Met de trein naar München

Migranten reisden dit weekend per trein van Wenen naar Duitsland. Daar werden ze met applaus en eten ontvangen, maar honger hadden ze nauwelijks.

München, 5 september 2015. Foto CHRISTOF STACHE / AFP

Zacht gesnurk en het gebliep van mobiele telefoons. Dat is alles wat je hoort als je met een trein vol vluchtelingen de grens oversteekt tussen Oostenrijk en Duitsland. De meeste Syriërs, Afghanen en Irakezen hier aan boord die al weken, soms maanden, hun leven riskeren om het Beloofde Duitsland te bereiken, zijn zaterdagmiddag in diepe slaap verzonken als ze hun doel bereiken.

Van de mensen die wakker zijn, is ongeveer de helft Syrisch. Ook zijn er Iraakse Koerden, Afghanen en Pakistani aan boord. Twee Koerdische jongens laten op hun telefoon foto’s van zichzelf zien als peshmerga, geweer en al. Ze willen naar Finland. Daar woont familie.

Verderop zit een gezin uit Aleppo met drie kleuters. De jongste slaapt onder een bagagerek. Ze zijn al een maand onderweg en zien er verpauperd uit. Ze spreken alleen Arabisch. Een andere jonge vader tikt op zijn telefoon hoeveel hij aan smokkelaars heeft betaald: 15.000 dollar. Familieleden in Noorwegen hebben dat geld gestuurd. Daar wil hij nu heen.

Ze worden met applaus ontvangen

Voor Europa is de toestroom – vele duizenden, sinds Oostenrijk en Duitsland vrijdag besloten de grenzen open te gooien – aanleiding om de asiel- en migratiepolitiek van het continent te herzien. Politici gaan in de overdrive. EU-ministers van Buitenlandse Zaken hielden zaterdag spoedberaad in Luxemburg. De Duitse en Oostenrijkse regeringen zetten in vliegende haast opvangplannen in elkaar.

Maar voor de vluchtelingen is de treinreis het minst spannende deel van hun reis. Eindelijk vloeit de adrenaline uit hen weg. Voor het eerst, zeggen ze, worden ze ergens vriendelijk behandeld.

Als de eerste groep zaterdag vroeg op het Weense Westbanhnhof aankomt, na een barre tocht door Hongarije (sommigen zijn door de politie gearresteerd en door voetbalfans in elkaar geslagen), worden ze met applaus ontvangen. Hulporganisaties staan met water, luiers en fruit op hen te wachten. De spoorwegen hebben tientallen studenten ingezet die Arabisch spreken. Ook burgers staan in alle vroegte op het station, en delen kinderspeelgoed, shampoo en kleren uit. Velen pinken een traantje weg. „Zo moet Europa zijn”, zegt een medewerkster van het Oostenrijkse Bureau voor de Statistiek. Ze doneert wat geld waarmee vrijwilligers treinkaartjes naar Duitsland kopen. „Dit gaat niet makkelijk worden. We moeten allemaal helpen om dit tot een succes te maken.”

Op het perron zitten veel families met kleine kinderen. Eén vrouw arriveert met een baby die op een Grieks strand is geboren. Wat ook opvalt is het grote aantal jongens tussen de 15 en 20 jaar. Weinigen spreken Engels of Duits. Als bagage hebben ze een rugzakje of plastic zak. Een van hen schrijft op een stuk papier: Thank You Austria.

Het is een historisch weekend

Als de eerste trein naar München wordt aangekondigd, racen de jongens erheen. Schreeuwend, iedereen opzij duwend. Dit zijn overlevers. Ze stuiten op een haag Oostenrijkse politieagenten. Die laten druppelsgewijs reizigers door. Ze zijn berucht om hun botheid, maar vandaag kijken ze minder onvriendelijk. Vrijwilligers geven iedereen een zitplaats. Als er plek is, laat de politie er meer door. Als de trein met 40 minuten vertraging vertrekt, zit iedereen op een stoel. Velen bliepen op telefoons; er is gratis wifi aan boord.

De meesten zijn al in dromenland als de trein zich in beweging zet. In alle coupés heerst orde en rust. Als dit een historisch weekend is, met de grootste vluchtelingenstroom sinds decennia, dan zijn de autoriteiten de toestand op dit tracé behoorlijk meester. Alleen tegen de geur kan geen airconditioning op. Veel reizigers hebben zich dagen niet gewassen. Er zijn er die nog Macedonische modder op de broekspijpen hebben.

Sommigen treinreizigers hebben onverwachte gesprekken, over identiteit, openheid en politiek. Blonde Duitse kinderen spelen in het gangpad met een Syrisch meisje en leren haar eins, zwei, drei. Een gepensioneerde Duitse apotheker met parelketting, die op het Weense station verbijsterd om zich heen stond te kijken, zegt dat ze trots is dat de tocht zo ordentelijk verloopt. Ze wil vluchtelingenwerk gaan doen, want „Europa krijgt problemen”.

‘Dus ik help’

Na vier uur arriveert de trein in München. Weer applaus, speelgoed, dozen bananen. Aangezien de reizigers bij stops in Linz en Salzburg ook eten toegestopt hebben gekregen, door burgers op het perron, hebben weinigen honger. Sommigen raken in paniek als ze rijen politieagenten zien, die hen een speciale trein in dirigeren. „Kamp?”, vraagt een oude man uit Aleppo verwilderd. Vrijwilligers kalmeren hen: ze worden alleen geregistreerd en gevoed in een gebouw van Deutsche Bahn, 500 meter verderop. Er hangen ballonnen, het ruikt er naar gekruid lamsvlees. Dokters staan klaar. Alles is hier goed georganiseerd. Sandra, een Duitse reisagente, geeft leiding aan een groep tolken in fluorjassen. „Dit gebeurt in mijn stad”, zegt ze eenvoudig. „Dus ik help. Wat hierna komt, weet niemand. We hebben de plicht er het beste van maken.”