Giftige leugens en etterende geheimen

Jonathan Franzen is een controversieel schrijver. Bij verschijning van zijn nieuwe roman is de kritiek er dan ook al bij voorbaat. Maar niemand die Zuiverheid heeft gelezen zal twijfelen aan de literaire kwaliteit.

Illustratie Enkeling

De geweldige nieuwe roman van Jonathan Franzen heeft het formaat van een pak waspoeder en ziet er in de Engelse editie ook zo uit. Zilveren stralen ontspruiten aan een zon met daarin de titel van het boek, Purity (Zuiverheid), die klinkt als een wasmiddel maar verwijst naar de doopnaam van een van de drie hoofdpersonen, de 22-jarige Pip Tyler. ‘Zuiverheid’ is ook een van de thema’s waarop Franzen varieert, net als hij dat deed op het thema vrijheid in zijn vorige roman Vrijheid (2010). Zo is een van de andere hoofdpersonen de goeroe van een Wikileaks-achtige organisatie die de vuile was van overheid en bedrijfsleven buiten hangt en opereert onder de naam The Sunlight Project. Terwijl nummer drie probeert om met behulp van kwaliteitsjournalistiek op het internet de bezem te halen door de Augiasstallen van het 21ste-eeuwse Amerika.

Wie de mond vol heeft van zuiverheid, verbergt niet zelden een hoop vuilnis; en dat geldt zeker voor de personages in Zuiverheid. Niet voor de milieubewuste en diervriendelijke Pip, die streng is voor zichzelf en zich voortdurend overal schuldig over voelt, maar die toch vooral slachtoffer is: van een torenhoge studieschuld en van het feit dat haar moeder haar niet wil vertellen wie haar vader is. Maar wel voor de hoofdredacteur van de Denver Inquirer Tom Aberant, een vijftiger die als jonge man betrokken is geweest bij een halsmisdrijf. En zeker voor de aan Julian Assange herinnerende Andreas Wolf, die figuurlijk en letterlijk vuile handen heeft gemaakt in zijn geboorteland de DDR – zelfs zonder zich te encanailleren met het communistische regime – en die ook in zijn rol als leider van een klokkenluidersorganisatie niet bepaald squeaky clean is.

Klokkenluiders, internetjournalistiek, alternatieve jongeren – het is duidelijk dat Zuiverheid een roman van deze tijd is. Te veel zelfs, volgens sommigen. In een recente column in De Groene Amsterdammer betoogde Christiaan Weijts (zelf allesbehalve een binnenkamertjesrealist) dat Zuiverheid waarschijnlijk paste ‘in een trend van oprukkende journalistieke fictie, geschreven door auteurs die zich nadrukkelijk op iconen uit het publieke domein storten’. Op basis van de achterflap voorspelde hij dat Jonathan Franzen zijn ‘autobiografische grondstof [had] opgestookt’ en was gevallen voor de actualiteit: ‘Die spreekt een groot publiek aan […] en verzekert het in beweging blijven van het publicitaire vliegwiel.’

Morele puurheid kan nooit bestaan

Alsof in Franzens vorige twee romans, Vrijheid (over de morele verwording van Amerika onder Bush junior) en De correcties (over de nefaste gevolgen van de Greedy Eighties en Nineties), de actualiteit afwezig was! Misschien doet Weijts er goed aan Zuiverheid eens te lezen. Dan zal hij zien dat Franzen zich precies houdt aan de door Weijts hooggeprezen formule van Flaubert: ‘de personages op de voorgrond zijn verzonnen, het decor op de achtergrond is werkelijk’.

Of zoals Franzen zelf vijf jaar geleden zei, naar aanleiding van de vraag of hij streefde naar de Great American Novel: „De pretentie dat een roman het leven wel eens even bij de lurven zal grijpen, is belachelijk; er zijn televisieseries die dat beter kunnen. Ik wil de werkelijkheid helemaal niet vastpinnen, het is al erg genoeg dat ik erin moet leven. Een roman moet iets anders doen: een belangrijke ervaring van de auteur coderen in de vorm van een plot met personages.”

Die ‘ervaring van de auteur’ moet in het geval van Zuiverheid de overtuiging zijn geweest dat de wereld aan elkaar hangt van geheimen en verraad, van het feit dat morele puurheid nooit kan bestaan. Niet voor niets koos Franzen voor een motto uit Goethes Faust, het ultieme verhaal van een idealist die ten onder gaat aan ongebreideld verlangen en zelfbedrog. Maar hoe duidelijk de boodschap ook wordt uitgewerkt (‘This is a country of festering secrets and toxic lies, only the strongest of sunlight can disinfect it’), het gaat nooit ten koste van de personages, die – sympathiek of niet – altijd geloofwaardig zijn; of van de plot, die langzaam maar zeker opstoomt naar een finish die niet zou misstaan in een Victoriaanse klassieker.

Zuiverheid bestaat uit zeven lange tot zeer lange hoofdstukken en begint met een razend geestige introductie van Pip, de halfwees met een ‘daddy issue’ die een armoedig bestaan leidt in een alternatieve woongroep. Ze is ongelukkig in de liefde en heeft een symbiotische verhouding met haar moeder, die het best te omschrijven is als een excentrieke kluizenares. Als ze van een Duitse logé te horen krijgt dat The Sunlight Project haar wel eens zou kunnen helpen met het vinden van haar vader, doet ze een intakegesprek en komt ze in contact met de grote leider Andreas Wolf. Drie hoofdstukken verder krijgen we haar belevenissen in het Boliviaanse paradijs van waaruit de wereldberoemde klokkenluider zijn internetimperium aanstuurt.

