwerpse Boekenbeurs op stelten gezet. De dame die alles omriep gaven wij briefjes als: ‘Tom Lanoye signeert zijn kutboek Alles moet weg in stand vier’. Dat las zij dan braaf en heel sec voor. Ook rookte ik daar, nam mijn hond mee. Inmiddels kan dat allemaal niet meer.”

Over welk onderwerp wilt u in de toekomst nog een boek schrijven?

„Ik ga het nog wel over een serieuze manier over de islam hebben. als blanke agnostische intellectueel. Het valt me op dat ik met de Turken in mijn buurt wél leuk over voetbal kan praten. Maar zodra de Armeense genocide ter sprake komt, valt het gesprek stil. Het gevoel voor satire en ironie: daar is de islam niet sterk in. De werktitel van mijn boek is: Ik haat racisten op voorwaarde dat het negers zijn.”

Welke schrijver is ten onrechte in de vergetelheid geraakt?

“Dat is het lot van iedere schrijver. Je bent vijf jaar dood en iedereen is je vergeten. De eveneens vergeten Antwerpse dichter Guust Gils mag best meer gelezen worden. Hij heeft mij laten beseffen dat je met taal kunt spelen, er alles mee kunt doen. Hij dichtte eens: ‘De telefoon gaat, en ik ga hem achterna’. Geweldig.”

Wat is het eerste boek dat u als kind las?

„Een Suske & Wiske denk ik. Maar als kind heb ik weinig gelezen. Mijn vader was een veehandelaar. Hij handelde in koeien en stieren. Er was geen boek bij ons in huis, behalve het telefoonboek, moet men dan zeggen.”

Welk boek hebt u tot uw eigen schande nog niet gelezen?

De correcties van Jonathan Franzen. Vrijheid heb ik wel gelezen, en ik ga zijn nieuwste boek ook lezen. Toch heb ik wel moeite met de Amerikaanse schrijvers van de afgelopen decennia. Die lijken allemaal het product van de schrijverschool. Ik geloof niet dat je schrijven kunt leren. Daar word je mee geboren. Hugo Claus, Louis Paul Boon gingen tot hun veertiende naar school. En die hebben geweldige literatuur geschreven.”

Wat is het eerstvolgende boek dat u gaat lezen?

Lieve mama ven Esther Verhoef. Ik vind haar, in haar genre, toch een van de betere schrijvers. En het is echt een lekker wijf. Ze was laatst op een feestje van mijn uitgever, in strak leren broek en op hoge hakken. Ik moest me echt inhouden. Je wil er gewoon zo op.”