Flexwerkers de dupe van ‘dagloonbesluit’

Door een nieuwe rekenwijze kan de WW-uitkering voor flexwerkers en seizoens- arbeiders fors lager uitvallen.

Voor Tweede Kamerleden kwamen de boze brieven als een verrassing: WW’ers die vorig jaar op losse contracten hadden gewerkt, krijgen een lagere uitkering als ze na 1 juli werkloos zijn geworden. In een zogenoemd ‘dagloonbesluit’, dat niet aan de Kamer hoeft te worden voorgelegd, had minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) al in het voorjaar de rekenmethode voor de WW-uitkeringen veranderd. Die pakt negatief uit voor seizoenswerkers en voor mensen die vanuit de WW invalwerk hebben gedaan en nu weer terugvallen op een WW-uitkering.

Onder druk van de Tweede Kamer onderzoekt Asscher nu of de berekening toch weer anders moet.

De hoogte van een WW-uitkering is gebaseerd op een gemiddeld ‘dagloon’ (verdiend in het vorige jaar). Tot 1 juli werd dat bedrag berekend door het gemiddelde te nemen van het daadwerkelijk aantal gewerkte dagen: wie zeven maanden had gewerkt kwam dan op hetzelfde bedrag uit als iemand die twaalf maanden had gewerkt voor hetzelfde salaris.

Nu wordt het dagloon berekend over het aantal dagen dat iemand had kunnen werken in dat jaar (261 dagen), waardoor het gemiddelde fors lager uitvalt voor mensen die tijdelijke contracten hadden.

Asschers eigen PvdA noemt de nieuwe rekenmethode „onrechtvaardig”, SP-Kamerlid Paul Ulenbelt wil nog deze week een spoeddebat, en ook D66 is bezorgd over de gevolgen van de nieuwe regeling – vooral voor mensen die vanuit de WW een tijdelijke baan hadden geaccepteerd, en daarmee dus laten zien dat ze graag weer aan de slag willen, en nu een lagere uitkering krijgen.

Volgens het ministerie van Sociale Zaken is de berekening eerlijker: mensen die kort hadden gewerkt maar in die periode veel hadden verdiend, konden volgens de oude regels op een hoger WW-bedrag uitkomen dan mensen die langer hadden gewerkt voor een lager loon.

De eerste twee maanden krijgt een WW’er 75 procent van het ‘dagloon’, daarna 70 procent.

De huidige rekenmethode wordt genoemd in de wet Werk en Zekerheid die op 1 juli is ingegaan, maar daarbij werd niet aangegeven dat het om een verandering ging. De Tweede Kamerleden waren er daardoor vanuit gegaan dat de berekening hetzelfde bleef en flexwerkers en seizoensarbeiders niet speciaal werden geraakt.

De vakcentrale CNV had in de zomer, en dus ook in het reces van de Tweede Kamer, al wel alarm geslagen over de gevolgen van de andere methode en Asscher opgeroepen om de berekening te veranderen.

CNV-voorzitter Maurice Limmen voorzag al in juli dat weinig mensen door hadden wat de verandering voor hen zou betekenen – en dat de gevolgen ingrijpend konden zijn. „Ik verwacht in de loop van augustus de eerste meldingen van onze leden die na 1 juli een WW-uitkering hebben moeten aanvragen”, zei zij toen.

Asscher liet daarop weten dat de methode volgens hem eerlijker was en dat hij niet van plan was om er iets aan te veranderen.