Wolf wordt superlekker

Maar dan is het verhaal al lang en breed op gang gekomen. In een groots tweede hoofdstuk hebben we kennisgemaakt met het verleden van Wolf, geboren in 1960, een rebel without a cause (en dwangmatig masturbant) die opgroeide in het Oost-Duitsland van de Stasi, als zoon van een psychotische moeder en een vader die het financiële brein was van de communistische partij. Hij wordt verliefd op een jong meisje dat misbruikt wordt door haar stiefvader en helpt haar om hem uit de weg te ruimen. Als twee jaar later de Muur valt, en de cover-up van de moord uit de Stasi-archieven tevoorschijn dreigt te komen, werpt Wolf zich uit eigenbelang op als de man die de (geschoonde) archieven aan de wereld toont, daarmee een eerste stap zettend naar zijn faam als superlekker.

De spoken uit het verleden laten zich natuurlijk niet opsluiten. Niet die van Wolf en ook niet die van Tom Aberant, een Amerikaanse journalist die de charismatische Wolf in 1989 helpt met het opruimen van het lijk. Net als Wolf heeft Aberant een jeugd gehad die werd overschaduwd door zijn dominante moeder, een Oost-Duitse vluchteling. Maar hij is ook nog eens getraumatiseerd door zijn relatie met Anabel, een passief-agressieve telg uit een schatrijke familie die na een onmogelijk huwelijk van twaalf jaar plotseling uit zijn leven is verdwenen. Daarmee is nog maar een fractie van alle relaties in Zuiverheid beschreven; het boek is zo vol van dwarsverbanden, in tijd en ruimte, dat het net zo goed De connecties had kunnen heten.

Een herschrijving van Dickens

In zijn vorige romans heeft Franzen zich bewezen als een subliem anatoom van de disfunctionele Amerikaanse middenklassefamilie. Ook in Zuiverheid is hij op z’n best wanneer hij de verrotte verhoudingen tussen ouders en kinderen beschrijft: de jaloezie, de apenliefde, de teleurstelling, de haat, de wederzijdse geheimen.

Maar Franzen is allesbehalve een one-trick pony. Het is al bijna een cliché van de literatuurkritiek om te zeggen dat zijn boeken aan de humanistische tragikomedies van zijn grote voorbeeld Saul Bellow herinneren. In Zuiverheid vallen tal van andere rolmodellen op: Philip Roth, om de verbinding van actuele kwesties met persoonlijk menselijk falen (en de kenschets van een Oost-Duitse Portnoy); Nathaniel Hawthorne, om de subtiele manier waarop hij schrijft over de schuldgevoelens van zijn personages; Shakespeare, naar wiens Hamlet (de moeder aller familietragedies) meer dan eens verwezen wordt; en natuurlijk Dickens. Zuiverheid is in veel opzichten een herschrijving van Great Expectations, met een Pip met grote verwachtingen in de hoofdrol, met een kluwen van familierelaties die langzaam ontrold wordt, met kritiek op de uitwassen van de samenleving, en met tal van kleurrijke figuren in de bijrollen – variërend van een humoristisch-autistische huisbaas tot de Miss Havisham-achtige moeder.

Vooral in het eerste deel van het boek slaat Franzen een lichtere toon aan dan in De correcties en Vrijheid. Maar zijn stilistische DNA is verder overduidelijk: in de lange zinnen met niet altijd even voor de hand liggende woorden, in de innerlijke monologen waarin de personages zich onbedoeld laten kennen (‘Pip wanted to do good, if only for lack of better ambitions’), in de scherpe oneliners (‘Blondes don’t age well; Leila saw middle age as the Revenge of the Brunettes’) en in de snelle dialogen waarin Pip volop de gelegenheid krijgt om te laten zien hoe gevat ze is, maar waarin ook Tom en Anabel onnavolgbaar kunnen bekvechten.

Het enige wat uit de toon valt zijn de soms te uitvoerige bespiegelingen over de verwoesting van het milieu, de teloorgang van de journalistiek en de verrotting van het literaire wereldje die eerder van de schrijver dan van de personages lijken te komen.

Gooi alle Franzen-bagage overboord

Franzen is een controversieel schrijver. In het verleden is hij beschuldigd van arrogantie, sociopathie, vrouwenhaat en tal van andere zaken die niets met zijn romans te maken hebben. Internettijdschrift Book Riot publiceerde een maand geleden al een column waarin Jessica Woodbury voorspelde dat de schrijver na publicatie van Zuiverheid onmiddellijk onder vuur zou komen te liggen van internetfanaten, canonhaters en feministen (van Nederlandse schrijvers kon ze het niet weten). De eerste reacties bewijzen haar gelijk, hoewel niemand die de roman gelezen heeft aan de literaire kwaliteit van Zuiverheid zal twijfelen. Woodbury stelde ‘A New Approach to Jonathan Franzen’ voor: lees zijn boek alsof het van een onbekende schrijver afkomstig is, gooi alle Franzen-bagage overboord en laat de taal en het verhaal over je komen.

Verstandige woorden. Zuiverheid moet je lezen zoals Pip aan het eind van de roman kijkt naar de bruine towies, een soort Californische mussen, in de tuin van haar moeder: ‘They had the beauty of the second glance, the beauty that only revealed itself with intimacy.’

    • Pieter Steinz