Hond

Ik ging met mijn moeder winkelen. Toen we bij een schoenenzaak naar binnen gingen, stond bij de ingang een bordje met de waarschuwing: „Pas op voor de hond!”

We slopen voorzichtig naar binnen en daar zagen we een stokoude, grijze hond slapend in een hoek.

„Is dit nou de hond waarvoor we moesten oppassen?”, vraagt mijn moeder lachend. „Ik denk dat uw hond niet veel kwaads kan doen.”

„Bijten heeft hij nooit gedaan”, zegt de winkelier droog.

„Maar op die grijze vloer struikelt iedereen over hem.”

Anne Douglas